Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Wetenschap en Techniek
campus Kronenburg
Kronenburgstraat 47 - 2000 Antwerpen
T +32 3 220 55 80 - F +32 3 220 55 99
wt@ap.be
Bachelorproef 126560/1599/1819/1/81
Studiegids

Bachelorproef 1

26560/1599/1819/1/81
Academiejaar 2018-19
Komt voor in:
  • Bachelor in de voedings- en dieetkunde, trajectschijf 3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 8 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • creditcontract.
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): Beuselinck Axelle, Van de Voorde Britt, Vanherle Koen, Van Laer Sofie, Van Vlaslaer Veerle
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2018 (Volledig academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit getolereerd).
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Totale studietijd: 208,00 uren

Volgtijdelijkheid

buiten trajectschijf 3 al minstens 120 studiepunten afgewerkt hebben EN ((simultaan te volgen met Bachelorproef 2 OF simultaan te volgen met Bachelorproef 2 W II)).

Korte omschrijving

De student toont met de bachelorproef aan dat hij de competenties van een beginnend beroepsbeoefenaar bezit, dat hij functioneert in het brede werkveld.
De bachelorproef 1 bestaat uit POP3 en een eindopdracht: de student toont aan hoe hij de nodige competenties doorheen de opleiding ontwikkeld en verworven heeft en welk niveau hij bereikt. Met de eindopdracht toont de student aan hoe hij individueel een opdracht gerelateerd aan de opleiding/werkveld uitwerkt volgens zelf geformuleerde kwaliteitscriteria, zichzelf leerdoelen stelt die verder gaan dan de opleidingsspecifieke leerresultaten, deze leerdoelen bereikt. Het product wordt voorgesteld aan het werkveld.

OLR-Leerdoelen (lijst)

(zelf)reflectie
bewijst werkveldervaring (kijkstage, stage en levenslang leren).
doet aan kritische (zelf-)reflectie.
leert uit reflectie
toont de ontwikkeling van de gevraagde competenties van een beginnend beroepsbeoefenaar (kerntaken opleiding, DRL, beroepsprofiel) aan.
bouwt de vooropgestelde competenties bewust uit
doet aan zelfreflectie
evalueert de eigen leerweg kritisch
communicatie
stelt het eindwerk aan een jury voor
verdedigt het eindwerk op een professionele manier voor een jury
geeft feedback
methodologie
beoordeelt de kwaliteit en de actuele waarde een (wetenschappelijk) artikel
handelt volgens (inter-)nationale richtlijnen
vertaalt onderzoeksresultaten uit de wetenschappelijke literatuur naar een specifieke situatie.
zet informatie uit de wetenschappelijke literatuur om naar adviezen aangepast aan de doelgroep.
gebruikt wetenschappelijke databanken
kent de opbouw van een wetenschappelijk artikel
nutritioneel onderzoek op groepsniveau
vertaalt onderzoeksresultaten uit de wetenschappelijke literatuur naar een specifieke situatie.
implementeert de methodiek zoals beschreven in het diƫtistisch consult
kent de opbouw van een wetenschappelijk artikel
gebruikt wetenschappelijke databanken
probleemanalyse
vertaalt onderzoeksresultaten uit de wetenschappelijke literatuur naar een specifieke situatie.
denkt vakoverschrijdend.

Leerinhoud

Het opleidingsonderdeel bestaat uit het POP over de volledige opleiding en een eindopdracht.
De eindopdracht is een vakoverschrijdende opdracht waarmee de student bewijst dat hij/zij rond een opdracht uit het werkveld evidence-based kan uitwerken.
Met de bachelorproef toont de student aan hoe hij de eindcompetenties van de opleiding bereikt heeft, hoe hij de leerdoelen gekoppeld aan de eindopdracht heeft bereikt en dat het eindproduct aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet.
De eindopdracht wordt na de stage voorgesteld aan een jury (interne en externe leden).
De invulling van het eindopdracht wordt aangestuurd met opdrachten en invulformulieren. Dit start in het academiejaar voorafgaand aan het jaar van afstuderen (stage) met het zoeken (in overleg met het werkveld) naar een relevante opdracht.

Een student wordt begeleid door één lector.
Bij de start van het academiejaar worden begeleidingsmomenten vastgelegd. De rol van de begeleiders is coachend. Zij zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud.De student is de enige eindverantwoordelijke van zijn eindopdracht. Bij de start van het academiejaar wordt een tijdspad met tussentijdse deadlines vastgelegd.

Studiematerialen (tekst): Verplicht


Alle documenten en sjablonen zijn beschikbaar via de EDU-mappen (e-campus) en de digitale leeromgeving
Hand-outs van seminarie 'evidence based'-handelen'
Hand-outs van seminaries 'Public Health Nutriton'

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing3,50 uren
Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges6,00 uren
Practicum en/of oefeningen
Vormen van groepsleren17,50 uren
Werkplekleren en/of stage
Werktijd buiten de contacturen181,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarAfstudeeropdracht100,00Zie Toetsing (tekst).
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarAfstudeeropdracht100,00Zie Toetsing (tekst).

Toetsing (tekst)

  • De beoordeling van het opleidingsonderdeel ‘eindwerk’ bestaat uit twee delen.
    • 50% van de punten op de beoordeling van de bundel eindproduct (resultaat + onderbouwing): de lezers vullen elk een beoordelingsformulier in. Van deze scores wordt het rekenkundig gemiddelde gemaakt.
    • 50% van de punten op de beoordeling van de jury. De student stelt het eindproduct voor op een infomarkt. De jury bestaat uit lectoren en vertegenwoordigers van het werkveld. De student overtuigt de jury van zijn product, de juryleden kunnen vragen stellen. Lectoren en externe juryleden beoordelen de producten met een beoordelingsformulier. Van deze scores wordt het rekenkundig gemiddelde gemaakt.
  • indien de student niet geslaagd is (score < 10,0) voor de lezersbeoordeling, mag hij niet deelnemen aan de juryvoorstelling. Hij haalt bijgevolg 0 op dit deel.

Voor de beoordelingsformulieren gebruiken we een Likertschaal met 4 niveaus.

De eindopdracht wordt ingeleverd na de stage. Elke student heeft twee examenkansen binnen een academiejaar.
• 1ste examenperiode: indienen in januari (bij stage in semester 1 en afstuderen in januari) of juni (stage in semester 2 en afstuderen in juni).
• 2de examenperiode: indienen in augustus.
Voor elke examenperiode wordt een volledige eindopdracht ingediend.

Het niet inleveren van de bachelorproef binnen de voorziene deadline resulteert, ongeacht wettig of onwettig afwezig, in een score 0 op het examen.


De student is verplicht aanwezig op alle omkaderende hoorcolleges en begeleidingsmomenten.