Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
TAB 1.3 Basisverpleegkunde 226726/1716/1920/1/96
Studiegids

TAB 1.3 Basisverpleegkunde 2

26726/1716/1920/1/96
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 1
  • Bachelor in de verpleegkunde (in afbouw)
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als TAB 1.3 Basisverpleegkunde 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Titularis: Van Gerwen Ellen
Andere co-titularis(sen): Bosmans Johan, Van der Linden Eva, Verlinde Joeri, Wildiers Anja
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2019 (1ste semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 77,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Begincompetenties (tekst)

Voor dit Olod zijn geen specifieke begincompetenties vereist.

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan de demografische evolutie in België, Vlaanderen omschrijven (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan de normaalwaarden van bloed aangeven (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan de normale/pathologische lichamelijke – psychologische veranderingen bij ouderen beschrijven (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan een wonde op objectieve wijze omschrijven (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan verschillende technieken van zuurstoftoediening en medicatietoediening via de luchtwegen beschrijven. (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan de aspecten binnen de palliatieve zorgverlening beschrijven. (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan de rol van de verpleegkundige binnen de ouderenzorg benoemen (1.1.A.1) (niveau 1)
1. Opbouwen - 2. Formuleren van de verpleeg(kundige) diagnose
De student kan het suikermetabolisme, complicaties, wijzen van glycemie bepaling, soorten insuline en de toedieningswijze van insuline beschrijven (1.2.A.1) (niveau 1)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan anatomo- en fysiologische pathologie, de symptomen en de diagnostische oppuntstelling van dementie benoemen. (1.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de eigenschappen van en indicatie voor diverse antiseptieken beschrijven (1.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de gevolgen van een bloedklonter kunnen beschrijven en deze duidelijk kunnen overbrengen naar de patiënt toe (1.3.B.1) (niveau 1)
De student kan de oorzaken, stoornissen en het behandelprincipe van delier benoemen (1.3.A.1) (niveau 1)
De student kent de pathofysiologie van diabetes mellitus, juveniele diabetes en zwangerschapsdiabetes en kan hierbij de desbetreffende behandelingsmodaliteiten verklaren (1.3.B.1) (niveau 1)
De student kan de verbandclassificatie van en indicatie voor elke verbandsoort beschrijven (1.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de verpleegkundige taak omschrijven ter preventie van slijmophoping in de luchtwegen (1.3.A.1) (niveau 1)
De student kent het verschil tussen palliatieve sedatie, actieve en passieve euthanasie en kan de regelgeving inzake aanvraag tot euthanasie beschrijven (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan weet welke behandelingsmodaliteiten voor pijn voor handen zijn en welke aanbevelingen er vanuit de WHO hierover gegeven worden. (1.3.A.1) (niveau 1)
1. Opbouwen - 4. Rekening houden met de filosofische en ideologische overtuiging en culturele aspecten (met inbegrip van gewoonten, gebruiken en rituelen) van de zorgvrager en zijn omgeving tijdens de voorbereiding van de zorgsituatie.
De student kan de aspecten in verband met het levenseinde van de patiënt beschrijven, rekeninghoudend met diens ideologische overtuiging (1.4.B.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 5. Opstellen van een systematisch zorgplan.
De student kan de criteria van een weloverwogen systematiek bij de plaatselijke wondbehandeling, verbandkeuze en applicatie hanteren en deze waar nodig motiveren (1.5.A.1) (niveau 1)
De student kan de verpleegkundige verantwoordelijkheid bij de afname van een bloedstaal omschrijven.(1.5.A.1) (niveau 1)
De student kan maatregelen en principes benoemen die van belang zijn voor het toedienen van injecties (1.5.A.1) (niveau 1)
1. Opbouwen - 6. Rapporteren van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student de fysiologie van het ontstaan van een bloedklonter en de praktische maatregelen ter voorkoming van embolen bij de patiënt beschrijven, en kan deze maatregelen aan de patiënt verklaren (1.6.B.1) (niveau 1)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan de behoeften van de patiënt (eventueel aan de hand van een casus) betreffende medicatietoediening, pijn, levenseinde en decubituspreventie beschrijven (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan pijn aan de hand van meetinstrumenten objectiviseren en interpreteren (2.1.A.1) (niveau 1)
De student kent de nodige methoden om risicopatiënten (decubitus) op te sporen en weet hoe hij deze moet hanteren en interpreteren (2.1.A.1) (niveau 1)
2. Realiseren - 2. Toepassen van beroepsspecifieke handelingen ifv het opgestelde systematische zorgplan
De student kan de behoeften van een terminale en stervende patiënt beschrijven (2.2.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan de gevaren van zuurstofgebruik in therapeutische vorm beschrijven (2.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de noodzakelijke gegevens op een aanvraagformulier invullen (2.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de ontstaansmechanismen, risicofactoren en preventie van decubitus beschrijven (2.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de verschillende antistollingsmaatregelen die verpleegkundigen kunnen hanteren in het ziekenhuis beschrijven (2.3.A.1) (niveau 1)
De student kan de specifieke tekenen van een naderende dood beschrijven (2.3.A.1) (niveau 2)
De student kan de verschillende gradaties decubituswonden onderscheiden en weet welke specifieke aandachtspunten hij hieraan dient te geven (2.3.A.1) (niveau 1)
2. Realiseren - 4. Toepassen van gezondheidspromotie, rekening houdend met het welzijn van de zorgvrager.
De student kan praktische tips benoemen in omgang met blinden en slechtzienden, slechthorende en doven (2.4.A.1) (niveau 1)
De student kan weet welke verpleegkundige taken uitgevoerd dienen te worden na het overlijden van de patiënt zowel administratief als verpleegtechnisch (lijktooi). (2.4.A.1) (niveau 1)

Leerinhoud

In dit Olod komen volgende onderwerpen aan de orde:

  • Algemene aandachtspunten bij medicatietoediening
  • Risicofactoren thrombosevorming & preventieve maatregelen en anticoagulantie
  • Diabetes, insulinetherapie & orale antidiabetica
  • Aerosol en zuurstoftherapie
  • De terminale patiënt en de zorgen aan de overledene
  • Palliatieve zorgverlening
  • Palliatieve sedatie & euthanasie
  • Pijnbeleid
  • Verpleegkundige terminologie 
  • Decubitus
  • Wondzorg
  • Venapunctie
  • Bloedonderzoeken
  • Productenkennis
  • Gerontologie en geriatrische verpleging
  • Demografische tendensen
  • Het verouderingsproces
  • Specifieke veranderingen volgens het niveau van lichaamsorganisatie
  • Systeemveranderingen ten gevolge van het verouderingsproces
  • Psychische veranderingen ten gevolge van het verouderingsproces
  • Sociaal-maatschappelijke veranderingen ten gevolge van het verouderingsproces
  • Revalidatie en reactivering

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Cursus  'Theoretische achtergrond van het beroep 1.3 Basisverpleegkunde 2".

Ook digitaal beschikbaar op digitap.

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing2,00 uren
Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges26,00 uren
Werktijd buiten de contacturen49,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Semester 1Kennistoets100,00Schriftelijke of digitale toetsing:
Mogelijke soorten examenvragen die gesteld kunnen worden:
- Casusgerelateerde inzichtsvragen
- Open en gesloten kennisvragen
- Multiple choice vragen
- Invulvragen
Er kan voor het examen TAB 1.3 giscorrectie toegepast worden.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennistoets100,00Schriftelijke of digitale toetsing:
Mogelijke soorten examenvragen die gesteld kunnen worden:
- Casusgerelateerde inzichtsvragen
- Open en gesloten kennisvragen
- Multiple choice vragen
- Invulvragen
Er kan voor het examen TAB 1.3 giscorrectie toegepast worden.