Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Reflectieve Beroepsontwikkeling 126688/1716/1920/1/65
Studiegids

Reflectieve Beroepsontwikkeling 1

26688/1716/1920/1/65
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 1
  • Bachelor in de verpleegkunde (in afbouw)
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als Reflectieve Beroepsontwikkeling 1
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Janssens Inge
Andere co-titularis(sen): Matthyssen Benedicte, Present Evy, Simons Hedda, Spinnoy Karine, Van Assche Tom, Vanceulebroeck Valérie, Van den Broeck Nadine, Van Den Heuvel Anneleen, Van der Linden Eva, van Gils Yannic, Vermeiren Sofie
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2019 (Academiejaar)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Onderwijsorganisatie (tekst)

De werktijd buiten de contacturen bestaat uit 37 uren zelfstudie en 20 uren maatschappelijke dienstverlening.

Begincompetenties (tekst)

Voor dit OLOD zijn geen specifieke begincompetenties vereist.

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan aan de groepsgesprekken actief deelnemen door middel van het stellen van vragen en het geven van feedback. (1.1.B.2) (niveau 1)
De student kan de basis leggen voor het ontwikkelen van een “persoonlijk”en “ uniek” portfolio. (1.1.A.2) (niveau 1)
De student kan een PAP (persoonlijk ontwikkelingsplan) formuleren. (1.1.A.3) (niveau 1)
De student kan het portfolio aanvullen met de vereiste documenten; (1.1.A.2) (niveau 1)
De student kan het verband tussen de lemotest en zijn SWOT verwoorden. (1.1.B.1) (niveau 1)
De student kan op een correcte wijze de checklist invullen welke vermeldt of de gevraagde documenten in het portfolio van de medestudent aanwezig zijn. (1.1.B.2) (niveau 1)
De student kan persoonlijke en professionele ontwikkelingsdoelen formuleren volgens het smarti-systeem. (1.1.A.3) (niveau 1)
De student kan reflecteren over ervaringen die de student opdeed tijdens de groepssessies met betrekking tot de studieloopbaan en persoonlijke ontwikkeling. (1.1.A.3) (niveau 1)
De student kan verband verwoorden tussen de SWOT (sterkten, zwakten, valkuilen en bedreigingen) en de POP (persoonlijk ontwikkelingsplan). (1.1.B.1) (niveau 1)
De student kan zijn eigen leerstijl beschrijven. (1.1.A.3) (niveau 1)
De student kan zijn eigen SWOT (kwaliteiten, valkuilen, sterkten, zwakten en bedreigingen) uitleggen. (1.1.B.1) (niveau 1)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan gemaakte afspraken/criteria (in verband met portfolio, lessen/sessies, reflectieverslagen) nakomen. (1.3.A.1) (niveau 1)
1. Opbouwen - 7. Verantwoorden van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan de eigen mening, tijdens de supervisiesessies, op een sociaal vaardige manier verwoorden. (1.7.B.1) (niveau 1)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan maatschappelijke dienstverlening verlenen (2.1.B.2) (niveau 1)
De student kan reflecteren over het eigen handelen binnen de aangehaalde zorgsituatie. (2.1.A.3) (niveau 1)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan alternatieven zoeken voor zorgsituaties die zich voordeden op de stageplaats.(2.3.A.2) (niveau 1)
2. Realiseren - 5. Ethisch en juridisch handelen
De student kan het beroepsgeheim te respecteren. (2.5.B.3) (niveau 1)
3. Coördineren - 1. Waarderen van diverse beroepsspecifieke visies op zorg.
De student kan feedback ontvangen. (3.1.B.1) (niveau 1)
3. Coördineren - 2. Regisseren van de zorgsituatie
De student kan het POP (ontwikkelingsplan) en/of PAP (persoonlijk actieplan) indien nodig aanpassen. (3.2.A.2) (niveau 1)

Leerinhoud

In dit OLOD komen de volgende onderwerpen aan de orde:

De competenties: “zelfregulering en interpersoonlijke vaardigheden” staan centraal. Essentieel is dat de student leert reflecteren. Dit doet hij onder andere over de beroeps specifieke competenties.
De fase waarin de student zich bevindt (omtrent zijn persoonlijke- en studieloopbaanontwikkeling) speelt hierbij een grote rol.
In het eerste jaar ligt de nadruk op de student die zijn weg leert kennen in de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Hij is zich bewust van zijn motivatie om verpleegkundige te worden, kan dit verwoorden en onderzoekt het beroep “verpleegkunde”.
Hij werkt aan zijn zelfbeeld en brengt zijn studievoortgang in kaart. Door het invullen van de leer- en motivatietest leert hij zijn leersterkten, leerzwakten en motivatie beter kennen. Hij is zich bewust van de eigen leerstijl en heeft een plan/idee om deze optimaal te benutten De student start met het maken van zijn SWOT, POP en PAP en kent de beginselen van het reflecteren via de cirkel van Korthagen.

WC RBO:

  • Doel reflectieve beroepsontwikkeling 
  • Portfolio
  • Leerstijlen volgens Kolb en Vermunt
  • Leer- en motivatietest
  • Smarti-doelen
  • Sterkten, zwakten, bedreigingen, kansen (SWOT)
  • Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)
  • Persoonlijk actieplan (PAP)
  • Reflectie volgens de cirkel van Korthagen
  • Tutoring

Individuele sessies en groepssessies

  • De student legt een portfolio aan.
  • De student maakt opdrachten in verband met zijn studieloopbaan aan de hand van de aangeleerde theorie (zie WC) en verwoordt deze tijdens deze sessies.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Syllabus:
Reflectieve Beroepsontwikkeling 1

Reflecteren: Leren van je ervaringen als sociale professional, M.C. Marie-José Geenen
2017, 2e druk, ISBN: 978-90-469-0199-1

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges8,00 uren
Practicum en/of oefeningen2,00 uren
  • Omschrijving: IG
Vormen van groepsleren8,00 uren
Werktijd buiten de contacturen57,00 uren
  • Omschrijving: 20 u MD en 37 u zelfstudie

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarPortfolio100,00

Toetsing (tekst)

Eerste examenkans: De student geeft op verscheidene momenten onderdelen van zijn portfolio af. De student houdt zich wat betreft indienen, voorbereiding, aan- en afwezigheid en opdrachten aan de gedetailleerde instructies in de syllabus. De verdeling van de scores is terug te vinden in de toetsmatrijs.

Beoordelaar: RBO-coach

Afspraken m.b.t. afwezigheden:
Een afwezigheid is gewettigd als het afwezigheidsattest via Ibamaflex ingediend werd ten laatste de dag volgend op de ziekteperiode. Bij gewettigde afwezigheid kan de student een inhaalopdracht maken (zie cursus) en alsnog een score verkrijgen voor de desbetreffende sessie/gesprek. Wanneer de student niet tijdig de inhaalopdracht indient conform de richtlijnen in de syllabus, kunnen geen punten toegekend worden voor alle onderdelen verbonden aan de desbetreffende sessie/gesprek.
Bij een ongewettigde afwezigheid tijdens een sessie / gesprek wordt het cijfer ‘nul’ toegekend aan alle onderdelen die verbonden zijn aan de desbetreffende sessie/gesprek. (dus ook voorbereiding)
De vereiste uren Maatschappelijke Dienstverlening dienen cfr de richtlijnen uitgevoerd te worden, of de student kan maximaal een score van 9/20 behalen op het totale Olod. Indien de student niet het vereiste aantal uren tijdig gepresteerd heeft, kan hij een gemotiveerd schrijven richten aan het opleidingshoofd.
De student dient minimaal twee sessies bijgewoond te hebben om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.