Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
TAB 2.3 Zorg aan moeder en kind28411/1716/1920/1/59
Studiegids

TAB 2.3 Zorg aan moeder en kind

28411/1716/1920/1/59
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 2
  • Bachelor in de verpleegkunde (in afbouw)
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als TAB 2.3 Zorg aan moeder en kind
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Titularis: Vansteenbeeck Eva
Andere co-titularis(sen): Verheyen Veerle, Wildiers Anja
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2019 (1ste semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan aandoeningen van de luchtwegen opnoemen en herkennen (1.1.A.1) (niveau 2)
De student kan de belangrijkste infectieziekten bij kinderen opsommen en verklaren. (1.1.A.1) (niveau 2)
De student kan in eigen woorden uitleggen hoe de regeling van de lichaamstemperatuur gebeurt (1.1.A.1) (niveau 2)
De student kan toelichten hoe de neonatale aanpassing gebeurt. (1.1.A.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan de aandachtspunten bij de voorbereiding op een opname in het ziekenhuis volgens de leeftijdsgroepen beschrijven. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan de reacties van een kind bij een acute en geplande opname herkennen. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan de verpleegkundige aandachtspunten bij een kind met convulsies op een spoedgevallendienst toelichten. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan een overzicht geven van de stadia die een kind doorloopt als reactie op de scheiding van de ouders. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan verifiëren wanneer er bij een bevalling sprake is van pathologie. (1..A.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 5. Opstellen van een systematisch zorgplan.
De student kan de verpleegkundige aandachtspunten bij een acute opname formuleren. (1.5.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan alarmsignalen bij een pasgeborene herkennen. (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan de reacties van het kind op gebeurtenissen tijdens een ziekenhuisopname verklaren (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan een overzicht geven van de voor- en nadelen van ouderparticipatie bij de ziekenhuisopname van hun kind. (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan verschillende soorten gedrag bij een kind tijdens de ziekenhuisopname herkennen. (2.1.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 2. Toepassen van beroepsspecifieke handelingen ifv het opgestelde systematische zorgplan
De student kan aan een patiënt / kraamvrouw de nodige gezondheidsvoorlichting geven en aanbevelingen doen (mogelijk aan de hand van de casuspatiënt). (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan de handelingen en observatiepunten uitleggen die gesteld dienen te worden bij moeder en kind en dit tijdens het eerste uur na de partus. (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan de student kan aangeven welke de voorwaarden zijn om een kind in daghospitalisatie te behandelen (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan aangeven welke noden het kind in het ziekenhuis heeft en kan dit linken aan de rechten van het kind (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan de verschillende verpleegkundige taken bij de dagopname van een kind (2.2.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan uitleggen op welke wijze de pijn gestild kan worden tijdens arbeid en bevalling. (2.3.A.1) (niveau 2)
De student kan uitleggen welke hygiënische handelingen en observaties gesteld dienen te worden bij moeder en kind en dit bij de dagelijkse hygiënische verzorging tijdens de kraamperiode. (2.3.A.1) (niveau 2)

Leerinhoud

In dit Olod komen volgende onderwerpen aan de orde:
• Het ernstig zieke kind
• De pasgeborene / Alarmsignalen bij de pasgeborene
• Luchtwegen /maag-darmstelsel / infectieziekten
• Vaccinaties bij kinderen
• Verpleegkundige basisgegevens op een kinderafdeling
• Zieke kinderen en hun opname in het ziekenhuis
• Algemene en specifieke observatiegegevens bij kinderen
• Controle van de vitale functies bij kinderen
• Controle van de groei en de ontwikkeling bij kinderen
• Zuurstoftoediening bij kinderen
• Koorts / convulsies bij kinderen
• Verpleegkundige taken bij de daghospitalisatie van een kind
• Noden van het kind in het ziekenhuis
• Handvest van het kind in het ziekenhuis

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Cursus TAB 2.3 Zorg aan moeder en kind

Studiematerialen (tekst): Aanbevolen

Specialistische kinderverpleegkunde: zorg voor het zieke kind. I. De Kock – van Beerendonck, e.a., 2006. ISBN: 978-90-352-2830-6
Zieke kinderen: een handboek voor ouders en paramedici. Dr. J. Vandewynckele, 2010. ISBN: 987-90-382-1552-5

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges28,00 uren
Werktijd buiten de contacturen47,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Semester 1Kennistoets100,00Het examen bestaat uit kennis- en casusvragen.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennistoets100,00Het examen bestaat uit kennis- en casusvragen.