Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Reflectieve Beroepsontwikkeling 226691/1716/1920/1/70
Studiegids

Reflectieve Beroepsontwikkeling 2

26691/1716/1920/1/70
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 2
  • Bachelor in de verpleegkunde (in afbouw)
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als Reflectieve Beroepsontwikkeling 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Vanceulebroeck Valérie
Andere co-titularis(sen): Janssens Inge, Matthyssen Benedicte, Present Evy, Simons Hedda, Spinnoy Karine, Van Assche Tom, Van den Broeck Nadine, Van Den Heuvel Anneleen, Van der Linden Eva, van Gils Yannic, Vermeiren Sofie
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2019 (Academiejaar)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 80,00 uren

Volgtijdelijkheid

Onderwijsorganisatie (tekst)

De werktijd buiten de contacturen bestaat uit 47 uren zelfstudie en 20 uren maatschappelijke dienstverlening.

Begincompetenties (tekst)

Voorafgaand aan dit OLOD dient de student de volgende OLOD’S te hebben afgerond.

  • Klinisch onderwijs 1
  • RBO 1
  • Professionele vaardigheden 1
  • Theoretische achtergrond van het beroep 1.3

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan aan de groepsgesprekken actief deelnemen door middel van het stellen van vragen en geven van feedback. (1.1.B.2) (niveau 2)
De student kan aan de groepsgesprekken bijdragen door middel van bevraging van medestudenten, zodat de medestudenten meer inzicht bekomen over hun zelfbeeld en beroepsbeeld. (1.1.B.2) (niveau 2)
De student kan de MD activiteiten bespreken (1.1.A.3) (niveau 2)
De student kan de SWOT aanvullen. (1.1.A.3) (niveau 2)
De student kan het PAP (Persoonlijk actieplan) verder ontwikkelen. (1.1.A.3) (niveau 2)
De student kan op een correcte wijze de checklist invullen, die de aanwezige documenten in het portfolio van de medestudent vermeldt. (1.1.B.2) (niveau 2)
De student kan persoonlijke en professionele ontwikkelingsdoelen linken aan de competenties, dit doet de student ter voorbereiding van het 2de groepsgesprek. (1.1.A.3) (niveau 2)
De student kan persoonlijke en professionele ontwikkelingsdoelen opstellen volgens het smarti-systeem; (1.1.A.3) (niveau 2)
De student kan zijn eigen SWOT (kwaliteiten, valkuilen, sterkten, zwakten en bedreigingen) uitleggen. (1.1.B.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan gemaakte afspraken/criteria (in verband met portfolio, lessen/sessies, reflectieverslagen) na komen. (1.3.A.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 6. Rapporteren van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan zorgsituaties, die zich voordeden op de stageplaats, beschrijven aan de hand van reflectie. (1.6.A.3) (niveau 2)
1. Opbouwen - 7. Verantwoorden van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan van alle documenten in het portfolio verduidelijken aan de coach en de groepsleden. (1.7.B.1) (niveau 2)
De student kan de eigen mening tijdens op een sociaal vaardige manier verwoorden. (1.7.B.1) (niveau 2)
De student kan motiveren hoe de SWOT (sterkten, zwakten, bedreigingen, kansen) en POP met elkaar in verband staan. (1.7.B.1) (niveau 2)
De student kan zijn/haar persoonlijke en professionele (studieloopbaan)ontwikkeling (wat betreft het zelfbeeld en beroepsbeeld) beschrijven aan andere groepsleden. (1.7.B.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan betreft maatschappelijke dienstverlening de focus leggen op eigen maatschappelijke en culturele ontwikkeling en kan hij dit verwerken in zijn portfolio. (2.1.A.2) (niveau 2)
De student kan betreft maatschappelijke dienstverlening zijn eigen grenzen verleggen in functie van zijn professionele ontwikkeling en verwerkt dit in zijn portfolio. (2.1.A.2) (niveau 2)
De student kan reflecteren over de door hem gegeven feedback aan zijn medestudent. (2.1.A.3) (niveau 2)
De student kan reflecteren over de examenresultaten van het vorig academiejaar. (2.1.A.3) (niveau 2)
De student kan reflecteren over ervaringen en ontwikkelingen die de student tijdens de groepssessies ervaart, met betrekking tot de studieloopbaan en persoonlijke ontwikkeling. (2.1.A.3) (niveau 2)
De student kan zelf zijn verantwoordelijkheid opneemt voor zijn studieloopbaan. (2.1.A.3) (niveau 2)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan alternatieven zoeken voor zorgsituaties die zich voordeden op de stageplaats. (2.3.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 5. Ethisch en juridisch handelen
De student kan het beroepsgeheim bewaken (2.5.B.3) (niveau 2)
3. Coördineren - 1. Waarderen van diverse beroepsspecifieke visies op zorg.
De student kan feedback ontvangen van de coach en medestudenten (3.1.B.1) (niveau 2)

Leerinhoud

In dit OLOD komen de volgende onderwerpen aan bod:

De competentiedomeinen: “zelfregulering en interpersoonlijke vaardigheden” staan centraal. Essentieel is dat de student reflecteert. Dit doet hij over de beroeps specifieke competenties.
De fase waarin de student zich bevindt (omtrent zijn persoonlijke- en studieloopbaanontwikkeling) speelt hierbij een grote rol.
De student ontwikkelt en verdiept zijn zelfbeeld en beroepsbeeld. De student leert zelf verantwoordelijk te zijn voor zijn studieloopbaan. Hij ontwikkelt zelfinzicht, kan ontwikkelingsdoelen stellen, keuzes maken, initiatief nemen en reflecteren op eigen gedrag en studiehouding.

Werkcolleges:

  • Doel reflectieve beroepsontwikkeling
  • Verdere uitbouw van het portfolio.
  • Herhaling theorie SWOT (sterkten, zwakten, bedreigingen, kansen).
  • POP linken met competenties.
  • PAP (actieplan).
  • Verdieping reflectie volgens de cirkel van Korthagen

Groepssessies

  • De student legt een portfolio aan.
  • De student maakt opdrachten in verband met zijn studieloopbaan aan de hand van de aangeleerde theorie (zie WC) en verwoordt deze tijdens deze groepssessies.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Syllabus: Reflectieve Beroepsontwikkeling 2

Handboek:

Reflecteren: Leren van je ervaringen als sociale professional, M.C. Marie-José Geenen
2017, 2e druk, ISBN: 978-90-469-0199-1

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges3,00 uren
Vormen van groepsleren10,00 uren
Werktijd buiten de contacturen67,00 uren
  • Omschrijving: 47 uren zelfstudie en 20 uren maatschappelijke dienstverlening

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarPortfolio100,00

Toetsing (tekst)

Eerste examenkans: De student geeft op verscheidene momenten onderdelen van zijn portfolio af. De student houdt zich wat betreft indienen, voorbereiding, aan- en afwezigheid en opdrachten aan de gedetailleerde instructies in de syllabus. De verdeling van de scores is terug te vinden in de toetsmatrijs.

Beoordelaar: RBO-coach

Afspraken m.b.t. afwezigheden:
Een afwezigheid is gewettigd als het afwezigheidsattest via Ibamaflex ingediend werd ten laatste de dag volgend op de ziekteperiode. Bij gewettigde afwezigheid kan de student een inhaalopdracht maken (zie cursus) en alsnog een score verkrijgen voor de desbetreffende sessie/gesprek. Wanneer de student niet tijdig de inhaalopdracht indient conform de richtlijnen in de syllabus, kunnen geen punten toegekend worden voor alle onderdelen verbonden aan de desbetreffende sessie/gesprek.
Bij een ongewettigde afwezigheid tijdens een sessie reflectieve praktijk/gesprek wordt het cijfer ‘nul’ toegekend aan alle onderdelen die verbonden zijn aan de desbetreffende sessie/gesprek. (dus ook voorbereiding)

De vereiste uren Maatschappelijke Dienstverlening dienen cfr de richtlijnen uitgevoerd te worden, of de student kan maximaal een score van 9/20 behalen op het totale Olod. Indien de student niet het vereiste aantal uren tijdig gepresteerd heeft, kan hij een gemotiveerd schrijven richten aan het opleidingshoofd.

De student dient minimaal twee sessies bijgewoond te hebben om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.