Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Sociale wetenschappen 3: interprofessionele samenwerking in de gezondheidszorg26695/1716/1920/1/12
Studiegids

Sociale wetenschappen 3: interprofessionele samenwerking in de gezondheidszorg

26695/1716/1920/1/12
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 3
  • Bachelor in de verpleegkunde (in afbouw)
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als Sociale wetenschappen 3: interprofessionele samenwerking in de gezondheidszorg
  • Bachelor in de verpleegkunde: brugprogramma (afbouw) als Sociale wetenschappen 3: interprofessionele samenwerking in de gezondheidszorg
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Co-titularis(sen): Maertens Bruno, Schoeters Sharon, Spinnoy Karine, Vanceulebroeck Valérie, Van der Linden Eva, Van Gerwen Ellen, van Gils Yannic, Van Hoof An, Vermeiren Sofie, Wildiers Anja
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 09.03.2020 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Begincompetenties (tekst)

Voorafgaand aan dit Olod dient de student de volgende Olod’s te hebben afgerond:
Professionele expertise 2.1: stage algemeen

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan op mogelijke problemen anticiperen bij de implementatie van het zorgplan voor de zorgvrager en zijn omgeving. (1.3.A.2) (niveau 3)
De student kan bij de implementatie van het zorgplan mogelijke problemen anticiperen voor de zorgvrager en zijn omgeving (1.3.B.1) (niveau 3)
1. Opbouwen - 6. Rapporteren van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan adequaat een zorgsituatie rapporteren in een interprofessioneel overleg. (1.6.B.1) (niveau 3)
1. Opbouwen - 7. Verantwoorden van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan de uitgevoerde/voorgestelde verpleegkundige handelingen in de concrete zorgsituatie argumenteren naar het interprofessioneel team. (1.7.B.1) (niveau 3)
De student kan vanuit zijn/haar verpleegkundige bevoegdheden verantwoorden hoe hij/zij de verpleegkundige rol in het intra- en interprofessioneel overleg op zich heeft genomen, hoe hij/zij daarbij heeft geadviseerd, geoptimaliseerd en gehandeld. (1.7.A.1) (niveau 3)
De student kan vanuit zijn/haar verpleegkundige visie verantwoorden hoe hij/zij de verpleegkundige rol in het intra- en interprofessioneel overleg op zich heeft genomen, hoe hij/zij daarbij heeft geadviseerd en beoordeeld. (1.7.B.2) (niveau 3)
De student kan verantwoorden hoe hij/zij de verschillende rollen van de verpleegkundige heeft gehanteerd en deze gepast heeft ingezet bij het overleg met andere hulpverleners. (1.7.B.2) (niveau 3)
De student kan verantwoorden hoe hij/zij op een sociaal vaardige wijze heeft gecommuniceerd met de teamleden van het intra- en interprofessionele team (1.7.B.1) (niveau 3)
2. Realiseren - 2. Toepassen van beroepsspecifieke handelingen ifv het opgestelde systematische zorgplan
De student kan de verpleegkundige handelingen planmatig en doelgericht plannen in concrete zorgsituaties. (2.2.A.2) (niveau 3)
De student kan de verpleegkundige rol in het intra- en interprofessioneel overleg op zich nemen, adviseren, optimaliseren en handelen vanuit de verpleegkundige bevoegdheden. (2.2.B.2) (niveau 3)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan de verpleegkundige handelingen planmatig en doelgericht uitvoeren in concrete zorgsituaties vanuit evidence based gegevens. (2.3.A.1) (niveau 3)
3. Coördineren - 1. Waarderen van diverse beroepsspecifieke visies op zorg.
De student kan de verschillende rollen van de verpleegkundige hanteren en deze gepast inzetten bij het overleg met andere hulpverleners. (3.1.A.1) (niveau 3)
De student kan het intra- en interprofessioneel overleg ondersteunen, waarderen, stimuleren en faciliteren. (3.1.B.2) (niveau 3)
De student kan op een sociaal vaardige wijze communiceren met de teamleden van het intra- en interprofessionele team. (3.1.B.1) (niveau 3)
3. Coördineren - 3. Waarderen en respecteren van de bevoegdheden van de leden van het intra-en interprofessioneel team.
De student kan de verpleegkundige rol in het intra- en interprofessioneel overleg op zich nemen, adviseren, beoordelen en vertegenwoordigen vanuit de verpleegkundige visie. (3.3.A.1) (niveau 3)
De student kan verantwoorden hoe hij/zij het intra- en interprofessioneel overleg heeft ondersteund, gewaardeerd, gestimuleerd en gefaciliteerd. (3.3.A.2) (niveau 3)
De student kan verantwoorden hoe hij/zij zijn/haar gedrag heeft bijgestuurd in functie van de ontvangen feedback. (3.3.A.3) (niveau 3)
3. Coördineren - 4. Begeleiden van teamleden in hun leerproces.
De student kan gepast feedback geven en ontvangen. (3.4.A.3) (niveau 3)
De student kan verantwoorden hoe hij/zij gepast feedback heeft gegeven en ontvangen. (3.4.A.1) (niveau 3)
De student kan zijn/haar gedrag bijsturen in functie van de ontvangen feedback. (3.4.B.2) (niveau 3)

Leerinhoud

In dit Olod komen volgende onderwerpen aan de orde:

IPSIG: InterProfessioneel Samenwerken In de Gezondheidszorg

Eigen beroepsspecifieke bevoegdheden en beperktheden, alsook de bevoegdheden van andere professionelen in de gezondheidszorg.
Casusbesprekingen, zorgplannen, ethiek, zelfreflectie, peer, self en performance assessment zijn de methodieken om in kleine groepen samenwerking aan te pakken. Uiteindelijk gaat het erom dat deze beginnende gezondheidswerkers hun rol in de gezondheidszorg realiseren. Dat betekent dat zij als expert, levenslang lerende, communicator, manager, professional, belangenbehartiger en teamspeler hun patiënten de beste zorg bieden.
Communicator
Ontwikkelt een professionele verstandhouding, vertrouwen en een ethisch therapeutische relatie met cliënt, cliëntsysteem en andere betrokken collega’s en professionelen.
Teamspeler
Effectieve en gepaste deelname aan een teamwerking, waarbij de cliënt centraal staat. Motiveert en evalueert het team(-functioneren) continu en stuurt bij waar nodig.
Manager
Neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot het bevorderen van de kwaliteit van zorg. Plant en beheert administratie en taken efficiënt. Hanteert een gepaste leiderschapsstijl en neemt op actieve wijze deel aan vergaderingen en bijeenkomsten.
Belangenbehartiger
Herkent en benoemt de noden en behoeften van de cliënt en het team in het kader van leveren van kwaliteitsvolle zorg.
Levenslang lerende
Handhaaft en verbetert de interprofessionele activiteiten continu door kritisch evalueren van de bevindingen en beslissingen in teamverband.
Professional
Toont betrokkenheid met cliënt, cliëntsysteem, collega’s en andere professionelen.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Leren interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg. G. Tsakitzidis. 2017.
ISBN 978 90 341 9457 2

 

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Vormen van groepsleren36,00 uren
Werktijd buiten de contacturen39,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Semester 2Reflectieopdracht100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeProjectopdracht100,00

Toetsing (tekst)

De casustoets behelst het uitwerken van een zorgplan.
De beoordeling van de reflectieopdracht is opgebouwd uit een reflectieverslag, een peer-assessment en een beoordeling door de lector op basis van observatie.

Studenten die omwille van buitenlandse stage, leerwerkplaats of brugtraject niet kunnen deelnemen aan de IPSIG-module, dienen een vervangopdracht (100%) te maken. De criteria om te slagen voor deze opdrachten zijn vermeld in de opdracht zelf.

De opdrachten zijn verplichte literatuur voor deze studenten en zijn beschikbaar op Digitale leeromgeving.