Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Reflectieve Beroepsontwikkeling 326706/1716/1920/1/95
Studiegids

Reflectieve Beroepsontwikkeling 3

26706/1716/1920/1/95
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 3
  • Bachelor in de verpleegkunde (in afbouw)
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als Reflectieve Beroepsontwikkeling 3
  • Bachelor in de verpleegkunde: brugprogramma (afbouw) als Reflectieve Beroepsontwikkeling 3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): Janssens Inge, Matthyssen Benedicte, Present Evy, Simons Hedda, Spinnoy Karine, Van Assche Tom, Vanceulebroeck Valérie, Van den Broeck Nadine, Van Den Heuvel Anneleen, van Gils Yannic
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2019 (Academiejaar) of 15.10.2019 (1ste semester)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan aan de groepsgesprekken bijdragen door het analyseren van de professionele en persoonlijke doelen van medestudenten, zodat de medestudenten meer inzicht bekomen over hun zelfbeeld, beroepsbeeld en de competenties die ze nog niet bereikt hebben. (1.1.B.2) (niveau 3)
De student kan aan de hand van de gevolgde bijscholing zijn professionele ontwikkeling tot beginnend beroepsbeoefenaar vervolledigen. (1.1.A.1) (niveau 3)
De student kan aan de hand van voorbeelden, de verschillende rollen die hij als verpleegkundige moet aannemen (CanMeds® model) tijdens de uitoefening van het beroep verdedigen. (1.1.B.1) (niveau 3)
De student kan actief aan de groepsgesprekken deelnemen door middel van het geven van feedback. (1.1.B.2) (niveau 3)
De student kan de door hem gemaakte SWOT, POP, PAP toelichten. (1.1.B.1) (niveau 3)
De student kan het portfolio vervolledigen met de vereiste documenten. (1.1.A.2) (niveau 3)
De student kan na reflectie over opgedane ervaringen met betrekking tot de studieloopbaan en persoonlijke ontwikkeling, de doelen evalueren en bijsturen. (1.1.A.2) (niveau 3)
De student kan zijn POP (persoonlijke en professionele ontwikkelingsdoelen) voltooien aan de hand van de competenties. (1.1.A.3) (niveau 3)
De student kan zijn SWOT en PAP voltooien. (1.1.A.3) (niveau 3)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan de richtlijnen in verband met maatschappelijke dienstverlening correct uitvoeren. (1.3.A.1) (niveau 3)
1. Opbouwen - 4. Rekening houden met de filosofische en ideologische overtuiging en culturele aspecten (met inbegrip van gewoonten, gebruiken en rituelen) van de zorgvrager en zijn omgeving tijdens de voorbereiding van de zorgsituatie.
De student kan door middel van reflectie argumenteren in hoeverre hij rekening houdt met filosofische en ideologische overtuiging en culturele aspecten (met inbegrip van gewoonten, gebruiken en rituelen) van de zorgvrager en zijn omgeving tijdens de zorgsituatie. (1.4.A.3) (niveau 3)
1. Opbouwen - 6. Rapporteren van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan de door hem gegeven feedback aan zijn medestudenten, door middel van reflectie, evalueren. (1.6.A.3) (niveau 3)
De student kan reflecteren over zijn functioneren tijdens het studieloopbaangesprek en integreert in zijn reflectie de bevindingen en feedback van medestudenten. (1.6.A.3) (niveau 3)
2. Realiseren - 4. Toepassen van gezondheidspromotie, rekening houdend met het welzijn van de zorgvrager.
De student kan patiënten/cliënten leren hoe ze hun gedrag kunnen veranderen om gezonder te leven en meer controle te krijgen over hun gezondheidstoestand. (2.4.B.3) (niveau 3)
De student kan samen met andere verpleegkundigen en andere professionals deelnemen aan activiteiten voor ziektebestrijding, alsook de bevordering van een gezonde levensstijl en het milieu. (2.4.B.3) (niveau 3)
De student kan voorlichting verstrekken aan de patiënt/cliënt in verband met een gezonde levenswijze, preventie en het voorkomen van risicogedrag. (2.4.B.3) (niveau 3)
2. Realiseren - 5. Ethisch en juridisch handelen
De student kan het beroepsgeheim tijdens de ganse duur van het OLOD respecteren. (2.5.B.3) (niveau 3)
3. Coördineren - 2. Regisseren van de zorgsituatie
De student kan een discussie/gesprek voeren met aanbrengen van voor- en nadelen rekening houdend met de aangeleerde sociale vaardigheden. (3.2.B.1) (niveau 3)
De student kan gemaakte afspraken/criteria (in verband met portfolio, lessen/sessies, reflectieverslagen) nakomen. (3.2.A.1) (niveau 3)
De student kan situaties, die zich voordeden op stage, analyseren. (3.2.B.2) (niveau 3)
3. Coördineren - 3. Waarderen en respecteren van de bevoegdheden van de leden van het intra-en interprofessioneel team.
De student kan bijdragen aan een positief imago van het beroep van verpleegkundige en mee vorm geven aan een duidelijke beroepsidentiteit. (3.3.B.3) (niveau 3)
3. Coördineren - 4. Begeleiden van teamleden in hun leerproces.
De student kan, aan de hand van vraagstelling, de andere groepsleden stimuleren. (3.4.B.2) (niveau 3)
De student kan de stijl van het leerproces van de tutee en zijn eigen leerstijl analyseren, vervolgens reflecteren over zijn wijze van tutoring, om indien nodig, de tutoring aan te passen. (3.4.A.3) (niveau 3)
De student kan op een correcte wijze het geven van feedback toepassen. (3.4.A.3) (niveau 3)

Leerinhoud

In dit OLOD komen de volgende onderwerpen aan bod:

Tijdens Reflectieve beroepsontwikkeling 3 staan de competentiedomeinen: “zelfregulering en interpersoonlijke vaardigheden” centraal. Essentieel is dat de student reflecteert. Dit doet hij onder andere over de beroeps specifieke competenties.
De fase waarin de student zich bevindt (omtrent zijn persoonlijke- en studieloopbaanontwikkeling) speelt hierbij een grote rol.
Tijdens dit academiejaar staat profilering als beginnend beroepsbeoefenaar met zijn beroepscompetenties centraal. De student zal zijn competenties verder ontwikkelen, door middel van zelfreflectie over zijn opgedane studieloopbaan ervaringen, en tijdens een groepsgesprek met zijn coach en medestudenten.

Werkcolleges:
Verdere uitbouw van het portfolio
POP linken aan competenties
Verdieping reflectie volgens de cirkel van Korthagen
Informatie over tutoring
Informatie in verband met te volgen bijscholingen
Informatie en voorbereiding met betrekking tot het presenteren van het portfolio
Informatie over Maatschappelijke dienstverlening
Individuele sessie en groepssessie:
Toelichten door de student van zijn portfolio.
De student maakt opdrachten in verband met zijn studieloopbaan aan de hand van de aangeleerde theorie (zie WC en vorig academiejaar) en verwoordt deze tijdens de groepssessies.
Samen met de coach en medestudenten bouwt de student zijn studieloopbaan tot beginnend beroepsbeoefenaar verder uit.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Syllabus:
Reflectieve Beroepsontwikkeling 1

Handboek:
Reflecteren: Leren van je ervaringen als sociale professional, M.C. Marie-José Geenen
2017, 2e druk, ISBN: 978-90-469-0199-1

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges4,00 uren
Practicum en/of oefeningen10,00 uren
Vormen van groepsleren6,00 uren
Werktijd buiten de contacturen55,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarPortfolio100,00

Toetsing (tekst)

De student geeft op verscheidene momenten onderdelen van zijn portfolio af. De student houdt zich wat betreft indienen, voorbereiding, aan- en afwezigheid en opdrachten aan de gedetailleerde instructies in de syllabus. De verdeling van de scores is terug te vinden in de toetsmatrijs.

Afspraken m.b.t. afwezigheden:
Een afwezigheid is gewettigd als het afwezigheidsattest via Ibamaflex ingediend werd ten laatste de dag volgend op de ziekteperiode. Bij gewettigde afwezigheid kan de student een inhaalopdracht maken en alsnog een score verkrijgen voor de desbetreffende sessie/gesprek. Wanneer de student niet tijdig de inhaalopdracht indient conform de richtlijnen in de syllabus, kunnen geen punten toegekend worden voor alle onderdelen verbonden aan de desbetreffende sessie/gesprek.
Bij een ongewettigde afwezigheid tijdens een sessie reflectieve praktijk/gesprek wordt het cijfer ‘nul’ toegekend aan alle onderdelen die verbonden zijn aan de desbetreffende sessie/gesprek. (dus ook voorbereiding)

De vereiste uren Maatschappelijke Dienstverlening dienen cfr de richtlijnen uitgevoerd te worden, of de student kan maximaal een score van 9/20 behalen op het totale Olod. Indien de student niet het vereiste aantal uren tijdig gepresteerd heeft, kan hij een gemotiveerd schrijven richten aan het opleidingshoofd.
De student dient minimaal twee sessies bijgewoond te hebben om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.