Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Project/blokproject 624026/1690/1920/1/46
Studiegids

Project/blokproject 6

24026/1690/1920/1/46
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de orthopedagogie, trajectschijf 3
    Keuzeoptie:
    • Community Care
    • Intercultureel werk
    • Orthopedagogie: aanvullingstraject
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 12 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Demesmaeker Greet
Andere co-titularis(sen): Adams Carl, Avonds Mieke, De Roey David, Desloovere Karen, De Wit Veerle, Eraets Kristel, Mallentjer Maite, Moentjens Gwendy, Pazmany Els, Roelandt-Blom Cindy, Rosseel Dona, Van Tongel Wim
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 09.03.2020 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit getolereerd).
Totale studietijd: 312,00 uren

Volgtijdelijkheid

(binnen trajectschijf 1 al minstens 60 studiepunten afgewerkt hebben EN binnen trajectschijf 2 al minstens 60 studiepunten afgewerkt hebben) OF geslaagd voor Praktijk A1 OF geslaagd voor Praktijk C1.

Korte omschrijving

Het opleidingsonderdeel ‘Project’ vormt een belangrijk sluitstuk van de opleiding tot Professionele Bachelor Orthopedagogie.
Het ‘Project’ is opgevat als een opleidingsonderdeel dat studenten stimuleert om competenties te integreren.
Het opleidingsonderdeel is bij uitstek bedoeld om aan studenten de kans te geven, op een actieve en zelfsturende manier, een complexe taak in teamverband tot een goed einde te brengen. Op die manier proberen we in een onderwijscontext de werkrealiteit van de toekomstige opvoeder - begeleider zo sterk als mogelijk te benaderen. Onderzoeksvragen gesteld door het werkveld, zijn het uitgangspunt om dit praktijkgericht onderzoek uit te bouwen. Dit zorgt ervoor dat het onderzoek relevant is voor de praktijk, dat het gericht is om de praktijk te ondersteunen en dat het een gefundeerde en innoverende bijdrage levert aan de ontwikkeling van die praktijk.
Gezien het belang van en het veelvuldig voorkomen van teamwerk in het werkveld, zullen de studenten in groep een onderzoeksvraag uitwerken. Zo worden in dit opleidingsonderdeel niet enkel competenties verworven die noodzakelijk zijn om een resultaat te bereiken, maar wordt er gewicht gegeven aan die competenties die belangrijk zijn om samenwerking optimaal te laten lopen. Project als werkvorm wordt, naast het groepsaspect en een onderzoeksopdracht, benaderd vanuit een orthopedagogisch en internationaal perspectief, wat doorheen het gehele werk zichtbaar wordt verwerkt.
Het verzamelen van informatie gebeurt door literatuuronderzoek, eventuele vorming en/of studiebezoeken en een verplichte internationale studiereis. Gedurende deze reis, die minstens vier dagen en drie nachten omvat, worden minstens vier relevante studiebezoeken afgelegd. De opgedane bevindingen worden doorheen het gehele product verwerkt. We verwachten tevens dat studenten zicht krijgen op de maatschappelijke en culturele invloeden op de welzijnszorg in het bezochte land. Om aan dit laatste criterium te kunnen voldoen, wordt verwacht dat één van de vier studiebezoeken maatschappelijk relevant is. De kostprijs van deze studiereis is variabel, afhankelijk van bestemming, vervoer,…

Begincompetenties (tekst)

De student past de spellings-en grammaticaregels correct toe in verslaggeving.
De student refereert conform de APA- normen.

OLR-Leerdoelen (lijst)

De PBA orthopedagogie ondersteunt, begeleidt, organiseert en coördineert wonen, werken, leren en vrije tijd in de dagdagelijkse context. Hij doet dit op een methodische en duurzame wijze, met aandacht voor creativiteit en innovatie. Hij neemt bewust initiatieven om de ontwikkelingskansen en kwaliteit van leven/bestaan te garanderen.
De student deelt ingewikkelde problemen op in deelproblemen in functie van het afbakenen van de onderzoeksvraag.
De student hanteert de onderzoekscyclus vanuit (ortho)(ped)agogische perspectief met de nodige nuancering aangepast aan de concrete context.
De student expliciteert en beargumenteert gemaakte (methodologische en inhoudelijke) keuzes.
De PBA orthopedagogie draagt op micro-, meso- en macroniveau actief bij tot begrip en betrokkenheid aangaande beroepsgerelateerde ethische, normatieve en maatschappelijke vragen. Hij handelt vanuit universele rechten en waarden.
De student ontwikkelt een eigen visie op de actuele vraagstukken in het werkveld.
De student toetst het eigen handelen af aan deontologische codes en ethische overwegingen.
De student volgt de maatschappelijke ontwikkeling van het eigen werkveld actief op.
De PBA orthopedagogie stuurt zijn (ortho)(ped)agogisch handelen bij aan de hand van kritische (zelf)reflectie, actuele inzichten uit wetenschappelijk onderzoek en regionale, Europese en internationale evoluties.
De student controleert informatie op betrouwbaarheid en validiteit en houdt rekening met verschillende invalshoeken bij oordeelsvorming.
De student hanteert een doordachte en onderbouwde visie vanuit een (ortho)(ped)agogische invalshoek
De student expliciteert de leerresultaten uit de internationale studiereis.
De student formuleert kritische bedenkingen bij het eigen onderzoek.
De student hanteert (ortho)(ped)agogische begrippenkaders om professioneel denken/handelen te verantwoorden.
De student reflecteert over het verband tussen de onderzoeksvraag en de maatschappelijke organisatie van zorg en welzijn van het bezochte land.
De student stuurt de eigen professionalisering aan.
De student synthetiseert verschillende bronnen tot een samenhangend geheel.
De student zet bewust eigen talenten in.
De student expliciteert het eigen referentiekader.
De PBA orthopedagogie werkt (interdisciplinair) samen en communiceert, ook in complexe en gespecialiseerde contexten, helder en respectvol met zijn cliënt, het cliëntsysteem, collega’s en externen.
De student balanceert bewust tussen het opnemen en het delen van het eigen leiderschap.
De student balanceert bewust tussen product, proces- en proceduregericht samenwerken.
De student communiceert doordacht over ervaren verschillen in referentiekader.
de student rapporteert op heldere, gestructureerde en creatieve wijze
De student hanteert een planning/timing op flexibele manier.
De student hanteert interculturele communicatie.
De student maakt van verschillen in referentiekader een meerwaarde in het samenwerken.
De student werkt constructief samen bij teamwerk.
De student organiseert samen met de andere studenten intervisie.
De student stimuleert het team om groepsdynamisch te ontwikkelen.
De student communiceert helder naar externen
de student werkt met een open houding samen met externen
De PBA orthopedagogie levert actief een bijdrage aan de visieontwikkeling, het beleid en het beheer van de organisatie.
De student ontwikkelt een innovatief antwoord op een onderzoeksvraag
De student draagt bij aan innovatie in de organisatie

Leerinhoud

Per projectgroep wordt een onderzoekvraag vanuit de beroepspraktijk systematisch (=door het doorlopen van en aantal vaste stappen), bruikbaar en onderbouwd beantwoord. Deze onderzoeksvraag is bepalend voor de leerinhoud en verschilt per projectgroep. De ingediende projecten dienen te voldoen aan een aantal criteria:

- Het project is werkveldrelevant, de aard van de opdracht sluit aan bij het werkveld van de opvoeder-begeleider.
- Het project wordt in voldoende mate ondersteund door de projectaanvrager.
- Het project kan theoretisch uitgediept worden én is praktisch vertaalbaar.
- Het project laat toe dat er in groep kan samengewerkt worden zodat groepscompetenties verworven kunnen worden.
- Het project heeft de mogelijkheid in zich om kennis, kunnen en zijn van de individuele student te integreren zodat hij aan individuele competenties kan werken.
- Het project kan resulteren in een eindproduct dat evalueerbaar is.
- Het project heeft een gebruiks- en meerwaarde voor het werkveld. Het (ortho)(ped)agogisch werkrelevant project laat toe dat een in de praktijk bruikbaar antwoord mogelijk is.
- Het project is realiseerbaar binnen de voorziene ruimte aan tijd, personele en financiële middelen.

In de projectvoorstellen gaat het om een probleem, door het werkveld gedetecteerd en waar men een antwoord op wil. Dit antwoord betekent een verbetering of vernieuwing van de beroepspraktijk. Het antwoord kan echter ook een verbetering van de positie van betrokkenen inhouden.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

- Donk, C. van der & Lanen, B. van (2011). Praktijkonderzoek in zorg en welzijn. Bussum: Coutinho.
- Poelmans, P. & Severijnen, O. (2013). De APA-richtlijnen. Over literatuurverwijzing en onderzoeksrapportage. Bussum: Coutinho.
- studiewijzer/leidraad ‘Project’

Studiematerialen (tekst): Aanbevolen

- Syllabus OLOD ‘Documentatie en onderzoeksmethoden’.

- Geenen, M.J. (2010). Reflecteren. Leren van je ervaringen als sociale professional. Bussum: Coutinho.

- Informatie met betrekking tot het onderzoeksthema.

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing3,00 uren
Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges
Practicum en/of oefeningen
Vormen van groepsleren30,00 uren
Werkplekleren en/of stage
Werktijd buiten de contacturen279,00 uren
  • Opmerking: + Internationale studiereis: variabele studiekost, afhankelijk van bestemming, vervoer,…

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarAfstudeeropdracht100,001. Korte omschrijving van de toets:
De projectopdracht wordt door middel van vier clusters beoordeeld.
a) Proces: 20%
Methode: gedragsobservatie, peerassement , reflectieopdracht
Bron: open boek
Medium: schriftelijk en mondeling
Moment: momentopname na proces
b) Paper: 50%
Methode: paper en eventueel product
Bron: open boek
Medium: schriftelijk
Moment: momentopname na proces
c) Presentatie: 10%
Methode: presentatie
Bron: open boek
Medium: digitaal en mondeling
Moment: momentopname op examen
d) Verantwoording: 20%
Methode: open vragen
Bron: open boek
Medium: mondeling
Moment: momentopname op examen
2. Beoordelaar: peers, lector en jury.
3. Clausule voor taal: Voor taal- en vormfouten worden er binnen de opleiding orthopedagogie tot 4 punten afgetrokken op de cluster Paper
4. Afspraken rond verplichte aanwezigheden en afwezigheden:
De student verwittigt de lector ten laatste op de dag van de afwezigheid en wettigt de afwezigheid binnen de 4 werkdagen aan de hand van een medisch attest via de module ‘Mijn afwezigheden’ in iBaMaFlex.
Concrete afspraken rond afwezigheden vind je terug in de projectleidraad/ studiewijzer. Verplichte deelname aan de internationale studiereis.
Als de student niet geslaagd is voor het totaal van het opleidingsonderdeel in de eerste examenperiode, maar daarbij wel geslaagd is voor een specifieke cluster (deelexamen), dan wordt het cijfer voor deze cluster overgedragen naar de 2de examenperiode.

Uitzondering: Als een individuele student een deelcijfer behaalt dat kleiner is dan 10/20 op de cluster proces, wordt voor deze student code ‘F’ van ‘Fail’ toegekend voor het gehele opleidingsonderdeel, waardoor de student niet slaagt voor dit opleidingsonderdeel. Dit omdat binnen de cluster proces de leerdoelen m.b. tot samenwerken worden getoetst. Deze leerdoelen toetsen een kerncompetentie die essentieel is om als bachelor in de Orthopedagogie later in het werkveld aan de slag te kunnen. Ook het afwezig zijn op project- en werkvergaderingen wordt meegenomen in de beoordeling van de leerdoelen m.b.t. samenwerken (concrete afspraken hierover vind je terug in de projectleidraad/ studiewijzer). Deze kerncompetentie wordt echter niet in de andere clusters (deelexamens) getoetst. De verdeling van de verschillende leerdoelen per cluster (deelexamen), vind je terug in het beoordelingsformulier van project op de digitale leeromgeving.
Als de student een code ‘F’ van ‘Fail’ kreeg in de eerste examenperiode, dan wordt deze code ‘F’ van ‘Fail’ voor deze student ook toegekend in de 2de examenperiode omdat de competenties waarvoor deze student een tekort had behaald in de eerste examenperiode (cluster proces), niet kunnen hertoetst worden in de tweede examenperiode. Dit omdat de leerdoelen met betrekking tot samenwerken niet op het beoogde geïntegreerde niveau kunnen hertoetst worden wegens organisatorische redenen en een te korte tijdspanne.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeAfstudeeropdracht100,00De projectopdracht wordt door middel van vier clusters beoordeeld.

Indien een student in de eerste examenperiode niet geslaagd is voor het opleidingsonderdeel, zal de student de leerdoelen van de clusters waarvoor hij/zij niet is geslaagd, moeten herkansen in de tweede examenperiode. Uitzondering: bij een deelcijfer kleiner dan 10/20 op de cluster proces, wordt code ‘F’ van ‘Fail’ ook toegekend in de tweede examenperiode (zie toetsing eerste examenperiode).

Wanneer de student een tekort heeft op een bepaalde cluster, zal de projectbeoordelingscommissie (is de jury van het betrokken project tijdens de eerste examenkans) feedback formuleren waarmee de student bij de hertoetsing rekening dient te houden. Het is de verantwoordelijkheid van de student, om de opdracht voor de tweede examenperiode van de digitale leeromgeving te halen. Het is de verantwoordelijkheid van de student om de juiste opdrachten, volledig en tijdig aan de betrokken lectoren/juryleden te overhandigen.

a) Proces: 20%
Methode: gedragsobservatie, peerassement
Bron: open boek
Medium: schriftelijk en mondeling
Moment: momentopname na proces
b) Paper: 50%
Methode: paper en eventueel product
Bron: open boek
Medium: schriftelijk
Moment: momentopname na proces
c) Presentatie: 10%
Methode: presentatie
Bron: open boek
Medium: digitaal en mondeling
Moment: momentopname op examen
d) Verantwoording: 20%
Methode: open vragen
Bron: open boek
Medium: mondeling
Moment: momentopname op examen
2. Beoordelaar: lector en jury.

3. Clausule voor taal:
Voor taal- en vormfouten worden er binnen de opleiding Orthopedagogie tot max. 4 punten afgetrokken van het cijfer voor de cluster Paper.