Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Praktijkgerichte contextbegeleiding 430653/1690/1920/1/33
Studiegids

Praktijkgerichte contextbegeleiding 4

30653/1690/1920/1/33
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de orthopedagogie, trajectschijf 2
    Keuzepakket:
    • Palet orthopedagogie Bachelor 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Verreyken Sarah
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 09.03.2020 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel is tolereerbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Totale studietijd: 78,00 uren

Volgtijdelijkheid

binnen trajectschijf 1 al minstens 40 studiepunten afgewerkt hebben.

Korte omschrijving

Contextbegeleiding is een opleidingsonderdeel dat binnen het pakket aan keuze-opleidingsonderdelen in het curriculum aangeboden wordt. Contextbegeleiding speelt in op de actuele tendens om zoveel mogelijk hulpverlening aan te bieden binnen de context van de hulpvrager en het netwerk daar optimaal bij te betrekken. 

Tijdens de lessen wordt er verdiepend ingegaan op het contextuele kader van Nagy en hoe dit te hanteren in de praktijk. We staan stil bij de begeleidershouding van een contextgerichte hulpverlener en oefenen we tal van contextgerichte, systeemgerichte, netwerkgerichte, oplossingsgerichte en krachtgerichte methoden en technieken. O.a. werken met een genogram, inzetten van duplopoppetjes, verdieping van de Eigen krachten Conferenties, ITP-model etc. Ook de noodzaak van intervisie en het creëren van een gevoeligheid voor interculturele aspecten binnen de context van de hulpvrager komen aan bod. Elk jaar laten we ook een organisatie aan bod komen die vanuit een vernieuwende kijk met de context aan de slag gaat.
Dit opleidingsonderdeel wordt aangeboden op het ogenblik dat de meeste studenten stage lopen. Daarom worden er geregeld verbanden gelegd met de praktijk en worden studenten uitgedaagd om de input uit deze les direct in te zetten op hun stageplek.

OLR-Leerdoelen (lijst)

De PBA orthopedagogie bouwt vanuit een (ortho)(ped)agogische grondhouding op een professionele manier een begeleidingsrelatie op met de cliënt en het cliëntsysteem, en draagt zorg voor het onderhouden en het afronden ervan.
De student hanteert een contextgerichte begeleidershouding
De PBA orthopedagogie ondersteunt, begeleidt, organiseert en coördineert wonen, werken, leren en vrije tijd in de dagdagelijkse context. Hij doet dit op een methodische en duurzame wijze, met aandacht voor creativiteit en innovatie. Hij neemt bewust initiatieven om de ontwikkelingskansen en kwaliteit van leven/bestaan te garanderen.
De student hanteert de begrippen uit het contextuele kader om verandering te bekomen in praktijkvoorbeelden en eigen context.
De student illustreert de uitvoering van contextgerichte, systeemgerichte, krachtgerichte, netwerkgerichte en oplossingsgerichte methodieken in contextbegeleiding.
De PBA orthopedagogie stuurt zijn (ortho)(ped)agogisch handelen bij aan de hand van kritische (zelf)reflectie, actuele inzichten uit wetenschappelijk onderzoek en regionale, Europese en internationale evoluties.
De student onderkent de invloed van zijn eigen context- en referentiekader op zijn professioneel functioneren
De student formuleert de eigen mogelijkheden, grenzen en beperkingen in het uitvoeren van (een) contextgerichte en krachtgerichte basishouding en methodische handelwijzen bij contextbegeleiding.
De student hanteert de begrippen uit het contextuele kader om inzicht te bekomen in praktijkvoorbeelden en eigen context.
De PBA orthopedagogie ondersteunt de cliënt in het kwalitatief en duurzaam versterken van zijn netwerken, om het welzijn en de maatschappelijke participatie te vergroten.
De student brengt door middel van theoretisch gefundeerde methodieken het netwerk van cliënten in kaart.
De student toetst het netwerk van de cliënt op de aanwezigheid van potentiële hulpbronnen bij de ondersteuning.

Leerinhoud

- Inzicht in de opmars van contextbegeleiding in het huidige hulpverlenerslandschap, zowel structureel als beleidsmatig.

- De toepassing van het contextueel denkkader van Nagy o.m. het werken met een genogram, het werken met duplopopjes, het tekenen van de balans van geven en ontvangen, … als methodieken binnen een contextueel denkkader
- Werken rond de basishouding (IPT –model) die een contextuele hulpverlener zich eigen moet maken
- Oefenen van concrete contextgerichte, netwerkgerichte, oplossingsgerichte, krachtgerichte en systeemgerichte methodieken.
- Een gastspreker uit het werkveld die specifieke contextgerichte methoden en technieken uit zijn of haar voorziening met studenten inoefent
- Aandacht voor gezins-, inter-, en etnisch culturele aspecten binnen contextbegeleiding
- Super- en intervisie als noodzakelijke ondersteuning bij contextbegeleiding

Studiematerialen (tekst): Verplicht

- Syllabus 'Contextbegeleiding' (2019-2020)
- ondersteunend materiaal via Digitap
- Studiewijzer

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing1,00 uren
Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges
Practicum en/of oefeningen20,00 uren
Werktijd buiten de contacturen57,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarVaardigheidstoets hands off100,00De hands off vaardigheidstoets is een mondeling examen dat de studenten vooraf voorbereiden door een casus uit te werken. Hiervoor maken ze gebruik van de theoretische kaders en methodieken uit de syllabus, de richtvragen en de (eigen reflecties op) oefeningen uit de practica.

1. Toetsmethode: Casus
2. Bron: Open boek: de uitgewerkte casus met persoonlijke reflecties, en notities van de oefeningen gedaan tijdens de practica (de syllabus mag niet worden meegebracht naar het examen)
3. Toetsmedium: Mondeling
4. Toetsmoment: Momentopname op examen
5. Beoordelaar: Lector

Voor alle practica geldt een verplichte aanwezigheid. Vanaf de eerste afwezigheid moet de student de afwezigheid wettigen.
De student verwittigt de lector ten laatste op de dag van de afwezigheid en wettigt de afwezigheid binnen de 4 werkdagen aan de hand van een medisch attest via de module ‘Mijn afwezigheden’ in iBaMaFlex. Bij ongewettigde afwezigheid verliest de student 1 punt van de 20 punten voor iedere afwezigheid van 2u practicum.
Als je aan minder dan 10 uur van de practica deelneemt, kan je niet slagen voor het opleidingsonderdeel in de eerste examenperiode. In dit geval krijg je een nul op twintig.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeVaardigheidstoets hands off100,00De hands off vaardigheidstoets is een mondeling examen dat de studenten vooraf voorbereiden door een casus uit te werken. Hiervoor maken ze gebruik van de theoretische kaders en methodieken uit de syllabus, de richtvragen en de (eigen reflecties op) oefeningen uit de practica.
Toetsmethode: Casus.
Bron: Open boek: de uitgewerkte casus met persoonlijke reflecties, en notities van de oefeningen gedaan tijdens de practica (de syllabus mag niet worden meegebracht naar het examen)
Toetsmedium: Mondeling
Toetsmoment: Momentopname op examen
Beoordelaar: Lector