Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Bachelorproef: Reflectieve Beroepsontwikkeling 432766/1716/1920/1/10
Studiegids

Bachelorproef: Reflectieve Beroepsontwikkeling 4

32766/1716/1920/1/10
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 4
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 5 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Vanceulebroeck Valérie
Andere co-titularis(sen): Van Den Heuvel Anneleen
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Semester 2 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2019 (Academiejaar) of 15.10.2019 (1ste semester) of 09.03.2020 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan de door hem gemaakte SWOT, POP, PAP toelichten. (1.1.B.1) (niveau 3)
De student kan het portfolio vervolledigen met de vereiste documenten. (1.1.A.2) (niveau 3)
De student kan na reflectie over opgedane ervaringen met betrekking tot de studieloopbaan en persoonlijke ontwikkeling, de doelen evalueren en bijsturen. (1.1.A.2) (niveau 3)
De student kan zijn POP (persoonlijke en professionele ontwikkelingsdoelen) voltooien aan de hand van de competenties. (1.1.A.3) (niveau 3)
De student kan zijn SWOT en PAP voltooien. (1.1.A.3) (niveau 3)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan de richtlijnen in verband met maatschappelijke dienstverlening correct uitvoeren. (1.3.A.1) (niveau 3)
De student kan de resultaten van het gevoerde onderzoek naar derden toe beargumenteren. (1.3.B.6) (niveau 3)
1. Opbouwen - 4. Rekening houden met de filosofische en ideologische overtuiging en culturele aspecten (met inbegrip van gewoonten, gebruiken en rituelen) van de zorgvrager en zijn omgeving tijdens de voorbereiding van de zorgsituatie.
De student kan over eigen ervaringen, gevoelens, emoties en over eigen gedachten en gedragingen verbonden aan eigen of geobserveerde rouw- of verlieservaringen reflecteren (1.4.A.3) (niveau 3)
1. Opbouwen - 6. Rapporteren van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan de door hem gegeven feedback aan zijn medestudenten, door middel van reflectie, evalueren. (1.6.A.3) (niveau 3)
De student kan reflecteren over zijn functioneren tijdens het studieloopbaangesprek en integreert in zijn reflectie de bevindingen en feedback van medestudenten. (1.6.A.3) (niveau 3)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan met adequate stem, houding, intonatie en spreekvaardigheid zijn eigen werk of mening naar voren brengen. (2.1.B.1) (niveau 3)
2. Realiseren - 1. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan met adequate stem, houding, intonatie en spreekvaardigheid zijn eigen werk of mening naar voren brengen. (2.1.B.1) (niveau 3)
2. Realiseren - 5. Ethisch en juridisch handelen
De student kan het beroepsgeheim tijdens de ganse duur van het OLOD respecteren. (2.5.B.3) (niveau 3)
3. Coördineren - 2. Regisseren van de zorgsituatie
De student kan een discussie/gesprek voeren met aanbrengen van voor- en nadelen rekening houdend met de aangeleerde sociale vaardigheden. (3.2.B.1) (niveau 3)
De student kan gemaakte afspraken/criteria (in verband met portfolio, lessen/sessies, reflectieverslagen) nakomen. (3.2.A.1) (niveau 3)
De student kan situaties, die zich voordeden op stage, analyseren. (3.2.B.2) (niveau 3)
3. Coördineren - 3. Waarderen en respecteren van de bevoegdheden van de leden van het intra-en interprofessioneel team.
De student kan bijdragen aan een positief imago van het beroep van verpleegkundige en mee vorm geven aan een duidelijke beroepsidentiteit. (3.3.B.3) (niveau 3)
3. Coördineren - 4. Begeleiden van teamleden in hun leerproces.
De student kan, aan de hand van vraagstelling, de andere groepsleden stimuleren. (3.4.B.2) (niveau 3)

Leerinhoud

In dit OLOD komen de volgende onderwerpen aan bod:

De competentiedomeinen: “zelfregulering en interpersoonlijke vaardigheden” staan centraal. Essentieel is dat de student reflecteert. Dit doet hij over de beroeps specifieke competenties.
De fase waarin de student zich bevindt (omtrent zijn persoonlijke- en studieloopbaanontwikkeling) speelt hierbij een grote rol.
De student ontwikkelt en verdiept zijn zelfbeeld en beroepsbeeld. De student leert zelf verantwoordelijk te zijn voor zijn studieloopbaan. Hij ontwikkelt zelfinzicht, kan ontwikkelingsdoelen stellen, keuzes maken, initiatief nemen en reflecteren op eigen gedrag en studiehouding.

Hij leert ook verbaal en non-verbaal een boodschap krachtig overbrengen, daarbij rekening houdend met het publiek, de context en zjin eigen capaciteiten.

Werkcolleges:

Doel reflectieve beroepsontwikkeling
Verdere uitbouw van het portfolio.
Herhaling theorie SWOT (sterkten, zwakten, bedreigingen, kansen).
POP linken met competenties.
PAP (actieplan).
Verdieping reflectie volgens de cirkel van Korthagen
Groepssessies

Workshop woord en drama

De student legt een portfolio aan.
De student maakt opdrachten in verband met zijn studieloopbaan aan de hand van de aangeleerde theorie (zie WC) en verwoordt deze tijdens deze groepssessies.

Hij volgt de nodige uren bijscholing om zijn professionele ontwikkeling te ondersteunen.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Syllabus RBO4

Digitap

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges8,00 uren
Vormen van groepsleren12,00 uren
Werktijd buiten de contacturen55,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarPortfolio100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodePortfolio100,00

Toetsing (tekst)

Eerste examenkans: De student geeft op verscheidene momenten onderdelen van zijn portfolio af en presenteert voor een jury. De student houdt zich wat betreft indienen, voorbereiding, aan- en afwezigheid en opdrachten aan de gedetailleerde instructies in de syllabus. De verdeling van de scores is terug te vinden in de toetsmatrijs.

Afspraken m.b.t. afwezigheden:
Een afwezigheid is gewettigd als het afwezigheidsattest via Ibamaflex ingediend werd ten laatste de dag volgend op de ziekteperiode. Bij gewettigde afwezigheid kan de student een inhaalopdracht maken en alsnog een score verkrijgen voor de desbetreffende sessie/gesprek. Wanneer de student niet tijdig de inhaalopdracht indient conform de richtlijnen in de syllabus, kunnen geen punten toegekend worden voor alle onderdelen verbonden aan de desbetreffende sessie/gesprek.
Bij een ongewettigde afwezigheid tijdens een sessie reflectieve praktijk/gesprek wordt het cijfer ‘nul’ toegekend aan alle onderdelen die verbonden zijn aan de desbetreffende sessie/gesprek. (dus ook voorbereiding)

De vereiste uren Maatschappelijke Dienstverlening dienen cfr de richtlijnen uitgevoerd te worden, of de student kan maximaal een score van 9/20 behalen op het totale Olod.

De student dient minimaal twee sessies bijgewoond te hebben om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.



Tweede examenkans:
De student herwerkt en presenteert zijn portfolio. In het addendum bij syllabus Reflectieve beroepsontwikkeling 4 staan gedetailleerde instructies voor de tweede examenkans.