Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium Antwerpen
campus Desguinlei
Desguinlei 25 - 2018 Antwerpen
T +32 3 244 18 00 - F +32 3 238 90 17
conservatorium@ap.be
Specifieke vakdidactiek Muziek: Groepsmusiceren (jazz)33199/1823/1920/1/15
Studiegids

Specifieke vakdidactiek Muziek: Groepsmusiceren (jazz)

33199/1823/1920/1/15
Academiejaar 2019-20
Komt voor in:
  • Educatieve master muziek en podiumkunsten, trajectschijf 4
    Keuzeoptie van afstudeerrichting:
    • Instrument (jazz) binnen Muziek
    • Zang (jazz) binnen Muziek
  • Verkorte educatieve master muziek en podiumkunsten
    Keuzeoptie van afstudeerrichting:
    • Instrument/Zang (jazz) binnen Muziek
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Co-titularis(sen): Vinken Jan-Kris
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 31.10.2019 (Academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel is delibereerbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Totale studietijd: 90,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

Vakdidactiek Combo / ensemble behandelt de specifieke competenties om leerlingen samen te laten musiceren in de breedste zin van het woord.

Aangezien dit terrein een breed spectrum van mogelijkheden inhoudt, zijn de doelstellingen zeer divers. Het is als docent in het huidige en toekomstige werkveld belangrijk om verschillende uitdagingen aan te kunnen gaan. Dit zowel binnen een zelfde discipline, maar ook interdisciplinair. Daarom zal er tijdens de eerste lessen in kaart worden gebracht welke kennis en vaardigheden reeds aanwezig zijn. Op basis van de verzamelde info kunnen reeds ontwikkelde competenties versterkt worden, en kan er van hieruit gewerkt worden aan de competenties en vaardigheden die nog niet (zo sterk) ontwikkeld zijn.

Verder wordt er in de lessen ook ingegaan op uiteenlopende werkvormen, didactische analyse van partituren, specifieke problemen en taken, doelgroepen, groepssamenstellingen, etc. Er wordt een (hedendaagse) repertoirelijst samengesteld en (eventueel onder begeleiding) digitaal uitgewerkt (Finale, Sibelius).

We trachten steeds zo “hands on” mogelijk te werken. Theoretische kennis wordt op korte termijn omgezet in de praktijk in de vorm van micro-teaching, oefenlessen, interdisciplinaire lessen over en tussen de afdelingen... Deze manier van werken zorgt er voor dat je als student op korte termijn met succes aan de slag kan in het dagdagelijkse werkveld (stage, LIO, …). De ervaringen die hier worden opgedaan nemen we uiteraard mee in het verdere verloop van de cursus.

Kortom : op basis van theoretische input, (je eigen) ervaringen en (zelf)reflectie staan we stil bij de diverse aspecten die “samenspelen” met zich meebrengt. Op die manier trachten we een referentiekader te creëren waarop je als student kan terugvallen, zowel tijdens als na je opleiding.

Een dynamische, creatieve en artistiek gedreven input is een must!

OLR-Leerdoelen (lijst)

Dit opleidingsonderdeel omvat de volgende leerdoelen:
Analyseert de muzikale basiskennis en -vaardigheden van specifieke leerlingen en leergroepen.
Kan uit het bestaande repertoire geschikt materiaal kiezen aangepast aan de leerlingengroep en kan nieuw materiaal uitschrijven zodanig dat het repertoire up to date blijft.
Formuleert doelstellingen op basis van leerplannen van de vakken Groepsmusiceren jazz.
Heeft aandacht voor de sociale interactie binnen de klasgroep en speelt hier op in.
Kent de muzikale- en samenspelparameters voor het improviserend ensemble en kan deze hanteren in een realistische lessituatie.
Beheerst een minimum aan instrumentkennis zodat er gerichte tips kunnen gegeven worden per instrument(groep)
Creërt aangepaste improvisatie-opdrachten aangepast aan de leerlingengroep.
Maakt arrangementen van bestaand repertoire met het oog op de leerlingengroep.
Kan eigen sterktes en zwaktes benoemen en hier passend mee omgaan.
Onderzoekt de functie en relevantie van de leraar Groepsmusiceren in het onderwijs, de maatschappij en het artistieke veld.
Zet zijn/haar artistieke passie, vaardigheden en persoonlijkheid in om de leerlingen te inspireren en begeleiden in diens zoektocht naar de eigen artistieke passie en identiteit.

Leerinhoud

  • Observatie en interpretatie van reële leeromgevingen én van gesimuleerde casussen.
  • Opzoek-opdrachten en transciptie/arrangement opdrachten
  • Analyse van de leerplannen Groepsmusiceren jazz + formulering van doelstellingen voor deze vakken op basis van de leerplannen.
  • Klasobservatie in het kader van microteachings / oefenlessen.
  • Vertaling van de verworven kennis uit de eigen artistieke samenspel-praktijk en uit de lessen vakdidactiek in concrete vakdidactische tools. Inzicht in de werking van een beginnend improviserend ensemble. Bewust zijn van de verschillende functies binnen een ensemble.
  • Theoretisch opdoen van de nodige bagage via collega leerlingen.  Praktisch kunnen toepassen van de opgedane kennis.
  • Opzoek- en creatie-opdrachten, aangepast aan het niveau van de leerlingengroep.
  • Reduceren en/of arrangeren van partituren, aangepast aan het niveau van de leerlingengroep.
  • Na gerichte opdrachten evalueren wat goed ging, wat beter kan en hoe dit bereikt kan worden. 
  • Formulering van eigen mening als basis voor discussie.
  • Aanwenden en tonen van de eigen artistieke identiteit en stimuleren van leerlingen om op zoek te gaan naar diens ‘unieke artistieke ik’

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges20,00 uren
Practicum en/of oefeningen10,00 uren
Werktijd buiten de contacturen60,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarVaardigheidstoets hands off50,00
AcademiejaarVaardigheidstoets hands off permanent (Permanente evaluatie)50,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeVaardigheidstoets hands off100,00

Toetsing (tekst)

Evaluatiecriteria:

De student is geslaagd als de doelstellingen behaald zijn. De graad wordt bepaald door de mate waarin de doelstellingen zijn behaald. Grote en grootste onderscheiding worden enkel bekomen indien van een zeer grote persoonlijke inbreng sprake is.


Er is een minimum van 2/3 aanwezigheid vereist.

De permanente evaluatie is zowel een toetsvorm als een deelexamen.
Bij minder dan 2/3 aanwezigheid in de lessen krijgt de student 0/20 voor de toetsvorm en voor het deelexamen permanente evaluatie. Voor de toetsvorm en het deelexamen permanente evaluatie is geen tweede examenkans mogelijk

Voorwaarden gewettigde afwezigheid:
- Een afwezigheid gestaafd door een medisch attest
- Een vooraf aangevraagde afwezigheid, goedgekeurd door het opleidingshoofd.
.