Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen
campus Mutsaardstraat
Mutsaardstraat 31 - 2000 Antwerpen
T +32 3 213 71 00 - F +32 3 213 71 19
academie@ap.be
Grafische productie 329690/2114/2122/1/02
Studiegids

Grafische productie 3

29690/2114/2122/1/02
Academiejaar 2021-22
Komt voor in:
  • Bachelor in de beeldende kunsten, trajectschijf 3
    Afstudeerrichting:
    • grafisch ontwerp
  • Bachelor of Arts in Visual Arts
    Afstudeerrichting:
    • Graphic Design
  • Schakelprogramma Beeldende Kunsten
  • Voorbereidingsprogramma Beeldende Kunsten
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel enkel mits aparte toelating volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Lemmens Stan
Onderwijstalen: Engels, Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 31.10.2021 (1ste semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 90,00 uren

Waarschuwing

Deze informatie is onder voorbehoud van de verdere evolutie van de Coronamaatregelen.

Volgtijdelijkheid

geslaagd voor Grafische productie 2.

OLR-Leerdoelen (lijst)

BA1 - Over de nodige artistieke vaardigheden beschikken om onder begeleiding een persoonlijk project binnen het brede spectrum van de beeldende kunsten te ontwerpen en/of te realiseren.
De student kan een idee formuleren.
De student kan een concept herkennen en vertalen.
De student kan een concept bedenken.
De student kan nieuwe tekstuitingen bedenken binnen een bestaand concept.
De student kan een tekst voor radio, tv, krant,…schrijven.
BA2 - Over de nodige kennis, vaardigheden en inzichten beschikken inzake materiaal, vorm, handeling, concepten, functie en inhouden van het gekozen medium.
De student kan een bestaand drukwerk analyseren in functie van productie.
De student kent de verschillende termen in het reclamejargon.
De student kent de geschiedenis en evolutie van tekst in reclame.
De student kent de invloed van doelgroepen op de schrijfstijl.
De student kent het onderscheid tussen imagoreclame en promotie plus verschil in stijl.
De student kent het onderscheid tussen strategie en creatie.
De student kent het onderscheid tussen above en below the line.
De student kent het belang van tekst voor het geheel.
De student kent het gebruik van tekst in film (commercials), advertenties, posters …
De student kent het onderscheid tussen verschillende formaten.
De student kent het onderscheid tussen de verschillende functies en toepassingen per formaat.
De student kent de balans tussen woord en beeld.
De student kent de toepassing van typografie en effect op de communicatie.
De student kent het gebruik van onderkast en kapitalen.
De student kent het onderscheid tussen headline en baseline.
De student kent de omschrijving van een merkpersoonlijkheid.
BA3 - Kennis en inzicht hebben en blijven ontwikkelen in de maatschappelijke, culturele, artistieke, historische en internationale context van de beeldende kunsten en de artistieke praxis.
De student kent de geschiedenis en evolutie van reclame.
BA7 - Het eigen artistieke project kunnen organiseren in samenspraak met anderen. 
De student kan professioneel communiceren met vakmensen in productiebedrijven.
De student kan een prijsaanvraag opstellen.
De student beheerst de vaardigheden m.b.t. briefen, beoordelen, begeleiden, budgetteren en beheren (de 5 B’s ) van tekst-, beeld-, vorm-, kleur- en drukdrager componenten bij de productie van een grafisch product.
De student kan een economisch kader aanbieden voor een professionele uitoefening van zijn Copywriting.
De student kent de werking van een reclamebureau.
De student kent de verschillende functies in een reclamebureau.
De student kan een briefing lezen en interpreteren.
De student kent het verloop van een creatieproces, van briefing tot executie.
De student kent de taak en verantwoordelijkheid van een copywriter binnen dit alles.
De student kent de verhouding copywriter/artdirector.

Leerinhoud

De student een breder inzicht verschaffen in druk- en printtechnieken (hoog-, vlak-, diep-, zeefdruk, digitale print- en druktechnieken), voor- en nadelen in relatie tot ontwerp en de relatie pers- en papierformaten en kostprijs, afwerkingstechnieken (van papierveredeling tot distributiekost), het analyseren van bestaande drukwerken (leren productie kijken!), het opstellen van een prijsaanvraag voor prepress en drukwerk aan de hand van een eigen ontwerp, beoordelingscriteria en kwaliteitscontrole van drukresultaten, de keuze van de juiste leverancier voor een opdracht op basis van inzicht in technieken en prijzen, leveranciersvoorwaarden, de kostprijs componenten en de berekeningsmethodes voor een grafisch ontwerp.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Powerpoint presentaties en handouts beschikbaar via Digitap. Getoonde voorbeelden van grafische uitwerkingen, druktechnieken, afwerking en uitwerking. Geïllustreerde syllabus en didactisch aanschouwingsmateriaal, specifieke website links, bedrijfsbezoek.

Studiematerialen (tekst): Aanbevolen

Literatuurlijst en behandelde teksten en webpagina’s in de cursus opgenomen.

[NL] ‘Goed voor Drukʼ. Een praktische gids voor grafische communicatie en technieken. Marc Mombaerts, Stan Lemmens, Misjel Vossen. Uitgeverij Academia Press. Gent. OF [ENG] ‘Ready to Print’. Handbook for Media Designers. K. Nickel. Uitgeverij Gestalten. Berlin. Engelse versie.

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges30,00 uren
Werktijd buiten de contacturen60,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Semester 1Kennistoets50,00
Semester 1Projectopdracht50,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeProjectopdracht50,00
Tweede examenperiodeKennistoets50,00

Toetsing (tekst)

Semester 1: mondeling examen (50%) en werkstuk (50%)
2de examenperiode: mondeling examen (50%) en werkstuk (50%)

Het werkstuk is een individuele taak die gedurende het semester – deels onder begeleiding tijdens de lessen – gemaakt wordt en bestaat uit verschillende deelopdrachten.