Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium Antwerpen
campus Desguinlei
Desguinlei 25 - 2018 Antwerpen
T +32 3 244 18 00 - F +32 3 238 90 17
conservatorium@ap.be
Masterproef Kunsteducatief project32797/2138/2122/1/33
Studiegids

Masterproef Kunsteducatief project

32797/2138/2122/1/33
Academiejaar 2021-22
Komt voor in:
  • Educatieve master muziek en podiumkunsten, trajectschijf 5
  • Verkorte educatieve master muziek en podiumkunsten
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 9 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Selderslaghs Bob
Andere co-titularis(sen): De Splenter Maarten, El Kaoui Rashif, Gordon Natalie, Reehorst Nienke, Verhulst Sarah
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 31.10.2021 (Academiejaar) of 31.10.2021 (1ste semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 270,00 uren

Waarschuwing

Deze informatie is onder voorbehoud van de verdere evolutie van de Coronamaatregelen.

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

Tijdens inleidende én verdiepende lessen in de bachelor- en masteropleidingen (o.m. in de opleidingsonderdelen research, artist in society, diversiteit & groepsmanagement en
oriënteringsstage) maken de studenten uitgebreider kennis met onderzoek, het kunsteducatieve veld en methodieken voor kunsteducatie. Vervolgens formuleren zij een onderzoeksvraag in een projectvoorstel. Bij goedkeuring door de titularis en het docententeam zetten zij (al dan niet in samenwerking met collega-studenten en eventueel domeinoverschrijdend) een kunsteducatief project op poten met een specifieke doelgroep. Daarbij kan zowel onderwijs in de kunsten, alsook met en/of vanuit de kunsten beoogd worden. Over de masterproef wordt gereflecteerd in een onderzoekspaper en tijdens een slotpresentatie voor peers, het werkveld en een jury van deskundigen.

Onderwijsorganisatie (tekst)

  • KICK-OFF Masterproef: informatiesessie
  • 6 (x 2u) intervisies of werkcolleges (groepsgerichte interdisciplinaire sessies met de praktijkbegeleiders)
  • 4 (x 2u) onderzoeksseminaries: hoor- en werkcolleges met (gast)docenten
  • zelfstandige artistieke praktijk (met individuele begeleiding van praktijkbegeleider en promotor)

Meer info in het Vademecum Masterproef Kunsteducatief Project

OLR-Leerdoelen (lijst)

Dit opleidingsonderdeel omvat de volgende leerdoelen:
Kan zijn lesmateriaal opbouwen vanuit verschillende ervaringen en zijn standpunt met collega's delen en integreren.
Beschrijft de beginsituatie van een groep in zijn projectvoorstel en reflectieverslag
Exploreert de mogelijkheid om, al dan niet in samenwerking met (een) andere student(en), interdisciplinair te werken met de eigen doelgroep.
Formuleert zelfgekozen doelstellingen in het projectvoorstel en stuurt ze bij in de loop van het project
Kiest en formuleert leerinhouden in het projectvoorstel om de noden van de doelgroep te bereiken
Plant het schema van het project naargelang de noden van de doelgroep.
Kan activiteiten voorbereiden en inhoud structureren om met de doelgroep subdoelen te bereiken.
Doelt er met de inhoud van het project ook op om een positieve werkgemeenschap te creëren.
Bereidt adequate inhoud om de individualiteit van alle groepsleden te omarmen.
Kan samenwerken met een partner of in teamverband voor een case study en is in staat opdrachten onderling te verdelen.
Zet een project op touw binnen een bestaande organisatie en communiceert met de interne coördinator over hoe te voldoen aan de noden van de doelgroep.
Is bewust van nieuwe trends en innovaties binnen de kunstwereld en past deze toe binnen zijn project.
Stimuleert de deelnemers tijdens hun project tot mondigheid, zelfstandigheid, eigen initiatief, verantwoordelijkheid en participatie.
Stimuleert de deelnemers tijdens hun project tot mondigheid, zelfstandigheid, eigen initiatief, verantwoordelijkheid en participatie.
Plant zijn project met aandacht voor gelijke kansen en de sociale noden van zijn doelgroep
Kan een onderzoeksvraag formuleren als startpunt van een kunsteducatief project en deze motiveren vanuit wetenschappelijke inzichten en de artistieke actualiteit.
Kan een onderzoeksvraag vertalen naar een eigen handelingsmethodologie in een kunsteducatief project, en de toegevoegde waarde van de eigen aanpak motiveren in relatie tot relevante wetenschappelijke en artistieke bronnen.
Is in staat op de onderzoeksbevindingen uit een kunsteducatief project te synthetiseren in relatie tot de initiële onderzoeksvraag
Kan een kunsteducatief project presenteren aan een jury van peers en experten, en is in staat om de eigen aanpak en keuzes gestoffeerd te verantwoorden.
Zet zijn/haar artistieke passie, vaardigheden en persoonlijkheid in om de leerlingen te inspireren en begeleiden in diens zoektocht naar de eigen artistieke passie en identiteit.

Leerinhoud

Integratie van kennis en inzichten vanuit de opleidingsonderdelen:
  • Artist in Society
  • Algemene didactiek in de kunsten
  • Diversiteit en groepsmanagement
  • Onderzoeksvakken (afhankelijk van de vooropleiding)

Daarnaast voorziet het traject in onderzoeksseminaries en intervisies waarin specifieke vaardigheden worden geoefend:

In vier onderzoeksseminaries (4x2u) maken de studenten kennis met het onderzoeksveld waarop de educatieve master zich richt. In de onderzoeksseminaries krijgen de studenten o.m. inzicht in de state of the art met betrekking tot specifeke onderzoeksthema’s (oriëntatie in het academisch veld), en dit in functie van het zelf formuleren van een onderzoeksproject in een volgende stap (zie verder).
Drie onderzoeksseminaries behandelen telkens één thematische onderzoekslijn in de diepte. Hierbij komen telkens aan bod:
  • Situering van het onderzoeksthema
  • Overzicht van relevante wetenschappelijke publicaties mbt de thematiek
  • Voorbeelden van artistieke onderzoeken en/of artistiek werk mbt de thematiek
  • Actuele vragen mbt de thematiek (ingegeven door praktijkrelevantie, beleidsrelevantie, wetenschappelijke relevantie)
  • Mogelijke (artistieke en/of kunsteducatieve) onderzoekmethodologie om te werken rond deze thematiek

Naast de thematische onderzoeksseminaries wordt één onderzoeksseminarie gericht op de uitwerking van het eigen project van de studenten. Hierbij worden de criteria van het uit te werken projectvoorstel verduidelijkt. Het gehanteerde format is gebaseerd op de research proposals die de schools of arts hanteren voor onderzoeksprojecten in de kunsten. De volgende aspecten komen daarbij aan bod:
  • Identificatie Masterproef Kunsteducatief Project (titel, timing, discipline(s), doelgroep)
  • Omschrijving (bevat minimaal thematiek, theoretisch en artistiek kader, onderzoeksvragen, methodologie met doelstellingen en leerinhouden, output, relevante bronnen en/of literatuur)
  • Planning
  • Situering (binnen bestaande kunsteducatieve organisaties, samenwerkingsverbanden, contacten met externen…)
  • Relevantie (artistiek, maatschappelijk, wetenschappelijk)
  • Samenstelling van het projectteam (samenwerking met mede-studenten, onderzoekers, partnerorganisaties)

De academisch gerichte onderzoeksseminaries worden gecomplementeerd met praktijkgerichte contactmomenten in functie van de uitvoering van de masterproef kunsteducatief project. Elke student neemt deel aan de intervisiemomenten (6x2u), en deze worden gespreid over twee foci:
  1. Intervisies die tot doel hebben het projectvoorstel voor te bereiden omvatten creatieve oefeningen gericht op het ‘openen van de blik’: hoe positioneert de student zich tov kunsteducatieve vraagstellingen? Hoe gaat hij/zij om met onvoorziene omstandigheden? Heeft hij/zij interesse in mutidisciplinair werken en samenwerking mbt het kunsteducatief project? Hoe ervaart hij/zij de beperkingen van een context en over welke strategieën beschikt de student om oplossingen te bedenken? Enzovoort. Deze intervisiemomenten begeleiden de student in het zetten van de eerste stappen richting het opzetten van een kunsteducatief project.
  2. Intervisies in de looptijd van de uitvoering van het kunsteducatief project, gericht op (ervaringsgerichte) praktijkbegeleiding van de studenten bij de uitvoering van het kunsteducatief project. Vanuit het delen van ervaringen wordt onder begeleiding gezocht naar oplossingen voor (ervaren) obstakels; te maken keuzes inzake de manier waarop de student het project leidt worden besproken; eventueel worden extra oefeningen aangeboden mbt artistiek leiderschap, enz. In deze intervisiemomenten worden het ‘artistiek leiderschap’ mbt kunsteducatieve en -participatieve projecten geprofessionaliseerd. Ook de voortdurende dialoog tussen het praktijkproject van de student en de onderzoeksbenadering kan deel uitmaken van de intervisies.

De exacte inhoud van deze laatste intervisiemomenten ligt niet vast en zal verschillen naargelang de effectieve studentengroep en de agenda die zich opdringt vanuit de lopende projecten. Een lijst met intervisie-onderwerpen en data wordt bekend gemaakt via Digitap.

Meer info: zie Vademecum Masterproef Kunsteducatief Project

Studiematerialen (tekst): Verplicht

  • Vademecum masterproef kunsteducatief project (te verkrijgen via Digitap)
  • Reader
  • Trotter: opleidingsgids voor de Educatieve Master Muziek en podiumkunsten
  • Elke student dient te beschikken over een laptop voor blended learning (online en offline lessen)

Studiematerialen (tekst): Aanbevolen

Ackroyd, J. (2006). Research Methodologies for Drama Education. Trentham Books

Addison, N., Burgess, L., Steers, J., Trowell, J. (2010). Understanding Art Education: Engaging Reflexivity with Practice. London/New York: Routledge.

Anderson, T., Gussak, D., Hallmark, K., & Paul, A. (2010). Art education for social justice. Reston, VA: National Art Education Association

Ball, L. (1990). What role: Artist or teacher? Art Education, 43(1), 54–59.

Bishop, C. (2012). Artificial Hells: Participatory Art and the Politics of Spectatorship. London/New York: Verso.

Bjorkvold, J.R. (1992). De Muzische Mens. Rotterdam: AD.Donker

Bresler, L. (ed.) (2007), International Handbook of Research in Arts Education. Dordrecht: Springer

Congdon, K.G. (2004). Community Art in Action. Worcester, Massachusetts: Davis Publications.

Dekeyser, B. (2010). Education through art, Kunst- en cultuureducatie als motor van leren.
Antwerpen: Garant.

Edwards, C., Gandini, L. & Forman, G. (red). (1998). De honderd talen van kinderen: De
ReggioEmilia-benadering bij educatie van jonge kinderen
. Utrecht: SWP.

Eisner, E.W. & D. Day, M. (eds.). (2004). Handbook of Research and Policy in Art Education. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates

Graham, M. (2008). How the teaching artist can change the dynamics of teaching and learning. Teaching Artist Journal 7(2), 85–94

Fegan, T. (2003). Learning and Community Arts. Leicester: National Institute of Adult Continuing Education.

Finkelpearl, T. (2013). What we made: Conversations on art and social cooperation. Durham, NC: Duke University Press.

Fleming, M., Bresler, L., O’Toole, J. (eds). (2015). The Routledge International Handbook of the Arts and Education. London/New York: Routledge

Freeman, J. (2010). Blood, Sweat & Theory: Research through practice in performance. Faringdon: Libri Publishing.

Frieling, R. (2008). The Art of Participation. 1950 to Now. San Francisco: San Francisco Museum of Modern Art.

Garber, E. (2004). Social justice and art education. Visual Arts Research, 30(2), 4–22.

Gielen, P. & De Bruyne, P. (2011). Community Art. The Politics of Trespassing. Amsterdam: Valiz Antennae.

Hagenaars, P. & Lieftinck, J. (red). (2004) ‘Beroep: docent kunstvakken.Competenties en kwalificaties in theorie en praktijk’, In Cultuur + Educatie 11, Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Higgins, L. (2008). Growth, Pathways and Groundwork: community Music in the United Kingdom, International Journal of Community Music, 1 (1), 23-37.

Hoekstra, M. (2010). ‘Onderzoek naar de rol van de kunstenaar in Toeval Gezocht.’ In M. van Hoorn, (red.). Max Van der Kamp scriptieprijs 2009. In Cultuur+Educatie 27, p. 8 -28. Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Jackson, S. (2011). Social Works: Performing Art, Supporting Publics. New York: Routledge.

Kerremans, J. (ed.) S(O)AP. (2009). Spanningsvelden in de sociaal-artistieke praktijk, Brussel: Demos vzw.

Marshall, J. (2014). Transdisciplinarity and Art Integration. Toward a New Understanding of Art Based Learning across the Curriculum. Studies in Art Education, 55:2, 104-127

Matarasso, F. (2019). A Restless Art. How participation won and why it matters. London: Calouste Gilbankian Foundation.

Nagel, I. (2004). Cultuurdeelname in de levensloop. Proefschrift. Utrecht: Universiteit Utrecht.

O ́Farrell, L., Schonmann, S., & Wagner, E. (eds.) (2014). International Yearbook for Research in Arts Education 2/2014. Münster, Germany: Waxmann Verlag.

Parsons, M. (1987). How we understand art: A cognitive developmental account of aesthetic
experience
. Cambridge-New York: Cambridge University Press.

Quinn, T., Hochtritt, L., & Ploof, J. (2012). Art and social justice education: Culture as commons. New York, NY: Routledge.

Strobbe, L. & Van Regenmortel, H. (2010). Klanksporen: Breinvriendelijk musiceren. Antwerpen:
Garant.

Taylor, P. (ed.) (2004 /1996). Researching Drama and Arts Education. Paradigms & Possibilities. London/New York: RoutledgeFalmer.

Twaalfhoven, A. (red.) (2007). Kunst en opleiding. Boekman, 73. Amsterdam: Boekmanstichting.

Trienekens, S. & Hillaert, W. (2015). Kunst in Transitie: Manifest voor participatieve kunstpraktijken. Brussel/Utrecht: Demos/CALL-XL.

Vandelacluze, S., Van Esch, J. &Waerts, J. (2009). Methodiek: kunst- en erfgoededucatie,
theorie en praktijk
. Leuven: Mooss.

Van Steen, A. (2014). De sociaal-artistieke methodiek. Een etnografische studie naar repetitieprocessen van sociaal-artistieke praktijken. Onderzoeksrapport Universiteit Gent, Vakgroep Sociologie.

Vermeersch, L. & Vandenbroucke, A. (2011). Veldtekening cultuureducatie: Beschrijvende studie
met evaluatieve SWOT-analyse.
HIVA-K.U.Leuven / Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse overheid, Leuven/Brussel.

Vogelezang, P. (2009). Handboek en Cultuurmonitor Pabo: De kwaliteit van cultuureducatie.
Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Woywod, C. & Deal , R. (2016), Art That Makes Communities Strong: Transformative Partnerships With Community Artists in K–12 Settings. Art Education, 69:2, 43-51.

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Artistieke praktijk250,00 uren
Hoor- en/of werkcolleges8,00 uren
  • Duur: Academiejaar
Vormen van groepsleren12,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarAfstudeeropdracht100,00
Semester 1Afstudeeropdracht100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeAfstudeeropdracht100,00

Toetsing (tekst)

De masterproef kunsteducatief project is een afstudeeropdracht van 100%  waarin de student blijk geeft alle betreffende leerdoelen te hebben verworven. De masterproef wordt beoordeeld met volgende gewichten:

Praktijkcomponent: 65%
De praktijkcomponent omvat (a) het proces dat de student heeft afgelegd en dat zichtbaar gemaakt wordt tijdens de interdisciplinaire groepslessen en onderzoeksseminaries én dmv het logboek: organisatie, planning, uitvoering, attitude; en (b) het toonmoment in het praktijkveld.

Verplichte aanwezigheid op onderzoeksseminaries en groepslessen. Er is een minimum van 2/3 aanwezigheid vereist.

Onderzoekscomponent: 25%
De onderzoekscomponent omvat de uitwerking van het (a) initële projectvoorstel en (b) de onderzoekspaper. Hierbij wordt gekeken naar de onderbouwing van het project (academisch en artistiek), de inbedding van de onderzoeksvraag en -methode, de uitvoering van het onderzoek (en eventuele bijsturingen in de relatie theorie/praktijk), en de bespreking en kadering van de onderzoeksresultaten.

Presentatie: 10%
Digitale voorbereiding en jurygesprek.

De beoordeling van de masterproef gebeurt door de docenten/praktijkbegeleiders betrokken bij de masterproef, in samenspraak met de individuele promotor van de student.