Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Praktijk 3 + 432340/2151/2122/1/21
Studiegids

Praktijk 3 + 4

32340/2151/2122/1/21
Academiejaar 2021-22
Komt voor in:
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Antwerpen), trajectschijf 2
In andere opleidingen:
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Mechelen) als Praktijk 3 + 4
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Turnhout) als Praktijk 3 + 4
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 27 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): Anthonissens Nans, Boeynaems Esther, De Ceuster Hanne, De Wachter Bessie, Engels Anouk, Jacobs Inge, Luyckx Laura, Vandenbussche Jan, Vermeulen Guido, Verschueren Fientje, Vos Wouter, Wieërs An, Wouters Eve, Wynants Heidi
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).

Waarschuwing

Deze informatie is onder voorbehoud van de verdere evolutie van de Coronamaatregelen.
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 729,00 uren

Korte omschrijving

Het olod 'Praktijk 3+4' behandelt de praktijkervaring in één van de orthopedagogische werkvelden.
Het olod 'Praktijk 3+4' bereidt voor op de competenties die nodig zijn om de rol als opvoeder-begeleider zelfstandig te kunnen uitvoeren.

Praktijk 3+4 kan, mits toelating van de toelatingscommissie, opgenomen worden als semesteropleidingsonderdeel in semester 1.

OLR-Leerdoelen (lijst)

02: Leefklimaat op maat: De gegradueerde draagt in vertrouwde en nieuwe, complexe contexten methodisch bij tot het uitbouwen van een leefklimaat op maat.
De student bespreekt in eigen woorden de eigen draagkracht en grenzen
De student begeleidt de cliënt zelfstandig in functie van de vooropgestelde (ontwikkelings)doelen
De student participeert actief aan een formeel overleg.
De student stuurt zijn orthopedagogische competenties bij op basis van zelfreflectie en gekregen feedback
De student stelt kritische vragen over de werking
De student beschrijft hoe de missie, visie en doelstellingen van de organisatie in de dagelijkse werking tot uitiing komen
De student beschrijft hoe hij bijdraagt aan het methodisch uitbouwen van een leefklimaat op maat
De student onderneemt binnen zijn orthopedagogische setting doelgericht actie i.f.v. de levenskwalitieit van de cliënt
De student hanteert een begeleidingsstijl vanuit de krachten van de cliënt/het cliëntsysteem
De student handelt volgens de deontologische afspraken, kaders van de organisaties en wettelijke bepalingen
De student werkt constructief samen met een team en externen
De student voert de taken als begeleider in de dagelijkse setting zelfstandig uit
De student handelt vanuit theoretische modellen, methoden, methodieken en technieken.
04: Eigen referentiekader: De gegradueerde handelt vanuit verbondenheid en gelijkwaardigheid. De gegradueerde is zich bewust van het eigen referentiekader en handelt vanuit erkenning van de eigenheid en de verscheidenheid van cliënten en cliëntsystemen.
De student bewaakt het evenwicht tussen professionele en emotionele afstand/nabijheid.
De student toont initiatief en verantwoordelijkheid met betrekking tot het eigen leerproces en het leerproces van anderen
De student stemt zijn begeleidingsstijl af op de cliënt en de situatie.
De student handelt vanuit een grondhouding van respect, gelijkwaardigheid en verbondenheid.
De student verduidelijkt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen.
06: Communiceren: De gegradueerde communiceert respectvol en doelgericht met de cliënt, het cliëntsysteem, het team en andere betrokken actoren.
De student formuleert suggesties omtrent veranderingsstrategieën/methodieken, afgestemd op de eigenheid van de cliënt en zijn context
De student levert een bijdrage aan het omschrijven en het evalueren van de doelen, de methode en de middelen die inspelen op de vragen en de noden van de cliënt/het netwerk van de cliiënt
De student benoemt de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student maakt zichtbaar dat hij vertrekt vanuit de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student beschrijft zijn dagelijks handelen met oog voor de krachten en kwetsbaarheden van de cliënten
De student beoordeelt wat de invloed is van de eigen communicatiestijl op het gedrag van de ande
De student verricht de cliëntgebonden administratie.
De student stemt zijn communicatiestijl af op de cliënt, het cliëntsysteem en het team
De student hanteert een respectvolle communicatiestijl ten aanzien van zijn medestudenten en lector.
De student draagt bij aan de schriftelijke verslaggeving en communicatie
De student geeft vanuit een kritische ingesteldheid constructieve feedback aan zijn medestudenten.
10: Reflectie en levenslang leren: De gegradueerde stuurt zijn (ortho)(ped)agogisch handelen bij o.b.v. van (zelf)reflectie en levenslang leren.
De student stuurt zijn orthopedagogische competenties bij op basis van zelfreflectie en gekregen feedback
De student bespreekt in eigen woorden de eigen draagkracht en grenzen
De student integreert nieuwe kennis in zijn professioneel handelen
De student stuurt zijn orthopedagogische competenties bij aan de hand van kritische zelfreflectie en suggesties van de leerwerkplek
De student brengt zijn groeiproces aan de hand van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan in kaart.
12: Doelstellingen: De gegradueerde werkt kritisch en constructief mee aan de doelstellingen van de eigen organisatie.
De student beschrijft hoe de missie, visie en doelstellingen van de organisatie in de dagelijkse werking tot uitiing komen
De student vertaalt de missie, visie en doelstellingen van de organisatie op een kritische en constructieve wijze naar concreet handelen
01: Ondersteuning en begeleiding: De gegradueerde ondersteunt en begeleidt cliënten en cliëntgroepen tijdelijk of langdurig in hun dagelijks leven op vlak van wonen, werken, leren en vrije tijd.
De student begeleidt de cliënt zelfstandig in functie van de vooropgestelde (ontwikkelings)doelen
De student voert de taken als begeleider in de dagelijkse setting zelfstandig uit
De student formuleert suggesties omtrent veranderingsstrategieën/methodieken, afgestemd op de eigenheid van de cliënt en zijn context
De student reageert op gepaste wijze en conform de afspraken binnen de organisatie, ook in onverwachte situaties
03: Ondersteuningsplan: De gegradueerde levert binnen de eigen verantwoordelijkheid, autonoom en met initiatief, een substantiële bijdrage aan het vormgeven en aan het implementeren van het ondersteuningsplan. De gegradueerde doet dit in samenspraak met de cliënt, het cliëntsysteem, het team en andere betrokken actoren.
De student formuleert suggesties omtrent veranderingsstrategieën/methodieken, afgestemd op de eigenheid van de cliënt en zijn context
De student levert een bijdrage aan het omschrijven en het evalueren van de doelen, de methode en de middelen die inspelen op de vragen en de noden van de cliënt/het netwerk van de cliiënt
De student hanteert de handelings- en/of ondersteuningsplannen die de werkplek gebruikt om cliënten op te volgen.
De student beschrijft hoe hij bijdraagt aan het vormgeven en het implementeren van het bestaande opvolgsysteem op zijn leerwerkplek.
05: Acties: De gegradueerde vertrekt vanuit krachten bij de cliënt en het cliëntsysteem, heeft oog voor kwetsbaarheden en onderneemt doelgericht acties in functie van levenskwaliteit.
De student onderneemt binnen zijn orthopedagogische setting doelgericht actie i.f.v. de levenskwalitieit van de cliënt
De student hanteert een begeleidingsstijl vanuit de krachten van de cliënt/het cliëntsysteem
De student benoemt de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student maakt zichtbaar dat hij vertrekt vanuit de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student beschrijft zijn dagelijks handelen met oog voor de krachten en kwetsbaarheden van de cliënten
De student hanteert een respectvolle communicatiestijl ten aanzien van zijn medestudenten en lector.
De student treedt zelfstandig op i.f.v. emotionele en fysieke veiligheid voor het individu, de groep en de omgeving.
De student doet voorstellen i.f.v. emotionele en fysieke veiligheid voor het individu, de groep en de omgeving
07: Beroepsethisch kader: De gegradueerde handelt in overeenstemming met het beroepsethisch kader en de relevante wettelijke bepalingen.
De student handelt volgens de deontologische afspraken, kaders van de organisaties en wettelijke bepalingen
De student heeft zicht op de netwerken die voor de cliënt belangrijk zijn i.f.v. zijn levenskwaliteit
De student beschrijft hoe hij zijn handelen afstemt op de deontologische afspraken en het beroepsethisch kader van de voorziening
De student ondersteunt de cliënt in het verkennen, onderhouden en/of versterken van zijn netwerken via concrete acties/gesprekken
09: Team: De gegradueerde overlegt en werkt samen in een (interdisciplinair) team en met interne en externe actoren in vertrouwde en nieuwe, complexe contexten.
De student participeert actief aan een formeel overleg.
De student werkt constructief samen met een team en externen
De student neemt zijn verantwoordelijkheid in de uitvoering van zijn taken in functie van de goede/vlotte werking van het team
De student bespreekt in eigen woorden de eigen draagkracht en grenzen
De student informeert en betrekt het team bij de uitwerking en uitvoering van het project.
De student reflecteert over zijn aandeel in de samenwerking met het team en medestudenten
11: Suggesties: De gegradueerde doet op basis van praktijkervaring en ontwikkelingen in de samenleving suggesties ter verbetering van de (ortho)(ped)agogische werking.
De student stelt kritische vragen over de werking
De student werkt methodisch en planmatig een project uit dat toegepast kan worden binnen de concrete leerwerkplek.
De student beschrijft zijn persoonlijke leerwinst na het maken van zijn project.
De student geeft kritische feedback aan medestudenten aan de hand van het peer-evaluatie document.
De student analyseert informatie en vat deze info op een objectieve wijze samen in functie van zijn project, afgestemd op de noden van de leerwerkplek.
De student presenteert op een heldere manier zijn project aan derden.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

  • Studiewijzer
  • Het cursusmateriaal zal digitaal ter beschikking worden gesteld.

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Vormen van groepsleren16,00 uren
Werkplekleren en/of stage500,00 uren
Werktijd buiten de contacturen213,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarStage60,00
AcademiejaarPortfolio40,00

Toetsing (tekst)

De beoordeling gebeurt op basis van:
- evaluatie stage
- portfolio
- inbreng tijdens supervisiecontacten

Het aanleveren van een uitgewerkt digitaal portfolio is een voorwaarde om deel te nemen aan het eindevaluatiegesprek op de leerwerkplek.
Als de student ongewettigd afwezig is tijdens de stage of supervisiemomenten, kan er een 0 op 20 toegekend worden.
Als de student aan het einde van de stageperiode meer dan 10% van de totaal uit te voeren stage-uren gewettigd afwezig was, kan er een 0 op 20 toegekend worden.
Bij ongewettigde afwezigheid op het arbeidsgeneeskundig onderzoek wordt 1 punt van het totaalcijfer afgetrokken voor elke afwezigheid.