Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Praktijk 2 + 332342/2151/2122/1/89
Studiegids

Praktijk 2 + 3

32342/2151/2122/1/89
Academiejaar 2021-22
Komt voor in:
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Antwerpen)
In andere opleidingen:
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Mechelen) als Praktijk 2 + 3
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Turnhout) als Praktijk 2 + 3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 24 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): Bal Annemie, De Ceuster Hanne, Verschueren Fientje, Vos Wouter, Wieërs An
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).

Waarschuwing

Deze informatie is onder voorbehoud van de verdere evolutie van de Coronamaatregelen.
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 648,00 uren

OLR-Leerdoelen (lijst)

02: Leefklimaat op maat: De gegradueerde draagt in vertrouwde en nieuwe, complexe contexten methodisch bij tot het uitbouwen van een leefklimaat op maat.
De student formuleert vragen en bedenkingen in functie van het handelingsplan/ondersteuningsplan van de cliënt
De student verduidelijkt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen
De student past reflectiemethodieken toe om het eigen handelen bij te sturen
De student situeert de eigen praktijkplaats binnen het orthopedagogische werkveld.
De student bespreekt in eigen woorden de eigen draagkracht en grenzen
De student participeert actief aan een formeel overleg.
De student stuurt zijn orthopedagogische competenties bij op basis van zelfreflectie en gekregen feedback
De student stelt kritische vragen over de werking
De student beschrijft hoe de missie, visie en doelstellingen van de organisatie in de dagelijkse werking tot uitiing komen
De student herkent en benoemt methodieken en theoretische denkkaders.
De student handelt vanuit theoretische modellen, methoden, methodieken en technieken.
De student stelt vragen over de manier van werken (methodieken en theoretische denkkaders) die in de organisatie wordt gehanteerd
04: Eigen referentiekader: De gegradueerde handelt vanuit verbondenheid en gelijkwaardigheid. De gegradueerde is zich bewust van het eigen referentiekader en handelt vanuit erkenning van de eigenheid en de verscheidenheid van cliënten en cliëntsystemen.
De student verduidelijkt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen
De student benoemt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen
De student bewaakt het evenwicht tussen professionele en emotionele afstand/nabijheid.
De student handelt vanuit een grondhouding van respect, gelijkwaardigheid en verbondenheid.
De student stemt zijn gedrag af op de eigenheid en verscheidenheid van de doelgroep.
06: Communiceren: De gegradueerde communiceert respectvol en doelgericht met de cliënt, het cliëntsysteem, het team en andere betrokken actoren.
De student benoemt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen
De student benoemt de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student maakt zichtbaar dat hij vertrekt vanuit de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student beschrijft zijn dagelijks handelen met oog voor de krachten en kwetsbaarheden van de cliënten
De student beoordeelt wat de invloed is van de eigen communicatiestijl op het gedrag van de ande
De student verricht de cliëntgebonden administratie.
De student stemt zijn communicatiestijl af op de cliënt, het cliëntsysteem en het team
De student hanteert een respectvolle communicatiestijl ten aanzien van zijn medestudenten en lector.
De student communiceert mondeling op een doelgerichte en respectvolle manier met het team.
De student communiceert op een doelgerichte en respectvolle manier met de cliënt en het cliëntsysteem.
De student communiceert schriftelijk op een doelgerichte en respectvolle manier met het team.
10: Reflectie en levenslang leren: De gegradueerde stuurt zijn (ortho)(ped)agogisch handelen bij o.b.v. van (zelf)reflectie en levenslang leren.
De student past reflectiemethodieken toe om het eigen handelen bij te sturen
De student stuurt zijn orthopedagogische competenties bij op basis van zelfreflectie en gekregen feedback
De student bespreekt in eigen woorden de eigen draagkracht en grenzen
De student gaat aan de slag met gekregen feedback.
De student stelt vragen omtrent het eigen functioneren.
De student benut mogelijkheden om de eigen mentale veerkracht te versterken
De student brengt zijn groeiproces aan de hand van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan in kaart.
12: Doelstellingen: De gegradueerde werkt kritisch en constructief mee aan de doelstellingen van de eigen organisatie.
De student situeert de eigen praktijkplaats binnen het orthopedagogische werkveld.
De student beschrijft hoe de missie, visie en doelstellingen van de organisatie in de dagelijkse werking tot uitiing komen
De student formuleert de missie, visie en doelstellingen van de eigen praktijkplaats
01: Ondersteuning en begeleiding: De gegradueerde ondersteunt en begeleidt cliënten en cliëntgroepen tijdelijk of langdurig in hun dagelijks leven op vlak van wonen, werken, leren en vrije tijd.
De student reageert op gepaste wijze en conform de afspraken binnen de organisatie, ook in onverwachte situaties
De student neemt initiatief in het opnemen van taken
De student organiseert en begeleidt (kleine) activiteiten binnen de dagelijkse werking, afgestemd op de noden/behoeften en leefwereld van de cliënt.
De student participeert aan de dagelijkse werking
03: Ondersteuningsplan: De gegradueerde levert binnen de eigen verantwoordelijkheid, autonoom en met initiatief, een substantiële bijdrage aan het vormgeven en aan het implementeren van het ondersteuningsplan. De gegradueerde doet dit in samenspraak met de cliënt, het cliëntsysteem, het team en andere betrokken actoren.
De student formuleert vragen en bedenkingen in functie van het handelingsplan/ondersteuningsplan van de cliënt
De student beschrijft hoe hij bijdraagt aan het vormgeven en het implementeren van het bestaande opvolgsysteem op zijn leerwerkplek.
De student gaat in op een hulpvraag van de cliënt vanuit observatie, eigen ervaring en in overleg met het team.
De student gaat in op een hulpvraag van de cliënt vanuit observatie, eigen ervaring en in overleg met het team
05: Acties: De gegradueerde vertrekt vanuit krachten bij de cliënt en het cliëntsysteem, heeft oog voor kwetsbaarheden en onderneemt doelgericht acties in functie van levenskwaliteit.
De student benoemt de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student maakt zichtbaar dat hij vertrekt vanuit de krachten en de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem
De student beschrijft zijn dagelijks handelen met oog voor de krachten en kwetsbaarheden van de cliënten
De student hanteert een respectvolle communicatiestijl ten aanzien van zijn medestudenten en lector.
De student doet voorstellen i.f.v. emotionele en fysieke veiligheid voor het individu, de groep en de omgeving
07: Beroepsethisch kader: De gegradueerde handelt in overeenstemming met het beroepsethisch kader en de relevante wettelijke bepalingen.
De student heeft zicht op de netwerken die voor de cliënt belangrijk zijn i.f.v. zijn levenskwaliteit
De student gaat discreet om met gevoelige en vertrouwelijke informatie, zowel in contacten met cliënten als in contacten met collega's.
De student maakt in zijn schriftelijke en mondelinge communicatie over cliënten het verschil tussen nice to know en need to know.
09: Team: De gegradueerde overlegt en werkt samen in een (interdisciplinair) team en met interne en externe actoren in vertrouwde en nieuwe, complexe contexten.
De student participeert actief aan een formeel overleg.
De student neemt zijn verantwoordelijkheid in de uitvoering van zijn taken in functie van de goede/vlotte werking van het team
De student bespreekt in eigen woorden de eigen draagkracht en grenzen
De student beschrijft zijn takenpakket en rol binnen het team
De student kent de werkwijzen en procedures die nodig zijn voor de uitoefening van zijn/haar takenpakket.
De student vraagt uitleg en ondersteuning bij een probleem of onduidelijkheid.
De student houdt zich aan gemaakte afspraken (uurrooster, stiptheid, taakverdeling)
11: Suggesties: De gegradueerde doet op basis van praktijkervaring en ontwikkelingen in de samenleving suggesties ter verbetering van de (ortho)(ped)agogische werking.
De student stelt kritische vragen over de werking

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Vormen van groepsleren16,00 uren
Werkplekleren en/of stage500,00 uren
Werktijd buiten de contacturen132,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarStage60,00
AcademiejaarPortfolio40,00

Toetsing (tekst)

De beoordeling gebeurt op basis van:
- evaluatie stage
- portfolio
- inbreng tijdens supervisiecontacten

Het aanleveren van een uitgewerkt digitaal portfolio is een voorwaarde om deel te nemen aan het eindevaluatiegesprek op de leerwerkplek.
Als de student ongewettigd afwezig is tijdens de stage of supervisiemomenten, kan er een 0 op 20 toegekend worden.
Als de student aan het einde van de stageperiode meer dan 10% van de totaal uit te voeren stage-uren gewettigd afwezig was, kan er een 0 op 20 toegekend worden.
Bij ongewettigde afwezigheid op het arbeidsgeneeskundig onderzoek wordt 1 punt van het totaalcijfer afgetrokken voor elke afwezigheid.