Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Welzijn
campus Spoor Noord Noorderplaats
Noorderplaats 2 - 2000 Antwerpen
gw@ap.be
Praktijk 233943/2151/2122/1/09
Studiegids

Praktijk 2

33943/2151/2122/1/09
Academiejaar 2021-22
Komt voor in:
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Antwerpen), trajectschijf 1
In andere opleidingen:
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Mechelen) als Praktijk 2
  • Graduaat orthopedagogische begeleiding (Turnhout) als Praktijk 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 12 studiepunten
Co-titularis(sen): Anthonissens Nans, Bal Annemie, De Ceuster Hanne, Ferny Lies, Gielis Steven, Leirs Sybryn, Stoffels Ellen, Vandenbussche Jan, Vos Wouter, Wieërs An, Wynants Heidi
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).

Waarschuwing

Deze informatie is onder voorbehoud van de verdere evolutie van de Coronamaatregelen.

Volgtijdelijkheid

geslaagd voor Praktijk 1 OF simultaan te volgen met Praktijk 1 OF geslaagd voor Praktijk 1 (9 ECTS) OF simultaan te volgen met Praktijk 1 (9 ECTS).
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 325,00 uren

Korte omschrijving

Praktijk 2 bereidt je voor op zelfstandig handelen, verantwoordelijkheid dragen en positief-kritisch reflecteren in één van de orthopedagogische werkvelden.

Onderwijsorganisatie (tekst)

De student voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving van een graduaatsopleiding zoals bepaald in het onderwijs- en examenreglement.

OLR-Leerdoelen (lijst)

02: Leefklimaat op maat: De gegradueerde draagt in vertrouwde en nieuwe, complexe contexten methodisch bij tot het uitbouwen van een leefklimaat op maat.
De student formuleert vragen en bedenkingen in functie van het handelingsplan/ondersteuningsplan van de cliënt
De student past reflectiemethodieken toe om het eigen handelen bij te sturen
De student situeert de eigen praktijkplaats binnen het orthopedagogische werkveld.
De student herkent en benoemt methodieken en theoretische denkkaders.
De student stelt vragen over de manier van werken (methodieken en theoretische denkkaders) die in de organisatie wordt gehanteerd
04: Eigen referentiekader: De gegradueerde handelt vanuit verbondenheid en gelijkwaardigheid. De gegradueerde is zich bewust van het eigen referentiekader en handelt vanuit erkenning van de eigenheid en de verscheidenheid van cliënten en cliëntsystemen.
De student benoemt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen
De student handelt vanuit een grondhouding van respect, gelijkwaardigheid en verbondenheid.
De student stemt zijn gedrag af op de eigenheid en verscheidenheid van de doelgroep.
06: Communiceren: De gegradueerde communiceert respectvol en doelgericht met de cliënt, het cliëntsysteem, het team en andere betrokken actoren.
De student benoemt de invloed van het eigen referentiekader op zijn handelen
De student hanteert een respectvolle communicatiestijl ten aanzien van zijn medestudenten en lector.
De student communiceert mondeling op een doelgerichte en respectvolle manier met het team.
De student communiceert op een doelgerichte en respectvolle manier met de cliënt en het cliëntsysteem.
De student communiceert schriftelijk op een doelgerichte en respectvolle manier met het team.
10: Reflectie en levenslang leren: De gegradueerde stuurt zijn (ortho)(ped)agogisch handelen bij o.b.v. van (zelf)reflectie en levenslang leren.
De student past reflectiemethodieken toe om het eigen handelen bij te sturen
De student gaat aan de slag met gekregen feedback.
De student stelt vragen omtrent het eigen functioneren.
De student benut mogelijkheden om de eigen mentale veerkracht te versterken
De student brengt zijn groeiproces aan de hand van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan in kaart.
12: Doelstellingen: De gegradueerde werkt kritisch en constructief mee aan de doelstellingen van de eigen organisatie.
De student situeert de eigen praktijkplaats binnen het orthopedagogische werkveld.
De student formuleert de missie, visie en doelstellingen van de eigen praktijkplaats
01: Ondersteuning en begeleiding: De gegradueerde ondersteunt en begeleidt cliënten en cliëntgroepen tijdelijk of langdurig in hun dagelijks leven op vlak van wonen, werken, leren en vrije tijd.
De student neemt initiatief in het opnemen van taken
De student organiseert en begeleidt (kleine) activiteiten binnen de dagelijkse werking, afgestemd op de noden/behoeften en leefwereld van de cliënt.
De student participeert aan de dagelijkse werking
03: Ondersteuningsplan: De gegradueerde levert binnen de eigen verantwoordelijkheid, autonoom en met initiatief, een substantiële bijdrage aan het vormgeven en aan het implementeren van het ondersteuningsplan. De gegradueerde doet dit in samenspraak met de cliënt, het cliëntsysteem, het team en andere betrokken actoren.
De student formuleert vragen en bedenkingen in functie van het handelingsplan/ondersteuningsplan van de cliënt
De student gaat in op een hulpvraag van de cliënt vanuit observatie, eigen ervaring en in overleg met het team.
05: Acties: De gegradueerde vertrekt vanuit krachten bij de cliënt en het cliëntsysteem, heeft oog voor kwetsbaarheden en onderneemt doelgericht acties in functie van levenskwaliteit.
De student hanteert een respectvolle communicatiestijl ten aanzien van zijn medestudenten en lector.
07: Beroepsethisch kader: De gegradueerde handelt in overeenstemming met het beroepsethisch kader en de relevante wettelijke bepalingen.
De student gaat discreet om met gevoelige en vertrouwelijke informatie, zowel in contacten met cliënten als in contacten met collega's.
De student maakt in zijn schriftelijke en mondelinge communicatie over cliënten het verschil tussen nice to know en need to know.
09: Team: De gegradueerde overlegt en werkt samen in een (interdisciplinair) team en met interne en externe actoren in vertrouwde en nieuwe, complexe contexten.
De student beschrijft zijn takenpakket en rol binnen het team
De student kent de werkwijzen en procedures die nodig zijn voor de uitoefening van zijn/haar takenpakket.
De student vraagt uitleg en ondersteuning bij een probleem of onduidelijkheid.
De student houdt zich aan gemaakte afspraken (uurrooster, stiptheid, taakverdeling)

Leerinhoud

• Toepassen van reflectiemethodieken
• Belang van een netwerk
• Mandaat, rol en positie in een team
• Invloed van het eigen referentiekader
• Missie, visie en doelstellingen van de eigen praktijkplaats

Studiematerialen (tekst): Verplicht

• Studiewijzer
• Materiaal op Digitap

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Vormen van groepsleren13,00 uren
Werkplekleren en/of stage250,00 uren
Werktijd buiten de contacturen62,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarPortfolio40,00
AcademiejaarStage60,00

Toetsing (tekst)

Aanwezigheid bij contactmomenten is verplicht. Per ongewettigde afwezigheid kan één punt van het totaal op 20 punten worden afgetrokken. Meer gedetailleerde informatie hierover vind je terug in de studiewijzer.