Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Wetenschap
Klinisch Onderwijs 1: Domeinstage 130911/2802/2223/1/74
Studiegids

Klinisch Onderwijs 1: Domeinstage 1

30911/2802/2223/1/74
Academiejaar 2022-23
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde (4j ), trajectschijf 1
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de verpleegkunde (flex) als Klinisch Onderwijs 1: Domeinstage 1
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 9 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): Bonnez Yannic, Bosmans Johan, Dehaes Shana, El Fekri Assia, Hereygers Nicky, Matthyssen Benedicte, Present Evy, Schoeters Sharon, Soogen Peter, Spinnoy Karine, Van Assche Tom, Vanceulebroeck Valérie, Van Den Heuvel Anneleen, Vanden Panhuyzen Rina, Van der Linden Eva, Vandewalle Heidi, Van Gerwen Ellen, Van Hoof An, Vansteenbeeck Eva, Verlinde Joeri, Vermeiren Sofie, Verwimp Tom, Vissers Joppe, Wachters Patricia, Wildiers Anja, Wyckaert Marleen
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.10.2022 (Academiejaar) of 15.10.2022 (1ste semester)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 252,00 uren

Waarschuwing

Deze informatie is onder voorbehoud van de verdere evolutie van de Coronamaatregelen.

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Begincompetenties (tekst)

Voor dit OLOD zijn geen specifieke begincompetenties vereist. Enkel dient de student geslaagd te zijn (d.w.z. het label behaald) voor de hygiënische zorgverlening om toegelaten te worden op stage.

OLR-Leerdoelen (lijst)

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan de impact van het ziek zijn op de verdere levensloop van de zorgvrager en zijn omgeving beschrijven. (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan het belang van ethisch en juridisch handelen verantwoorden. (1.1.A.1) (niveau 1)
De student kan het eigen leerproces reguleren door zichzelf en bronnen in de omgeving kritisch en gericht te analyseren en aan de hand van vooropgestelde doelen strategisch te handelen. De student communiceert met belanghebbenden op een correcte mondelinge en schriftelijke wijze, respecteert en draagt zorg voor relaties en de omgeving. Toont leiderschap en werkt efficiënt in team (1.1.A.1) (niveau 1).
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan het systematische zorgplan voor de zorgvrager beschrijven. (1.3.B.3) (niveau 1)
1. Opbouwen - 4. Rekening houden met de filosofische en ideologische overtuiging en culturele aspecten (met inbegrip van gewoonten, gebruiken en rituelen) van de zorgvrager en zijn omgeving tijdens de voorbereiding van de zorgsituatie.
De student kan culturele aspecten bij zichzelf en de zorgvrager herkennen. De student benoemt hun invloed op de zorgsituatie. (1.4.B.3) (niveau 1)
De student kan de zorgsituatie rapporteren aan de verantwoordelijke verpleegkundige. (1.4.B.2) (niveau 1)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan de invloed van het ziekte-inzicht van de zorgvrager op de zorgsituatie observeren. De student kan deze invloed ook verwoorden. (2.1.B.1) (niveau 1)
De student kan de verschillen in levenswijze bij de zorgvrager en zijn omgeving herkennen. De student kan de verschillende noden en behoeften beschrijven. (2.1.A.1) (niveau 1)
De student kan mogelijkheden/moeilijkheden van de zorgvrager m.b.t. de zorgsituatie beschrijven, rekening houdend met de principes van een professioneel taalgebruik. (2.1.B.1) (niveau 1)
De student kan de houding van de zorgvrager beschrijven bij mogelijke oplossingen voor probleemsituaties. (2.1.B.1) (niveau 1)
De student kan noden en behoeften van de zorgvrager en zijn omgeving identificeren. (2.1.A.1) (niveau 1)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan de invloed van de gebruikte middelen op de zorgvrager en zijn omgeving beschrijven. (2.3.A.2) (niveau 1)
De student kan de relevante wetgeving benoemen. (2.3.B.3) (niveau 1)
De student kan de theorieën van sociale en communicatieve vaardigheden herkennen. (2.3.B.1) (niveau 1)
De student kan de verpleegkundige handelingen kopiëren. (2.3.A.2) (niveau 1)
De student kan het materiaal selecteren voor de uitvoer van een zorgsituatie. (2.3.A.2) (niveau 1)
De student kan relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager) hanteren voor de opbouw van een zorgsituatie. (2.3.A.1) (niveau 1)
2. Realiseren - 4. Toepassen van gezondheidspromotie, rekening houdend met het welzijn van de zorgvrager.
De student kan onderkennen dat gedrag een invloed heeft op gezondheid. (2.4.A.1) (niveau 1)
3. Coördineren - 2. Regisseren van de zorgsituatie
De student kan een zorgsituatie beschrijven. De student kan aanduiden welke zaken hij als positief of negatief evalueert. (3.2.A.3) (niveau 1)
De student kan onder leiding deelnemen aan het regisseren van de zorgsituatie. (3.2.B.2) (niveau 1)
3. Coördineren - 3. Verantwoorden van de zorgsituatie intra- en interprofessioneel.
De student kan de beroepspecifieke bevoegdheden toepassen op de samenwerking in een intra-professioneel team. (3.3.B.2) (niveau 1)
3. Coördineren - 3. Waarderen en respecteren van de bevoegdheden van de leden van het intra-en interprofessioneel team.
De student kan de taken en de verantwoordelijkheden van het verpleegkundig team t.a.v. andere hulpverleners herkennen. (3.3.A.2) (niveau 1)
De student kan het belang van feedback onderkennen. De student kan openstaan voor feedback. (3.3.A.3) (niveau 1)
De student kan het eigen beroepsprofiel benoemen.(3.3.A.2) (niveau 1)
De student kan verwoorden dat er verschillende stijlen zijn in een leerproces.(3.3.A.3) (niveau 1)

Leerinhoud

Student past de aangereikte kennis en vaardigheden vanuit de overige leerlijnen toe in de beroepspraktijk. In het eerste modeltraject wordt hiertoe de aanzet gegeven, waarbij de nadruk wordt gelegd op het kennismaken met de beroepspraktijk. Hierbij dient student het volgende te bewijzen:
* Bewijzen van "veiligheidsbewust zijn".
* Bewijzen van "empathisch zijn".
* Bewijzen van "respectvol zijn".
* Bewijzen van "kritisch ingesteld zijn".
* Bewijzen van "contactbereid zijn".
* Bewijzen van "accuraat zijn".

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Stagereglement van de opleiding
Digitale leeromgeving
Zakboek Verpleegkundige Diagnosen. Carpenito, L. J, 2017. Groningen: Wolters-Noordhoff. ISBN-nr: 978-90-018-8675-2

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges2,00 uren
Werkplekleren en/of stage225,00 uren
Werktijd buiten de contacturen25,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarPraktijkbeoordeling in een professionele context8,00Stageadministratie of stageboek
AcademiejaarPraktijkbeoordeling in een professionele context22,00Stageopdracht
AcademiejaarPraktijkbeoordeling in een professionele context70,00Stage
Semester 1Praktijkbeoordeling in een professionele context8,00Stageadministratie of stageboek
Semester 1Praktijkbeoordeling in een professionele context22,00Stageopdracht
Semester 1Praktijkbeoordeling in een professionele context70,00Stage

Toetsing (tekst)

Permanente evaluatie zonder examen. Om te slagen dient de student 10/20 te behalen voor het opleidingsonderdeel stage. Voor verdere richtlijnen aangaande evaluatie, zie "generiek stagereglement". Geen tweede examenperiode mogelijk, tenzij beschreven in het "generiek stagereglement".

De procedure “Medische opvolging bij practicum en stage” zoals raadpleegbaar op intranet voor studenten moet worden nageleefd. De student neemt kennis van de procedure “Medische opvolging bij practicum en stage” zoals raadpleegbaar op het intranet voor studenten en verbindt zich er toe deze procedure na te leven. Indien de student zijn eerste afspraak met betrekking tot het arbeidsgeneeskundig onderzoek niet nakomt, zal dit gesanctioneerd worden met een vermindering van één punt op de totaalscore van het desbetreffende opleidingsonderdeel (klinisch onderwijs 1, 2.1, 2.2, 2.3, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2).

Kennis van het generiek stagereglement: voor de aanvang van de eerste officieel geplande stageweek dient elke stagiair het stagereglement door te nemen (beschikbaar op Digitap) en de inhoud te kennen. Het stagereglement is een praktische handleiding bij het stagegebeuren en een document om de stagiair bewust te maken van hun verantwoordelijkheid voor het eigen (stage)leerproces.

Raadplegen van Digitap/Teams: op Digitap/Teams is informatie te vinden over de stageplaatsen. Er wordt van de stagiair verwacht dat de beschikbare informatie van de toegekende stageplaats gekend is nog voor aanvang van de stageperiode. Al de formulieren die nodig zijn voor het maken van het stageboek en stage-opdrachten zijn daar terug te vinden.

De stagiair stuurt (via AP e-mail voor 17u) zijn stagedoelstellingen (indien van toepassing) én FGB ten laatste maandag voor aanvang van de stageperiode naar de betrokken stagebegeleider. Het niet tijdig contact opnemen resulteert in een score van 0/8 voor het luik administratie van de betreffende stage. Mails betreffende het maken van een afspraak dienen te worden verstuurd op werkdagen voor 17u via AP-mail.

Aangezien in het opleidingsonderdeel stage voor de opleiding essentiële eindcompetenties worden getoetst, is het noodzakelijk dat de student alle stage-uren effectief presteert. Om de eindcompetenties te kunnen beoordelen moet het stagedossier voor de door de opleiding voorziene deadline worden ingediend en beoordeeld. Het niet volledig presteren van de stage-uren of het niet tijdig indienen van een stagedossier kunnen leiden tot een score van 0/20 op het totale opleidingsonderdeel.

Het stagedossier (stageboek + stage-opdracht) wordt geüpload via Digitap de eerste arbeidsdag na het beëindigen van de stageperiode voor middernacht. Enkel omwille van een geldige reden kan hiervan, in samenspraak met de betrokken stagebegeleider en de stagecoördinator, afgeweken worden. Dit wordt schriftelijk gemotiveerd door de stagiair en schriftelijk bevestigd door de betrokken stagebegeleider.

Indien het volledige stagedossier (stageboek + stage-opdracht) de eerste arbeidsdag (na het beëindigen van de stageperiode) niet wordt ingediend, is het stagedossier laattijdig ingediend. Het laattijdig indienen van het stagedossier, d.w.z. na de eerste werkdag na het beëindigen van de stageperiode, maar binnen de 5 werkdagen na het beëindigen van de stageperiode, resulteert in een score van 0/8 voor het luik administratie van de betreffende stage en een halvering van de behaalde punten op de stageopdracht.
Het stagedossier wordt als twee aparte documenten (stageboek én stage-opdracht) geüpload via Digitap. Het stageboek moet onder de vorm van een .pdf bestand geüpload worden binnen de daartoe bestemde ruimte op Digitap. De stage-opdracht moet onder de vorm van een .doc bestand geüpload worden binnen de daartoe bestemde ruimte op Digitap. Het per AP-mail doorsturen van het stagedossier naar de stagebegeleider OF slechts een gedeelte van het stagedossier uploaden op Digitap zorgt ervoor dat het stagedossier ook als laattijdig behandeld wordt.

Na 5 werkdagen (na het beëindigen van de stageperiode) wordt het stagedossier (stageboek + stage-opdracht) als niet ingediend beschouwd. Door het niet indienen van het stagedossier binnen de 5 werkdagen (na het beëindigen van de stageperiode) wordt deze stageperiode als onvolledig uitgevoerd beschouwd. Het stagedossier bevat namelijk alle noodzakelijke informatie om de competenties op stage te kunnen beoordelen. Het geeft aanleiding tot een 0 voor die betrokken stageperiode (0 op stage, op stageboek én voor de stage-opdracht). Enkel omwille van een geldige reden kan hiervan, in samenspraak met de betrokken stagebegeleider, afgeweken worden. Dit wordt schriftelijk gemotiveerd door de stagiair en schriftelijk bevestigd door de betrokken stagebegeleider.

Het is de verantwoordelijkheid van de stagiair om een afspraak te maken om zijn voortgangsverslag en feedback op het stagedossier af te halen. Deze afspraak dient gemaakt te worden, ten laatste 10 werkdagen na het beëindigen van de stageperiode. Geen aanstalten maken tot het maken van een afspraak (via AP-mail) voor het afhalen van het voortgangsverslag en de feedback op het stagedossier na de vastgestelde 10 werkdagen resulteert in een score van 0/8 op het luik administratie van de betreffende stage. Het voortgangsverslag kan na deze termijn alsnog afgehaald worden bij de stagecoördinator van de opleiding. De aanwezigheid van het voortgangsverslag in het stageboek is een voorwaarde om de volgende stage te kunnen aanvatten.

Gezien de stage- en praktijkopdracht in de eerste examenperiode permanent geëvalueerd wordt aan de hand van competentiemeting zonder examen in een periode van het aantal weken gerelateerd aan het aantal te vervullen stage-uren, kan deze niet hernomen worden gezien de korte duurtijd van de tweede examenperiode.

Elke ongewettigde afwezigheid op stage kan leiden tot een score van 0/20 op het totale opleidingsonderdeel, conform de regels die hieromtrent zijn vastgelegd in de ECTS-fiche van het betreffende opleidingsonderdeel.

Het beroepsgeheim geldt gedurende alle stages en blijft altijd gelden, ook wanneer de vertrouwensrelatie beëindigd is of als de stage afgelopen is.

Wanneer de stagiair een techniek uitvoert op stage die hij/zij nog niet geleerd heeft OF waarvoor hij/zij nog geen label behaald heeft of niet geslaagd is, kan de stagiair maximaal 9 op 20 behalen voor deze stageperiode én scoort de stagiair een ‘0’ op volgende competenties:
• Zelfreflectie
• Kwaliteit van het werk
• Veiligheid
• Zelfvertrouwen
• Opnemen verantwoordelijkheid
Een uitzondering hierop is de techniek van babybadje.

Indien de stagiair een label behaalde vorig academiejaar, maar voor dat opleidingsonderdeel professionele vaardigheden (PV) niet slaagde, mag de stagiair deze techniek toch uitvoeren op stage. Bijvoorbeeld: in academiejaar 21-22 volgde de stagiair PV1, de stagiair behaalde het label inspuiting maar slaagde niet voor het opleidingsonderdeel PV1, en doet dit academiejaarjaar een stage binnen KO2, dan mag hij binnen die stage de technieken uitvoeren waarvoor hij vorig academiejaar een label behaalde (bijv. dus inspuiting). Opgelet, dit telt niet voor de technieken van PV waar geen label voor is. Ter aanvulling: als de stagiair zijn/haar label binnen het huidige academiejaar NIET haalt, vervalt het label van vorig jaar. Vanaf dat moment mag de stagiair dus die techniek niet meer uitoefenen, tot hij via eventuele herkansing het label terug behaalt.

Voor alle reglementering: zie generiek stagereglement geldig voor academiejaar 2022-2023.