Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium van Antwerpen
Masterproef Hafabradirectie11994/2806/2223/1/75
Studiegids

Masterproef Hafabradirectie

11994/2806/2223/1/75
Academiejaar 2022-23
Komt voor in:
  • Educatieve master muziek en podiumkunsten
    Keuzeoptie van afstudeerrichting:
    • Hafabradirectie binnen Muziek
  • Master in de muziek, trajectschijf 5
    Keuzeoptie van afstudeerrichting:
    • Hafabradirectie binnen Directie
  • Master of Arts in Music
    Keuzeoptie van afstudeerrichting:
    • Hafabradirectie binnen Conducting
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 18 studiepunten
Titularis: Verhaert Steven
Andere co-titularis(sen): Anthonis Luc
Onderwijstalen: Engels, Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 31.10.2022 (Academiejaar)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 540,00 uren

Volgtijdelijkheid

geslaagd voor Hafabradirectie 1.

Onderwijsorganisatie (tekst)

individuele lessen hafabradirectie
groepsgerichte lessen
klasactiviteiten
(luister)stages bij externe hafabra-orkesten
tutoring bij de masterproefpaper

eventueel aangevuld met een selectie uit
- deelname aan projecten georganiseerd door de instelling
- masterclasses en lezingen
- concertbezoek

Voor de concrete organisatie van deze onderwijsactiviteiten: zie Vademecum Directie

Begincompetenties (tekst)

De student beheerst de leerdoelen van het voorgaande opleidingsonderdeel Hafabradirectie 1.

Eindcompetenties (tekst)

Zie competentiematrix. De competenties worden opgesplitst in kennis, vaardigheden en attitudes. Uiteraard is dit een theoretische constructie, aangezien de artistieke praxis onlosmakelijk verbonden is met theorie en onderzoek.

Vaardigheden
1. De studenten kunnen ensembles van verschillende groottes en bezettingen dirigeren.
2. De studenten zijn in staat om een sturende rol te spelen in een ensemble (artistiek, organisatorisch, …).
3. De studenten hebben een efficiënte basisslagtechniek verworven.
4. De studenten beluisteren en analyseren het basisrepertorium van de eigen discipline en het gemengd repertoire.
5. De studenten tonen hun vakmanschap in een brede waaier aan stijlen en kunnen eigen accenten leggen.
6. De studenten zijn in staat om hun eigen artistieke concepten te creëren.
7. De studenten kunnen hun muzikale ideeën realiseren, hierbij rekening houdend met de context, het publiek en het muziekmateriaal.
8. De studenten beschikken over de nodige studie-, lees- en gehoorvaardigheden ter ondersteuning van de artistieke praxis en onderzoek.
9. De studenten beheersen de basistechnieken van transpositie.
10. De studenten hafabradirectie zijn in staat om transcripties/ arrangementen te maken van originele orkestpartituren.
11. De studenten tonen de nodige communicatieve vaardigheden, zowel naar het ensemble toe als naar externen.
12. De studenten tonen vaardigheden op gebied van timemanagement.
13. De studenten beschikken over onderzoekscompetenties ter verrijking van hun artistieke activiteit.
14. De studenten zijn in staat om hun beheersing van zowel het geschreven als het gesproken woord te tonen in presentaties over de artistieke praxis en onderzoek.

Kennis
15. De studenten hebben de kennis van het basisrepertoire van de eigen discipline leren kennen, uitgebreid en verdiept.
16. De studenten hebben de basiskennis van het repertoire voor koor, hafabra en orkest en het gemengd repertoire verworven.
17. De studenten hebben grondige kennis van de parameters van de muziek en hun interactie.
18. De studenten hebben diepgaand inzicht in muzikale structuren en materialen.
19. De studenten hafabradirectie kunnen originele orkestpartituren met transcripties vergelijken.
20. De studenten hebben inzicht in verschillende muzieknotaties, toonsystemen en toonaarden. 
21. De studenten zijn in staat, op basis van een grondige kennis van en inzicht in de parameters van de muziek, artistieke concepten te ontwikkelen en uit te drukken.
22. De studenten hebben hun kennis van de context, die relevant is voor hun artistiek traject, uitgebreid door zelfstudie en onderzoek.
23. De studenten hebben inzicht in groepsprocessen en -dynamieken.
24. De studenten tonen inzicht in de psychologie van het individuele gedrag.
25. Op basis van onderzoek van muziekstijlen en uitvoeringspraktijk zijn de studenten in staat om programma’s samen te stellen, die coherent zijn en aangepast aan de omstandigheden.
26. De studenten hebben een grondige kennis van de onderlinge verbanden tussen theoretische en praktische studies en begrijpen hoe ze deze kennis kunnen gebruiken om hun eigen artistieke ontwikkeling te ondersteunen.

Attitudes
27. De studenten motiveren en enthousiasmeren hun ensembles.
28. De studenten kunnen initiatief nemen en aan anderen leiding geven in gemeenschappelijke projecten en activiteiten.
29. De studenten beschikken over een artistieke gedrevenheid.
30. De studenten tonen artistiek-wetenschappelijke nieuwsgierigheid en openheid voor een nieuw en ruimer repertorium.
31. De studenten willen en kunnen hun artistieke praxis verrijken met de opgedane kennis en inzichten.
32. De studenten tonen de nodige zelfzekerheid en overtuigingskracht in uitvoeringen.
33. De studenten tonen expressiviteit door afdoend gebruik te maken van hun verbeelding, hun intuïtie en emotioneel begrip.
34. De studenten beschikken over een kritische ingesteldheid t.o.v. zichzelf en het ensemble die zij op constructieve wijze kunnen aanwenden.
35. De studenten kunnen creatief en flexibel denken en werken.
36. De studenten zijn volledig zelfstandig en zijn in staat om uitgebreide en complexe taken op een georganiseerde manier aan te pakken.
37. De studenten kunnen zich integreren met anderen in een verscheidenheid aan culturele contexten. 38. De studenten kunnen hun eigen deskundigheid op peil houden in een proces van levenslang leren.

OLR-Leerdoelen (lijst)

1.1 De student verbreedt en verdiept op zelfstandige basis het repertoire gerelateerd aan het eigen vakgebied.
De student kent het HaFaBra-repertoire en is in staat een partituur op zodanige manier te ontleden mbt stijlgetrouwheid, directie, uitvoering en repetitietechniek, dat hij/zij binnen de repetitie een resultaat kan bereiken dat muzikaal verantwoord is.
1.2 De student beheerst de internationaal gehanteerde stilistische uitvoeringspraktijk.
De student dirigeert op mature wijze en zet een boeiende interpretatie neer, conform de internationaal gehanteerde stilistische normen
1.3 De student kan een sturende rol opnemen in een ensemble.
De student heeft een duidelijke en effectieve dirigeertechniek, beheerst de tempi en bekomt bij het ensemble een energieke groepsdynamiek en vloeiend samenspel.
1.5 De student kan door middel van een artistieke dialoog zijn publiek beroeren.
De student beroert het publiek vanuit een persoonlijke visie en artistieke gedrevenheid en kan zelfstandig werken.
2.1 De student heeft een grondige beheersing van de muzikale parameters en structuren.
De student beheerst de muzikale parameters (zoals vorm, ritmiek, melodievoering, dynamiek, intonatie, articulatie) en toont harmonisch inzicht en analytisch denkvermogen.
2.3 De student kan door analyse en interpretatie muziekstructuren verwerken.
De student is in staat een grondige analyse te maken met het oog op een versnelling van het repetitieproces. De student brengt deze analyse tot uiting in de slagtechniek: de theoretische benadering wordt omgezet in bewegingen die de groep musici helpen bi
De student ontwikkelt een eigen interpretatie op HaFaBra-repertoire a.d.h.v. luisterstages, arrangementen, orkestratie of eigen composities
2.4 De student heeft zich de juiste speeltechnieken en -houdingen eigen gemaakt.
De student leidt het orkest op alle gebied en tilt het door middel van verbale aanduidingen en specifieke directiebewegingen op een hoger niveau
3.2 De student werkt samen (met andere kunstdisciplines) aan de realisatie van een eigen artistiek concept.
De student toont via praktijkervaring als dirigent van een hoog gekwalificeerd (amateur-)orkest dat hij/zij in staat is binnen een repetitie controlerend en opbouwend te werken dankzij een communicatieve houding.
4.1 De student heeft een uitgebreide kennis van de ruimere culturele en (muziek)historische context en kan die aanwenden in de eigen artistieke praktijk.
De student kan een divers examenconcertprogramma samenstellen waarbij naast ouverture, eigen werk en hoofdwerk ook één of meerdere solisten begeleid worden.

Leerinhoud

Lees het vademecum.
-Slagtechniek (specifieke oefeningen toegepast op de overwegend hedendaagse orkestliteratuur).
-Gehooroefeningen (o.m. foutdetectie, intonatie, balans, articulatie, stijlverschillen, akkoorden)
-Analyse orkestwerken uit diverse stijlen en periodes (harmonisch, vorm, instrumentatie, slagtechnisch, repetitietechnisch, stijlgericht)
-Arrangement en Orkestratie: arrangement/orkestratie leren maken voor alle hafabra-orkesttypes.
-Literatuur verwerven :geschiedenis en overzicht van de hafabra-literatuur en toepassing ervan voor de samenstelling van concertprogramma's rond bepaalde thema's en opbouw van een concert
-Praktijkervaring opdoen in het hafabraorkest van het Conservatorium (spelend of dirigerend) en bij externe orkesten via luister- en dirigeerstages
-Toepassen van onderzoeksvaardigheden
-Voorbereiding van het programma van de masterproef directie

Meer details: zie Vademecum Directie

Studiematerialen (tekst): Verplicht

- Partituren, studieboeken en opnames cfr. opgave van de docent
- Partituren van het examenprogramma. Het examenprogramma wordt bepaald in overleg met de hoofddocent.

Studiematerialen (tekst): Aanbevolen

- Gespecialiseerde vaktijdschriften & vakliteratuur
- Websites mbt de vakliteratuur en onderzoek in het vakgebied
- Boeken, krantenartikels, video's, DVD's, CD’s mbt het vakgebied
- Inzage in masterproeven van vorige jaren
- Handleidingen "richtlijnen papers" en "richtlijnen masterproeven" cfr. webstek
- Brochure "Academisering? onderzoek aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen" cfr. webstek

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Artistieke praktijk30,00 uren
Vormen van groepsleren30,00 uren
Werktijd buiten de contacturen480,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
AcademiejaarVaardigheidstoets artistiek in de examenreeks100,00