Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium van Antwerpen
Inleiding in de kunsteducatie37095/2862/2223/1/02
Studiegids

Inleiding in de kunsteducatie

37095/2862/2223/1/02
Academiejaar 2022-23
Komt voor in:
  • Educatief graduaat in het secundair onderwijs (dans)
  • Educatieve master muziek en podiumkunsten
  • Verkorte educatieve bachelor muziek- en podiumkunsten
  • Verkorte educatieve master muziek en podiumkunsten
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Titularis: Selderslaghs Bob
Andere co-titularis(sen): El Kaoui Rashif, Gordon Natalie, Verhulst Sarah
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 31.10.2022 (1ste semester)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 90,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

In Inleiding in de kunsteducatie komen leerdoelen aan bod die gelinkt zijn aan interdisciplinair (samen)werken, diversiteit – in contexten, doelen en deelnemersgroepen – innovatie en onderzoek. Aan de hand van praktijksessies en onderzoeksseminaries vormt het opleidingsonderdeel een voorbereiding en basis :
• Voor Stage andere en Stage Kunsteducatief project voor studenten van de Educatieve graduaatsopleiding: leraar dans en de Educatieve bacheloropleidingen dans en muziek.
• Voor Stage andere en Masterproef Kunsteducatief Project voor studenten van de Educatieve Master Muziek en Podiumkunsten. Tijdens de masterproef koppelen studenten op autonome wijze onderzoekscompetenties aan een kunsteducatieve praktijk.

OLR-Leerdoelen (lijst)

Dit opleidingsonderdeel omvat de volgende leerdoelen:
Kan lesmateriaal opbouwen vanuit verschillende ervaringen en eigen standpunten met collega's delen en integreren.
Exploreert de mogelijkheid om, al dan niet in samenwerking met (een) andere student(en), interdisciplinair te werken met de eigen doelgroep.
Kan samenwerken met een partner of in teamverband voor een case study en is in staat opdrachten onderling te verdelen.
Kan basisinformatie uit een tekst/rapport halen en deze in eigen woorden toelichten.
Handelt "out of the box" en gaat creatief om met het lesmateriaal.
Toont onderzoek, inventiviteit en een eigen artistieke persoonlijkheid.
Doet aan zelfreflectie, zelfevaluatie en peerfeedback en ontwikkelt een kritische ingesteldheid
Verwerft inzicht in verschillende relevate onderzoekslijnen op het vlak van kunsteducatie en in bijbehorende theoretische en artistieke kaders
Is zich bewust van nieuwe trends en innovaties binnen de kunstwereld en past deze toe binnen opdrachten

Leerinhoud

Tijdens inleidende én verdiepende lessen in de bachelor- en masteropleidingen (o.m. in de opleidingsonderdelen Research, Artist in society, Algemene Didactiek in de Kunsten, Diversiteit & groepsmanagement en oriënteringsstage) maken de studenten kennis met artistiek en kunsteducatief onderzoek en met het werkveld van participatieve kunstpraktijken en kunsteducatie.

In relatie tot deze brede kennis- en ervaringsbasis worden de studenten in Inleiding in de kunsteducatie voorbereid op het onderzoeksluik van het portfolio (in de graduaats- en bacheloropleidingen) of de masterproef d.m.v. vier onderzoeksseminaries: deze zijn inhoudelijk georiënteerd op de onderzoekslijnen die de opleiding voorop stelt (zie verder).

Voorts verkennen de studenten tijdens vijf interdisciplinaire praktijksessies methodieken en strategieën voor kunsteducatie en participatief creëren in de podiumkunsten.

Meer info: zie Studiegids Inleiding in de kunsteducatie

Studiematerialen (tekst): Verplicht

  • Studiegids 'Inleiding in de kunsteducatie' (te verkrijgen via Digitap)
  • Trotter: opleidingsgids voor de Educatieveopleidingen
  • Elke student dient te beschikken over een laptop voor blended learning (online en offline lessen)
  • Bij elk onderzoeksseminarie horen enkele artikels die de thematiek en onderzoeksmogelijkheden inzichtelijk maken. Deze artikels worden gepost in de mappen per onderzoeksseminarie op Digitap en kunnen geraadpleegd worden voor de reflectieopdrachten.

Studiematerialen (tekst): Aanbevolen

Ackroyd, J. (2006). Research Methodologies for Drama Education. Trentham Books

Addison, N., Burgess, L., Steers, J., Trowell, J. (2010). Understanding Art Education: Engaging Reflexivity with Practice. London/New York: Routledge.

Anderson, T., Gussak, D., Hallmark, K., & Paul, A. (2010). Art education for social justice. Reston, VA: National Art Education Association

Ball, L. (1990). What role: Artist or teacher? Art Education, 43(1), 54–59.

Bishop, C. (2012). Artificial Hells: Participatory Art and the Politics of Spectatorship. London/New York: Verso.

Bjorkvold, J.R. (1992). De Muzische Mens. Rotterdam: AD.Donker

Bresler, L. (ed.) (2007), International Handbook of Research in Arts Education. Dordrecht: Springer

Congdon, K.G. (2004). Community Art in Action. Worcester, Massachusetts: Davis Publications.

Dekeyser, B. (2010). Education through art, Kunst- en cultuureducatie als motor van leren.
Antwerpen: Garant.

Edwards, C., Gandini, L. & Forman, G. (red). (1998). De honderd talen van kinderen: De
ReggioEmilia-benadering bij educatie van jonge kinderen
. Utrecht: SWP.

Eisner, E.W. & D. Day, M. (eds.). (2004). Handbook of Research and Policy in Art Education. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates

Graham, M. (2008). How the teaching artist can change the dynamics of teaching and learning. Teaching Artist Journal 7(2), 85–94

Fegan, T. (2003). Learning and Community Arts. Leicester: National Institute of Adult Continuing Education.

Finkelpearl, T. (2013). What we made: Conversations on art and social cooperation. Durham, NC: Duke University Press.

Fleming, M., Bresler, L., O’Toole, J. (eds). (2015). The Routledge International Handbook of the Arts and Education. London/New York: Routledge

Freeman, J. (2010). Blood, Sweat & Theory: Research through practice in performance. Faringdon: Libri Publishing.

Frieling, R. (2008). The Art of Participation. 1950 to Now. San Francisco: San Francisco Museum of Modern Art.

Garber, E. (2004). Social justice and art education. Visual Arts Research, 30(2), 4–22.

Gielen, P. & De Bruyne, P. (2011). Community Art. The Politics of Trespassing. Amsterdam: Valiz Antennae.

Hagenaars, P. & Lieftinck, J. (red). (2004) ‘Beroep: docent kunstvakken.Competenties en kwalificaties in theorie en praktijk’, In Cultuur + Educatie 11, Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Higgins, L. (2008). Growth, Pathways and Groundwork: community Music in the United Kingdom, International Journal of Community Music, 1 (1), 23-37.

Hoekstra, M. (2010). ‘Onderzoek naar de rol van de kunstenaar in Toeval Gezocht.’ In M. van Hoorn, (red.). Max Van der Kamp scriptieprijs 2009. In Cultuur+Educatie 27, p. 8 -28. Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Jackson, S. (2011). Social Works: Performing Art, Supporting Publics. New York: Routledge.

Kerremans, J. (ed.) S(O)AP. (2009). Spanningsvelden in de sociaal-artistieke praktijk, Brussel: Demos vzw.

Marshall, J. (2014). Transdisciplinarity and Art Integration. Toward a New Understanding of Art Based Learning across the Curriculum. Studies in Art Education, 55:2, 104-127

Matarasso, F. (2019). A Restless Art. How participation won and why it matters. London: Calouste Gilbankian Foundation.

Nagel, I. (2004). Cultuurdeelname in de levensloop. Proefschrift. Utrecht: Universiteit Utrecht.

O ́Farrell, L., Schonmann, S., & Wagner, E. (eds.) (2014). International Yearbook for Research in Arts Education 2/2014. Münster, Germany: Waxmann Verlag.

Parsons, M. (1987). How we understand art: A cognitive developmental account of aesthetic
experience
. Cambridge-New York: Cambridge University Press.

Quinn, T., Hochtritt, L., & Ploof, J. (2012). Art and social justice education: Culture as commons. New York, NY: Routledge.

Strobbe, L. & Van Regenmortel, H. (2010). Klanksporen: Breinvriendelijk musiceren. Antwerpen:
Garant.

Taylor, P. (ed.) (2004 /1996). Researching Drama and Arts Education. Paradigms & Possibilities. London/New York: RoutledgeFalmer.

Twaalfhoven, A. (red.) (2007). Kunst en opleiding. Boekman, 73. Amsterdam: Boekmanstichting.

Trienekens, S. & Hillaert, W. (2015). Kunst in Transitie: Manifest voor participatieve kunstpraktijken. Brussel/Utrecht: Demos/CALL-XL.

Vandelacluze, S., Van Esch, J. &Waerts, J. (2009). Methodiek: kunst- en erfgoededucatie,
theorie en praktijk
. Leuven: Mooss.

Van Steen, A. (2014). De sociaal-artistieke methodiek. Een etnografische studie naar repetitieprocessen van sociaal-artistieke praktijken. Onderzoeksrapport Universiteit Gent, Vakgroep Sociologie.

Vermeersch, L. & Vandenbroucke, A. (2011). Veldtekening cultuureducatie: Beschrijvende studie
met evaluatieve SWOT-analyse.
HIVA-K.U.Leuven / Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse overheid, Leuven/Brussel.

Vogelezang, P. (2009). Handboek en Cultuurmonitor Pabo: De kwaliteit van cultuureducatie.
Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Woywod, C. & Deal , R. (2016), Art That Makes Communities Strong: Transformative Partnerships With Community Artists in K–12 Settings. Art Education, 69:2, 43-51.

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges8,00 uren
  • Duur: Academiejaar
Vormen van groepsleren10,00 uren
Werktijd buiten de contacturen72,00 uren
  • Duur: Semester

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Semester 1Reflectieopdracht permanent tijdens de lesweken (Permanente evaluatie)40,00
Semester 1Vaardigheidstoets artistiek permanent tijdens de lesweken (Permanente evaluatie)60,00

Toetsing (tekst)

Inleiding in de kunsteducatie bestaat voor 100% uit permanente evaluatie, waarbij de student tijdens vaardigheidstoetsen en reflectieopdrachten blijk geeft alle betreffende leerdoelen te hebben verworven:
 
• Vaardigheidstoets artistiek permanent: 60%
De vaardigheidstoets artistiek permanent omvat (a) het proces dat de student heeft afgelegd en dat zichtbaar gemaakt werd tijdens de interdisciplinaire praktijksessies; en (b) specifieke individuele en groepsopdrachten verbonden aan die praktijksessies (zoals een videopitch van een hypothetisch kunsteducatief project en microteaching).
De beoordeling gebeurt voor 40% door de praktijkdocenten en voor 20% door de student zelf (via een zelfevaluatiedocument dat de student kan downloaden via Digitap).

• Reflectieopdracht permanent: 40%
De studenten reflecteren over elk onderzoeksseminarie a.d.h.v. een aantal richtvragen waarbij ze een duidelijke link maken tussen onderzoek en de kunsteducatieve praktijk. Ze verwerken in hun reflectie minstens één bron die aan bod kwam tijdens het onderzoeksseminarie.
De beoordeling gebeurt door de titularis van het opleidingsonderdeel.

Verplichte aanwezigheid op onderzoeksseminaries en interdisciplinaire praktijksessies:
Bij minder dan 2/3 aanwezigheid in de lessen krijgt de student 0/20 voor de toetsvormen permanente evaluatie. Voor de toetsvormen permanente evaluatie is geen tweede examenkans mogelijk.