Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium van Antwerpen
Oriënteringsstage32792/3047/2324/1/79
Studiegids

Oriënteringsstage

32792/3047/2324/1/79
Academiejaar 2023-24
Komt voor in:
  • Educatieve master muziek en podiumkunsten, trajectschijf 4
  • Verkorte educatieve bachelor muziek- en podiumkunsten
  • Verkorte educatieve master muziek en podiumkunsten
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Aper Katrijn
Andere co-titularis(sen): Dierckx Ellen, Thielemans Magda, Vinken Jan-Kris
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Semester 2 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 31.10.2023 (Academiejaar) of 31.10.2023 (1ste semester) of 15.03.2024 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 90,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

De studenten maken kennis met het ruime werkveld maar ook met verschillende onderwijsgerelateerde activiteiten, lesonderwerpen, lessituaties, didactische werkvormen, enz. Tijdens de oriënteringsstage observeren zij verschillende onderwijsvormen, -activiteiten, scholen, disciplines, doelgroepen en niveaus.

Voor meer informatie: raadpleeg het Vademecum Stage, de studiegids (Trotter) en Portfolio (Digitap).

OLR-Leerdoelen (lijst)

Dit opleidingsonderdeel omvat de volgende leerdoelen:
Kan vanuit observatie de specifieke beginsituatie van de leerlingen en de leergroep benoemen en de diversiteit ervan erkennen. Kan vanuit zijn kennis de belangrijkste aandachtpunten voor een specifieke beginsituatie opnoemen en deze toelichten.
Kan op basis van een geobserveerde les de doelen voor deze les bepalen.
Kan verschillende evaluatievormen benoemen aan de hand van observatie en de effectiviteit ervan toetsen met de doelen.
Kan aan de hand van observatie toelichten welke rol er kan worden opgenomen binnen het leerklimaat van een school.
Kan op basis van observatie en gesprek zich een idee en strategie vormen in het omgaan met leerlingen met zorgvragen.
Kan verschillende werkvormen en de kenmerken hiervan benoemen. Kan aan de hand van de kenmerken over de geobserveerde werkvormen reflecteren in functie van de te bereiken doelen.
Kan aan de hand van voorbeelden een persoonlijke mening verwoorden over actuele onderwijskundige thema's.
Kan vernieuwende en/of voor het eigen vak waardevolle onderwijsaanpak benoemen en hierover reflecteren in functie van het eigen lesgeven.
Kan aan de hand van voorbeelden persoonlijke mening verwoorden over actuele onderwijskundige thema's.

Leerinhoud

De oriënteringsstage bestaat uit volgende onderdelen:

  • Het observeren van 10 lessen. Je observeert minimaal 2 lessen in de andere domeinen. Bijvoorbeeld. Wie Drama volgt, observeert minimaal 1 les Dans, en 1 les Muziek.
  • Het observeren van 1 vergadering in het DKO/KSO.
  • Het observeren van of deelnemen aan 1 juryoverleg in het DKO/KSO.
  • Het observeren van 1 klasconcert/toonmoment DKO/KSO.

In de lessen Algemene didactiek in de kunsten wordt aandacht besteed aan de techniek van het observeren en het schrijven van reflectieverslagen. Je schrijft een reflectieverslag van elke observatie (10 in totaal), bundelt dit samen met de respectievelijke observatiebewijzen en een eindreflectieverslag en vult dit aan via de Portfolio-omgeving. 

Je organiseert:
• Maak afspraken met potentiële stagescholen op de stagemarkt (zie onderwijskalender), kies uit een lijst te vinden op het digitale leerplatform en/of stel nog een andere stageschool voor aan de coördinator van de opleiding.
• Observeer bij voorkeur lessen van leraren die minimum 2 jaar lesgeven en in het bezit zijn van een pedagogisch diploma (geldt enkel voor het leerplanonderwijs).
• Start met je observaties na de introductieles ‘observeren’ in de les Algemene didactiek in de kunsten én na toelating van de stageschool (de stageschool moet steeds toelating geven vooraleer je gaat observeren).

Je observeert:
• Verschillende onderwijsvormen: DKO, KSO, HO, privé/dagonderwijs, met hieraan gekoppeld verschillende vakken/disciplines.
• Verschillende doelgroepen: kinderen, jongeren, volwassenen.
• Minimum 5 verschillende scholen.

Je documenteert:

a) Je aanwezigheid:
• Downloadt het sjabloon Observatiebewijs via het digitale leerplatform Digitap en laten dit telkens ondertekenen/afstempelen door de bevoegde persoon van de organisatie waar je observeert.
• Wanneer je alle observaties hebt afgerond, upload je dit ondertekende, gescande document in Digitap (Portfolio). Je uploadt het document als PDF onder de naam observatiebewijzen.pdf

b) Je reflectie:
• Van elke observatie maak je een verslag (10 verslagen in totaal: 5/2/1/1/1): je vult je portfolio aan in Digitap.
• De nummering van de verslagen dienen overeen te komen met hun nummering van de observatiebewijzen.

c) Je eindreflectie
• Tenslotte maak je na alle observaties één afsluitende eindreflectie op je oriënteringsstage: Wat zag je? Wat leerde je? Het ‘hoe en wat’ je reflecteerd vind je in de bijhorende handleiding reflectieverslag op Digitap. Ook deze vul je aan in je Portfolio in Digitap. De deadline is 1 juni.

Na 1 juni wordt je Portfolio tijdelijk 'bevroren'. Dus nieuwe inhoud kan je dan niet toevoegen.

Heb je dit jaar niet alle observaties kunnen afleggen? Dan upload je minimaal je observatiebewijzen die je wel hebt én je reflectieverslagen van deze observaties via Digitap. Deze verslagen en observaties mag je meenemen naar volgend jaar en zo je observatiestage vervolledigen. Upload je de documenten niet, dan moet je deze observaties nadien opnieuw doen.


LEERINHOUD

  • Ontleden van de kenmerken van de beginsituatie aan de hand van observatie
  • Formuleren van doelen aan de hand van observatie.
  • De kenmerken van verschillende werkvormen bepalen aan de hand van observatie en hierover reflecteren via een verslag.
  • Toepassen van de in de Algemene didactiek in de Kunsten geziene observatietechnieken en hierover reflecteren vanuit concrete lesobservaties.
  • Benoemen van de voor- en nadelen van verschillende evaluatievormen die geobserveerd zijn.
  • Bewustzijn vormen en leren (h)erkennen van de culturele en sociale verschillen van leerlingen aan de hand van observatie en gesprek met de vakleerkracht.
  • Bestuderen van verschillende situaties en hierover met de vakdocent reflecteren.
  • Klasobservatie, gesprek met leerkracht over strategieën, persoonlijke reflectie.
  • Reflectie over de pedagogische rol en functie van de leerkracht binnen een school.
  • Afspraken observatie, verslaggeving
  • Ontleden van klasorganisatie
  • Observeren van lesstrategieën, analyseren en reflecteren in functie van eigen lesgeven.
  • Reflecteren over observatie en deze bespreken.
  • Individueel gesprek
  • Gesprek met vakdocent(en)
  • Eigen lesideeën kaderen binnen het didactisch model van Van Gelder
  • Observeren van lesstrategieën, analyseren en reflecteren in functie van eigen lesgeven.

Observatieverslag
Het observatieverslag bevat gegevens over

  • de observatie/participatie van de leerlingen
  • de observatie van het concreet didactisch optreden van de leraar
  • de persoonlijke evaluatie van de observatie volgens onderstaande richtlijnen in "opdrachten observatiestage"
  • Het observatieverslag eindigt met een eindreflectie.

In de lessen Algemene Didactiek in de Kunsten wordt aandacht besteed aan de techniek van het observeren. Naast de identificatiegegevens van de geobserveerde les, moet je per les je ook vragen stellen over wat je observeerde. Onderstaande vragen dienen als leidraad voor het observatieverslag. Het observatieverslag wordt besloten met een reflectie over de ganse observatieperiode en ook toegevoegd aan portfolio.

In je observatiestage zal je 10 momenten observeren.
Opmerking: wanneer je een kunsteducatief project observeert gelden onderstaande richtlijnen doch interpreteer de woorden les/leraar/leerkracht//klas/leerlingen ruim en in functie van de context van projectmatig werken.

I. Noteer van elke les telkens:
- de locatie, de datum en de naam van de leraar
- het vak
- het lesonderwerp
- de lesstructuur (het lesverloop) in korte puntjes,
- de klassamenstelling (aantal leerlingen, de leeftijd, samenstelling jongens-meisjes)

II. Observeer daarnaast per les 1 van de volgende 5 aspecten:
Per aspect zijn er een aantal vragen voorzien die als leidraad kunnen dienen. Het is niet nodig om telkens alle vragen te beantwoorden.

1. Doelstellingen en beginsituatie
- Wat leren de leerlingen in deze les?
- Welke doelstellingen worden nagestreefd?
- Zijn deze doelstellingen belangrijk en wenselijk?
- Zijn de doelstellingen bereikt?
- Zijn de doelstellingen aangepast aan het niveau van de leerlingen?
- Wat weet je zelf over dit onderwerp?
- Hoe zou jij dit zelf aanpakken (strategie)?
- Wat weet je over de beginsituatie?
• van de leerlingen?
• van de leerkracht?
• van de tijd/ruimte-elementen

2. Leerinhoud
- Welke nieuwe begrippen, vaardigheden, … komen aan bod?
- Worden de nieuwe begrippen, vaardigheden, … duidelijk uitgelegd/gedemonstreerd?
- Welke kennis/vaardigheden moeten de leerlingen al bezitten om de les goed te kunnen volgen? Houdt de leerkracht hiermee rekening?
- Is de leerinhoud aangepast aan het niveau van de leerlingen?
- Hebben de leerlingen belangstelling voor de leerinhoud? Zo niet, waaraan is dat te wijten?

3. Didactische aanpak
- Welke werkvormen gebruikt de leerkracht in deze les (uitleggen, demonstreren, vertellen, onderwijsleergesprek, inoefenen, …)?
- Wat moeten de leerlingen precies doen?
- Worden de werkvormen goed toegepast? Waarom wel/niet?
- Welke media worden er gebruikt (bord, handboek, spiegel, CD-speler, instrumenten, partituren, …)?
- Zijn deze media goed gebruikt?
- Zijn er voor de realisatie van de doelstellingen andere/betere werkvormen of media mogelijk? Welke?
- Welke opdrachten/oefeningen… werken? Hoe komt dit?
- Hoe was de opstelling? Was er een specifieke opstelling? Met welk doel?
- Zouden er andere (betere) klasopstellingen mogelijk zijn? Welke?
- Zijn er andere tijd-ruimte elementen die de les beïnvloed hebben? Welke?

4. Interactie
- Welke sfeer schept de leerkracht in de klas?
- Hoe betrekt de leerkracht de leerlingen in de les?
- Stelt de leerkracht veel vragen? Stellen de leerlingen vragen?
- In hoeverre hebben de leerlingen inbreng in de les?
- Geeft de leerkracht voldoende leiding?
- Heeft de leerkracht oog voor individuele leerlingen?
- Hoe verloopt de interactie tussen de leerlingen onderling?
- Zijn er opvallende leerling gedragingen? Reageert de leerkracht hierop?
- Wanneer zijn de leerlingen eerder actief/passief? Waaraan ligt dit?

5. Evaluatie
- Evalueert de leerkracht het leerproces van de leerlingen?
- Worden opdrachten/taken uit de vorige les besproken? Hoe?
- Hoe wordt er geëvalueerd/gecontroleerd?
- Hoe reageert de leerkracht op fouten?
- Hoe corrigeert de leerkracht de leerlingen? 

Hou rekening met het didactisch drieluikenschema in je observatieverslagen:

  • OBSERVATIE - Wat stel ik vast? Wat doet de leerkracht? Wat doen de leerlingen?
  • INTERPRETATIE - Wat denk ik daarbij? Wat vind ik daarvan? Wat doet me dat?
  • DIDACTISCHE VISIE - Wat voor een les is het? Waarom doet de leerkracht dat? Waarom doet hij dat zo?

III.  Reflecteer ook kort even op elke les:
Volgende vragen kunnen je hierbij helpen.
- Wat vond jij persoonlijk het sterkste/zwakste moment van de les?
- Wat vind je ‘om te stelen’? Wat zou je met andere woorden zeker ook zelf doen?
- Wat zou je zelf ook willen kennen/kunnen, maar is nu nog een leerpunt?
- Vond je alle opdrachten/taken… nuttig/zinvol?
- Welke zaken neem je zeker mee naar een volgende les (inhoud, leerling gebonden…)

IV. Voeg tot slot een reflectieverslag (algemeen besluit) van de observatiestage toe:

Wat heb je uit de ganse observatie onthouden? Wat leerde je? Schrijf een bondige reflectie over wat je geobserveerd hebt en formuleer een eindconclusie.

Zie ook Trotter en Vademecum Stage

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Cursus op Digitap
Vademecum stage
Trotter opleidingsgids
Lijst stagescholen te verkrijgen via het digitale leerplatform.
Elke student moet beschikken over een laptop.

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Werkplekleren en/of stage90,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeReflectieopdracht in de examenreeks100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeReflectieopdracht in de examenreeks100,00

Toetsing (tekst)

Beoordeling

 A Formele eisen Oriënteringsstage


o Je observeerde10 activiteiten binnen een stageschool/context
o Je liet 10 observatiebewijzen ondertekenen
o De geobserveerde lessen voldoen aan het criterium: minimaal 2 lessen binnen een ander domein.
o De geobserveerde lessen vonden plaats in verschillende scholen, verschillende onderwijsrichtingen en verschillende leeftijdscategorieën
o Je observeerde een jury, een toonmoment/concert en een vergadering
o Je maakte van elke observatie een reflectieverslag
o Je maakte een eindreflectie in een verslag
o Je leverde de nodige documenten tijdig (ten laatste 1 juni) en digitaal in

De ingediende reflecties moeten aan alle criteria voldoen.

B Inhoudelijke eisen Observatiestage

1. De ingediende reflecties beschrijven relevante observatiecriteria (beginsituatie, lesverloop, didactische aanpak, evaluatie...)
2. De ingediende lesreflecties beschrijven verschillende observatiecriteria (doelstelling/evaluatie, lesverloop, lerarenstijl, pedagogische principes...)
3. De ingediende lesreflecties tonen een kritisch-opbouwende kijk van de student en hebben linken met eigen toekomstige didactisch handelen
4. De ingediende reflecties tonen de betrokkenheid op het lesgeven/het onderwijs (bv. aandacht voor onderwijsprincipes, teamwerking, organisatie...)
5. Uit de ingediende reflecties van lessen buiten het eigen vakgebied haalt de student relevante informatie, tips, ideeën om mogelijk in de eigen lessen te verwerken.
6. Uit de ingediende reflecties van lessen buiten het eigen vakgebied toont hij/zij interesse voor dit vakgebied.
7. In de eindreflectie toont hij/zij dat hij/zij de geobserveerde lessen en activiteiten kritisch kan analyseren en hieruit conclusies kan trekken voor de eigen (les)praktijk.
8. De eindreflectie is een analyse: de student haalt hier leerpunten aan die verder gaan dan de som van de 10 reflecties.
9. Uit de eindreflectie kan de student concrete leerkransen halen.
10. De reflecties zijn in correct Nederlands geschreven.

De student moet 50% behalen om te slagen.