Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Mens en Maatschappij
Praktijk VV237977/3108/2324/1/81
Studiegids

Praktijk VV2

37977/3108/2324/1/81
Academiejaar 2023-24
Komt voor in:
  • Bachelor in de orthopedagogie, trajectschijf 2
In andere opleidingen:
  • Bachelor in de orthopedagogie als Praktijk Beyond Borders VV2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 31 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • creditcontract.
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): Der Kinderen Gwenda, Verjans Joël
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.03.2024 (2de semester)
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid/tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd/getolereerd).
Totale studietijd: 806,00 uren

Volgtijdelijkheid

binnen het opleidingsprogramma al minstens 35 studiepunten afgewerkt hebben.

Korte omschrijving

Dit opleidingsonderdeel is verbonden met één van de opleidingsgebonden trajecten. Het opleidingsgebonden traject bestaat uit dit stageopleidingsonderdeel en een trajectspecifiek olod. In dit opleidingsonderdeel brengt de student alle verworven theorie en kennis en alle ervaringen samen in een intensieve praktijkervaring gedurende 17 weken. 565 uren op de stageplaats, waarvan 45 u werkplekleren binnen het trajectspecifieke olod Indien de student geen trajectspecifiekolod volgt zitten de 565 uren volledig vervat in dit opleidingsonderdeel. De student loopt stage in een voorziening gekoppeld aan het zelfgekozen opleidingsgebonden traject en wordt in het leerproces ondersteund door een stagementor van deze voorziening. Naast deze werkervaring die de student opdoet, ervaring vanuit de relaties met hulpvragers en collega’s op de werkvloer zijn de contacten met de opleiding via schriftelijke rapportage en supervisiebijeenkomsten een wezenlijk onderdeel van de stage. Stagesupervisie als leermethode biedt de student de mogelijkheid om zicht te krijgen op het eigen functioneren in het beroep van de praktijkgerichte orthopedagoog. Daarnaast volgt de student één zelfgekozen workshop, lezing,… in het kader van de stage en/of leerproces en schrijft deze een paper over een wetenschappelijk artikel/boek. De student krijgt daarnaast ook 12 uur practicum rond de thema's coachend begeleiden en cultuursensitieve vaardigheden.

Begincompetenties (tekst)

De student beschikt over een diploma van graduaat orthopedagogische begeleiding (Gespecialiseerd Opvoeder/Begeleider Klasse 1 - sociaal hoger onderwijs) opleiding 1440 LT

De student past de spellings-en grammaticaregels correct toe in verslaggeving. De student refereert conform de APA-normen.

OLR-Leerdoelen (lijst)

Deskundig in relatie-opbouw: Ortho(ped)agogische basishouding en professionele relatie
De student hanteert een (ortho)(ped)agogische basishouding (o.a. krachtgericht, betekenisgericht en dialooggestuurd).
De student stelt zich in communicatie met de cliënt en het cliëntsysteem sensitief responsief op.
De student gaat respectvol om met het referentiekader van de ander.
De student bouwt een professionele relatie op met gepaste inzet van afstand/nabijheid, emotionaliteit/rationaliteit en sturen/volgen,...
De student omschrijft de eigen begeleidersstijl.
Deskundig in opvoeden begeleiden ondersteunen: Vraagverheldering en analyse ondersteuningsvraag 
De student geeft de ondersteuningsvraag van de cliënt weer op basis van: cultuursensitieve communicatie met de cliënt en het cliëntsysteem, gerichte observatie, doornemen van observatieverslagen, dossiers en handelingsplannen, uitwisseling met medewerkers, theoretische en juridische kaders.
De student beschrijft het gewenste orthopedagogische klimaat op basis van de analyse van het huidige klimaat en de ondersteuningsvraag.
De student analyseert de cliëntengroep.
De student formuleert doelen vanuit de ondersteuningsvraag van de cliënt.
Deskundig in opvoeden begeleiden ondersteunen: Ondersteunt, organiseert en coördineert wonen, werken, leren en vrije tijd in de dagelijkse context van een individu of groep. Methodisch handelen.
De student hanteert het bestaande handelings- of begeleidingsplan als leidraad.
De student beschrijft de gehanteerde methoden en technieken om deze doelen te bereiken.
De student neemt medeverantwoordelijkheid op in het beïnvloeden van het klimaat i.f.v. de ondersteuningsvraag van de cliënten/cliëntsysteem.
De student begeleidt zelfstandig en intentioneel het dagelijks leven met aandacht voor kwaliteit van leven, inclusie, diversiteit en context.
De student levert een bijdrage aan het ontwikkelen of actualiseren van een handelings- of begeleidingsplan.
Deskundig in bruggen bouwen: Onderhouden, versterken en creëren van netwerken.
De student stelt zich meerzijdig partijdig op (Nagy).
De student ondersteunt de cliënt om een duurzaam en uitgebreid netwerk uit te bouwen.
De student werkt actief samen met de vaste begeleiders, vrijwilligers, mantelzorgers,…
Deskundig in bruggen bouwen: Maatschappelijke participatie verhogen (community building) 
De student ondersteunt de client bij het verhogen van maatschappelijke participatie met aandacht voor community building.
Deskundig in bruggen bouwen: Multi- en interdisciplinair werken.
De student beschrijft de samenwerkingsverbanden (mantelzorgers, vrijwilligers, andere organisaties,…)
De student levert als praktijkgerichte orthopedagoog een bijdrage aan het inter- en multidisciplinair werken.
De student profileert zich constructief in alle samenwerkingsverbanden.
Deskundig in werken in en met groepen: Groepsdynamisch werken (met cliënten/teams, vrijwilligers, mantelzorgers)
De student heeft aandacht voor elke individu als hij met een groep werkt.
De student verliest de groep niet uit het oog als hij individueel werkt.
De student hanteert groepsdynamische processen waarin cliënten zijn betrokken.
De student hanteert groepsdynamische processen van het professionele team waarin de student betrokken is.
De student stelt het teamfunctioneren kritisch in vraag.
Deskundig in veranderingsprocessen: Onderzoek en innovatie
De student levert een bijdrage aan veranderingsprocessen vanuit een onderzoekende houding.
Deskundig in veranderingsprocessen: Organisatieniveau
De student beschrijft de plaats van de organisatie binnen de hulpverlening (verwijzers, doorverwijzers, de positie binnen een hulpverleningstraject).
De student informeert zich over actuele thema’s verbonden met de stage(plaats).
De student toont inzicht in de structuur, de werking, visie en beleid van de organisatie.
De student stelt kritische vragen t.a.v. de organisatie (structuur, werking, visie, beleid, plaats binnen de hulpverlening) rekening houdend met maatschappelijke en beleidsmatige tendensen.
De student integreert de visie van de organisatie in zijn handelen.
De student beschrijft manieren om preventief te werken (op cliënt, team en of organisatieniveau).
De student werkt preventief door de factoren (op cliënt, team en of organisatieniveau) die gewenst en ongewenst gedrag kunnen uitlokken zelf te hanteren.
Deskundig in coachen: Activerend begeleiden en coachen van individuen en groepen
De student toont respect voor de inbreng van anderen.
De student zet anderen aan tot reflectie.
De student past de principes van activerend en krachtgericht coachen in gesprekken met professionals (of vrijwilligers) toe.
Kritisch denken, levenslang en levensbreed leren, onderbouwd denken en handelen
De student integreert theoretische kaders in reflectie.
De student integreert in zijn handelen actuele inzichten en theoretische kaders met aandacht voor kwaliteit van leven, inclusie, context en diversiteit.
De student gaat zelfstandig en doelgericht op zoek naar informatie uit verschillende en internationale bronnen (dus ook andere bronnen dan deze aangeboden in de opleiding) i.f.v. het eigen leerproces.
De student integreert deze informatie op kritische wijze in eigen handelen en rapportage.
De student analyseert praktijksituaties op een kritisch-reflectieve manier.
Zelfregulering: Autonoom, intentioneel en proactief handelen, weerbaar, zelfzorg, reflecteren
De student brengt het eigen referentiekader en de effecten ervan in kaart.
De student gaat actief om met feedback.
De student evalueert zijn leerproces, eigen kwaliteiten en aandachtspunten zichtbaar voor zichzelf, het team, de stagementor en de stagebegeleider.
De student kan in functie van zelfzorg grenzen bewaken.
Creatief denken en handelen
De student organiseert op eigen initiatief en zelfstandig passende activiteiten.
De student zet creatieve methodieken in om groepsdynamische processen te beïnvloeden.
De student neemt in denken en handelen een creatieve houding aan.
Cultuursensitief handelen
De student toont in zijn communicatie, aanpak en reflectie een cultuursensitieve houding.
De student beschouwt (interculturele) conflicten als leerkansen en beschrijft de eigen conflicthanteringsstijl.
De student gaat op constructieve wijze om met de moeilijkheden en de negatieve gevoelens die met interculturele ontmoetingen gepaard kunnen gaan.
Ethische vaardigheden
De student handelt vanuit universele rechten en waarden (rechten van de mens, rechten van het kind, rechten voor personen met een handicap,…)
De student toetst het eigen handelen af aan deontologische codes (o.a. beroepsgeheim/discretieplicht) en ethische overwegingen.
Samenwerken en communiceren
De student stemt taalgebruik af op de gesprekspartner en op de gesprekscontext (wat kan besproken worden in wiens aanwezigheid, hoeveel tijd is er,…)
De student communiceert en rapporteert mondeling op heldere, volledige en relevante wijze zowel intern als extern.
De student communiceert en rapporteert schriftelijk op heldere, volledige en relevante wijze zowel intern als extern (dagboek, verslag, overlegmomenten, heen-en weerschrift,…)
De student houdt zich consequent aan gemaakte afspraken.
De student neemt actief deel aan intern en extern overleg.
De student maakt zelfstandig gebruik van alle communicatiekanalen t.a.v. cliënt/cliëntsysteem en de specifieke cliëntadministratie
ICT basisvaardigheden, mediawijs en (digitale) (zorg) technologieën
De student begeleidt de cliënt in actief, veilig en creatief mediagebruik (mediawijsheid).
De student maakt zelfstandig gebruik van de (digitale) zorgtechnologieën en de digitale cliëntadministratie.
De student zet ICT-basisvaardigheden in.

Leerinhoud

Handelend vanuit de praktijksituatie komen volgende thema's aan bod: werken met de doelgroep, werken in teamverband, werken binnen een organisatie en werken rond zichzelf als praktijkgerichte orthopedagoog. We benaderen deze thema's vanuit integratie, reflectie en evaluatie.

Studiematerialen (tekst): Verplicht

Studiewijzer: Praktijk VV 2
Stagecontract, uurschema, stagereglement, rapportage, evaluatieformulier
Handboek Geenen, M.J. (2017). Reflecteren: Leren van je ervaringen als sociale professional. Bussum: Coutinho.

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Practicum en/of oefeningen12,00 uren
Vormen van groepsleren21,00 uren
  • Opmerking: De student wordt uitgenodigd in de school voor stagesupervisie. Stage-ervaringen worden in een kleine groep besproken onder begeleiding van een stagesupervisor. Samen wordt gezocht naar de manier waarop de student zijn ervaring en vakkennis verbindt, er wordt ingegaan op de vraag wat hij geleerd heeft en hoe hij dit heeft geleerd. De stagesupervisie bestaat uit 6 bijeenkomsten van telkens 3 uren met 30 minuten pauze. Daarnaast zal de groep studenten zelfstandig samenkomen voor 1 intervisie van 3 uren met 30 minuten pauze.
Werkplekleren en/of stage565,00 uren
  • Opmerking: De student loopt een stage van 17 weken in eenzelfde voorziening, met een vast team professionelen. De student wordt ingeschakeld in een bestaande werking en krijgt ruimte om te participeren en om zich de taken van een praktijkgerichte orthopedagoog eigen te maken. De student presteert gemiddeld 33u/week op de werkvloer. 565 u voor de hele stageperiode. De student wordt begeleid vanuit de hogeschool door een stagelector(=stagebegeleider), deze laatste voorziet verschillende contacten nl.: en infomoment bij de aanvang van de stage, een telefonisch contact met de stageplaats bij aanvang van de stage, een tussentijdse en eindevaluatiegesprek op de stageplaats en een nabespreking in groep/individueel. De student wordt uitgenodigd op school voor stagesupervisie; stage-ervaringen worden in kleine groep besproken onder begeleiding van een stagesupervisor. Samen wordt gezocht naar de manier waarop de student ervaringen en vakkennis verbindt, er wordt ingegaan op de vraag wat en hoe de studentgeleerd heeft. De taken van de stagebegeleider en supervisor worden uitgevoerd door een en dezelfde persoon. Op vraag van stagebegeleider, stagementor (van de stageplaats) of student kunnen er individuele gesprekken georganiseerd worden. De student wordt op de stageplaats begeleid door een stagementor, er worden op regelmatige basis feedbackgesprekken georganiseerd door student en/of stagementor. De student legt een portfolio aan met verslaggeving (zie studiewijzer).
Werktijd buiten de contacturen208,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodePraktijkbeoordeling in een professionele context100,001. Korte omschrijving van de toetsDe stagebeoordeling gebeurt op basis van:° De eindevaluatie aan de hand van het evaluatieschema waarbij de stagiair aanwezig is.° een kwalitatieve beoordeling op basis van het scoringsinstrument (zie studiewijzer) ° Een appreciatie onder de vorm van een synthese gegeven aan de stagiair door de stagementor. De stagementor adviseert de stagebegeleider over het resultaat behaald tijdens de stage.Voor het toekennen van de punten door de stagebegeleider wordt rekening gehouden met:° De evoluties van de stagiair over de ganse stageperiode° De stagesupervisies, de eventuele individuele gesprekken en de evaluatiebesprekingen.° een kwalitatieve beoordeling in het stageteam waarbij de stagiair niet aanwezig is (interbeoordelaarsoverleg). 1. Toetsmethode Gedragsobservatie, werkstukken en presentatie2. Bron: open boek3. Toetsmedium Mondeling en schriftelijk4. Toetsmoment Permanent uitgesteld5. Beoordelaar Lector6. Afspraken rond verplichte aanwezigheden en afwezighedenIn geval van afwezigheid brengt de stagiair onmiddellijk de stageplaats en de hogeschool op de hoogte. Wanneer de stagiair afwezig is wegens ziekte, bezorgt de student een doktersattest aan de stageplaats.Voor de school dient de student het officiële document dat de afwezigheid staaft te uploaden via de module ‘Mijn afwezigheden’ in iBamaflex. Uiterlijk 2 kalenderdagen na de dag van de afwezigheid uploadt de student het afwezigheidsattest. Dit vanaf de eerste dag afwezigheid. De procedure “Medische opvolging bij practicum en stage” zoals raadpleegbaar op het digitaal leerplatform moet worden nageleefd.De student dient de vooropgestelde stage- uren uit te voeren. De student moet maandelijks en in elk geval voor elke evaluatie een overzicht bezorgen aan de stagebegeleider van de gepresteerde uren.Als de student ongewettigd afwezig is, wordt er een 0 op 20 toegekend voor de stage.Als de student stopt met stage wordt een 0 op 20 toegekend.Bij gewettigde afwezigheden is het de verantwoordelijkheid van de student om in functie van het kunnen behalen van alle eindcompetenties van het opleidingsonderdeel, in samenspraak met de stagebegeleider en de stageplaats, de uren waarop de student gewettigd afwezig was, in te halen.Als de student aan het einde van de stageperiode echter meer dan 10% van de totaal uit te voeren stage-uren gewettigd afwezig was, wordt er een 0 op 20 toegekend.Het opleidingshoofd kan afwijken van deze regels op basis van een schriftelijke gemotiveerde aanvraag na overleg met stageplaats en stagebegeleider.Zie ook artikels 15 en 16 van het stagereglement.Een tekort op stage is niet tolereerbaar. Er is geen tweede examenkans mogelijk.