Academiejaar
2024-25
Komt voor in:
- Graduaat orthopedagogische begeleiding (Turnhout), trajectschijf 2
In andere opleidingen:
-
Graduaat orthopedagogische begeleiding (Antwerpen) als Praktijk 2 + 3
-
Graduaat orthopedagogische begeleiding (Mechelen) als Praktijk 2 + 3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang:
24 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
- examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
- examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Co-titularis(sen): De Ceuster Hanne, Gielis Steven, Voorspoels Hannelore
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 672,00 uren
Korte omschrijving
Het olod 'Praktijk 2+3' behandelt de praktijkervaring in het orthopedagogische werkveld en bereidt voor op de competenties die nodig zijn om de rol als opvoeder-begeleider zelfstandig te kunnen uitvoeren.
OLR-Leerdoelen (lijst)
Je creëert een stimulerend leefklimaat. Je organiseert en begeleidt activiteiten in het dagelijks leven van cliënten in het kader van wonen, leren, werken en vrije tijd.
Je begeleidt activiteiten binnen een praktijksituatie, afgestemd op de noden/behoeften en leefwereld van de cliënt.
|
Je stemt de begeleidingsstijl af op de cliënt en de praktijksituatie.
|
Je voert de taken als begeleider in een praktijksituatie zelfstandig uit.
|
Je kent methodes om een stimulerend leefklimaat te creëren in een praktijksituatie.
|
Je communiceert op een verbindende manier met cliënten, cliëntengroepen, cliëntsystemen, collega's en externen.
Je communiceert in een praktijksituatie op een doelgerichte en respectvolle manier met het team.
|
Je communiceert in een praktijksituatie op een doelgerichte en respectvolle manier met cliënten en cliëntsystemen.
|
Je zet je non-verbale communicatie gepast in in een praktijksituatie.
|
Je maakt aan de hand van een schrijfkader een verslag van elke supervisie.
|
Je maakt in een praktijksituatie in je mondelinge communicatie een onderscheid tussen feiten en meningen.
|
Je maakt in een praktijksituatie in je schriftelijke communicatie een onderscheid tussen feiten en meningen.
|
Je stemt in een praktijksituatie je communicatiestijl af op cliënten, cliëntengroepen, cliëntsystemen, collega's en externen.
|
Je zet je non verbale communicatie doelgericht in tijdens interacties in een praktijksituatie.
|
Je vraagt feedback aan je mentor werkplekleren over je schriftelijke reflecties en opdrachten in een praktijksituatie.
|
Je verricht cliëntgebonden administratie in een praktijksituatie.
|
Je zet bewust methodieken in om cliënten te ondersteunen in hun ontwikkeling en functioneren. Je handelt op basis van theoretische kaders en actuele inzichten. Je realiseert duurzame oplossingen.
Je benoemt methoden en technieken waarmee gewerkt wordt in een praktijksituatie.
|
Je verzamelt informatie in functie van het ondersteuningsplan en levert een actieve bijdrage aan het vormgeven en implementeren ervan.
Je gaat in een praktijksituatie gepast in op een hulpvraag van de cliënt vanuit observatie, eigen ervaring en in overleg met het team.
|
Je begeleidt de cliënt zelfstandig in functie van de vooropgestelde (ontwikkelings)doelen in een praktijksituatie.
|
Je handelt in een praktijksituatie volgens de doelen en acties die in het ondersteuningsplan van de cliënt geformuleerd staan.
|
Je onderneemt doelgericht acties in functie van de levenskwaliteit en veiligheid van cliënten.
Je gaat in een praktijksituatie discreet om met gevoelige en vertrouwelijke informatie, zowel in contacten met cliënten als in contacten met collega's.
|
Je neemt in een praktijksituatie de noodzakelijke verzorgende taken op bij de ondersteuning van cliënten.
|
Je bewaakt in een praktijksituatie het evenwicht tussen professionele en emotionele afstand/nabijheid.
|
Je ondersteunt en motiveert cliënten bij het uitbouwen, versterken en onderhouden van hun netwerk. Je streeft inclusie na en faciliteert maatschappelijke participatie.
Je neemt initiatief om contact te leggen met de context van cliënten.
|
Je hanteert in een praktijksituatie een inclusief taalgebruik.
|
Je stimuleert in een praktijksituatie cliënten om actief deel te nemen aan de samenleving.
|
Je begeleidt cliënten naar maximale autonomie vanuit hun krachten. Je moedigt hen aan om eigen ideeën te uiten en zelf keuzes te maken.
Je stimuleert in een praktijksituatie de zelfredzaamheid van de cliënt.
|
Je werkt in een praktijksituatie een activiteit uit, vertrekkend vanuit de interesses en wensen van de cliënt.
|
Je handelt in een praktijksituatie vanuit de krachten van de cliënt/het cliëntsysteem.
|
Je handelt in een praktijksituatie vanuit de kwetsbaarheden van de cliënt/het cliëntsysteem.
|
Je bent je bewust van je referentiekader, kwaliteiten en valkuilen als orthopedagogisch begeleider. Je stuurt je professioneel handelen bij op basis van zelfreflectie. Je hebt aandacht voor zelfzorg.
Je vraagt in een praktijksituatie feedback omtrent het eigen functioneren.
|
Je vraagt in een praktijksituatie uitleg en ondersteuning bij een probleem of onduidelijkheid.
|
Je concretiseert je professionele groeidoelen in een actieplan.
|
Je formuleert concrete professionele groeidoelen
|
Je formuleert eigen ontwikkelingsnoden.
|
Je motiveert de keuze van je professionele groeidoelen.
|
Je overlegt in een praktijksituatie met de mentor over je schriftelijke reflecties en opdrachten.
|
Je reflecteert over je groeiproces.
|
Je toont beknopt aan hoe jij je professionele groeidoelen hebt bereikt.
|
Je stuurt in een praktijksituatie je handelen bij aan de hand van kritische zelfreflectie.
|
Je stuurt in een praktijksituatie je handelen bij aan de hand van feedback.
|
Je handelt in een praktijksituatie steeds professioneel met oog voor de ander(en) en jezelf.
|
Je beschrijft je leerwinst na elke supervisie
|
Je motiveert de keuze van je professionele groeidoelen uitgebreid.
|
,Je onderbouwt je professionele groeidoelen in een actieplan.
|
Je reflecteert toekomstgericht over je groeiproces
|
Je motiveert in hoeverre je professionele groeidoelen zijn bereikt.
|
Je bespreekt je eigen referentiekader gelinkt aan praktijkervaringen.
|
Je werkt mee aan het realiseren van de missie en de doelstellingen van de organisatie en brengt ideeën aan ter verbetering van de dagelijkse werking. Je denkt kritisch en houdt rekening met verschillende perspectieven.
Je formuleert in een praktijksituatie suggesties ter verbetering van de werking.
|
Je observeert, denkt en handelt vanuit een professionele orthopedagogische basishouding, omschreven in het attitudeprofiel van de orthopedagogisch begeleider.
Je handelt vanuit een orthopedagogische basishouding, zoals uitgewerkt in het attitudeprofiel niveau 1.
|
Je hebt aandacht voor, ondersteunt en beïnvloedt groepsdynamische processen. Je werkt samen met cliënten, cliëntengroepen, cliëntsystemen, collega's en externen.
Je werkt in een praktijksituatie constructief samen met een team en externen.
|
Je draagt bij aan een positieve werksfeer en teamgeest in een praktijksituatie.
|
Je neemt in een praktijksituatie actief deel aan intern en extern overleg.
|
Leerinhoud
Het opleidingsonderdeel (OLOD) Praktijk 2+3 bestaat uit 2 grote delen:
1. werkplekleren op de werkvloer
2. coaching (lessen/ supervisies) binnen AP Hogeschool
Praktijk 2+3 bestaat uit 500u werkplekleren.
Het werkplekleren heeft als doel de beoogde competenties van de opleiding te toetsen aan de realiteit en/of verder in te oefenen en te ontwikkelen binnen een reële beroepssituatie, wat resulteert in beroepservaring.
Studiematerialen (tekst): Verplicht
Studiewijzer
Lesmateriaal op Digitap
Werkbundel
Toetsing (lijst)
Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
Moment | Vorm | % | Opmerking |
Eerste examenperiode | Portfolio | 30,00 | |
Eerste examenperiode | Praktijkbeoordeling in een professionele context | 20,00 | Attitudeprofiel |
Eerste examenperiode | Praktijkbeoordeling in een professionele context | 50,00 | |
Toetsing (tekst)
Aanwezigheid bij contactmomenten is verplicht. Ongewettigde afwezigheid op contactmomenten moeten steeds worden ingehaald door een vervangopdracht. Meerdere ongewettigde afwezigheden op het werkplekleren leiden tot een stopzetting.
Voor dit olod is geen tweede examenkans mogelijk.