Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijke Academie van Antwerpen
Scriptie2646/3499/2526/1/37
Studiegids

Scriptie

2646/3499/2526/1/37
Academiejaar 2025-26
Komt voor in:
  • Master in de beeldende kunsten, trajectschijf 1
    Keuzeoptie:
    • Scriptie
  • Master of Arts in Visual Arts
    Keuzeoptie:
    • Scriptie
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 12 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel enkel mits aparte toelating volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Bovyn Guy (nld,eng)
Onderwijstalen: Engels, Nederlands
Kalender: Semester 1 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2025 (Academiejaar) of 01.12.2025 (1ste semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 342,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

De scriptie is een mogelijk sluitstuk van de masteropleiding en biedt studenten de kans om hun artistieke praktijk te verdiepen en kritisch te positioneren. Via een zelfgekozen onderwerp ontwikkelt de student een onderzoeksvraag die aansluit bij het eigen traject. De scriptie stimuleert de ontwikkeling van een persoonlijk standpunt en inzicht in de context waarin het werk ontstaat, en verankert het artistieke proces in een reflectieve en discursieve praktijk. De schriftelijke neerslag – eventueel aangevuld met andere vormen van presentatie – toont de capaciteit om artistiek werk niet alleen te maken, maar ook te bevragen, contextualiseren en helder te communiceren.

OLR-Leerdoelen (lijst)

MA4 - In functie van de ontwikkeling van de artistieke praxis zelfstandig onderzoek opzetten en uitvoeren.
De student gaat kritisch om met zijn/haar onderzoeksmateriaal.
De student getuigt van creativiteit en originaliteit bij de interpretatie van het materiaal en inzet van argumenten.
De student getuigt van creativiteit en originaliteit in de keuze van zijn/haar onderwerp.
De student getuigt van een (zelf)kritisch vermogen bij het innemen van een persoonlijk standpunt.
De student kan een coherente tekst schrijven.
De student kan een correcte, logische, samenhangende argumentatie opbouwen.
De student kan een onderzoeksvraag/probleemstelling uitwerken.
De student kan een relevante conclusie formuleren.
De student kan een tekst structuren (ordening, logische opbouw, samenhang).
De student kan een tekst vormgeven (opmaak van de tekst, bibliografie, gebruik van voet- en eindnoten, illustraties).
De student kan een vormelijk correct taalgebruik hanteren (formulering, grammatica, spelling, interpunctie).
De student kan het doel van zijn/haar onderzoek op een heldere manier formuleren.
De student kan zijn/haar onderzoeksvraag/probleemstelling binnen een theoretisch kader plaatsen.

Leerinhoud

De student kiest zelf een promotor, volgens de voorwaarden vermeld in het scriptiereglement (zie Intranet voor Studenten & Digitap).

Een inleidend hoorcollege door de scriptiecoördinator licht de verwachte voortgang en organisatie van het traject toe. Vervolgens organiseert de coördinator enkele informatiesessies waarin onderzoeks-, schrijf- en presentatievaardigheden worden opgefrist of aangeleerd, afhankelijk van de noden. Tijdens deze sessies wordt ook de voortgang besproken en wisselen studenten en coördinator tips en ervaringen uit. Deelname aan deze sessies is verplicht. Wie omwille van overmacht (zoals ziekte, verblijf in het buitenland, stage, ...) niet aanwezig kan zijn, meldt dit schriftelijk aan de scriptiecoördinator en bezorgt een geldig bewijs (bv. medisch attest).

Onder begeleiding van een promotor bakent de student een (artistiek) onderzoeksterrein af en ontwikkelt een haalbare vraag- of probleemstelling. Deze wordt onderzocht via relevante literatuur, interviews en/of andere bronnen, en getoetst aan persoonlijke inzichten en bevindingen. De student rapporteert op eigen initiatief regelmatig aan de promotor. Het eindproduct bevat een geschreven neerslag van het onderzoek (de scriptie), eventueel aangevuld met andere vormen van presentatie.

Studiematerialen (lijst)

Schrijfwijzer TAALPUNTVerplicht€ 5,00

Studiematerialen (tekst): Verplicht

PowerPoint presentaties met tekst- en beeldmateriaal die gebruikt worden als stoffering van de lessen.

Schrijfwijzer van de AP-hogeschool.

Elke student moet zelf doelgerichte bronnenlijst samenstellen.

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Hoor- en/of werkcolleges8,00 uren
  • Omschrijving: Er worden informatieve groepsessies georganiseerd waarin technische vaardigheden zoals het formuleren van adequate vraag- en probleemstellingen, researchvaardigheden, planning opgefrist respectievelijk aangeleerd worden. Er wordt praktische informatie gegeven over het verloop de scriptie, er wordt regelmatig gepeild naar stand van zaken en er worden tips uitgewisseld.
  • Duur: Academiejaar
  • Opmerking: Studenten dienen aanwezig te zijn tijdens deze contactmomenten, Indien de student niet aanwezig kan zijn dient hij/zij/jhen zich te verontschuldigen via een ziektebriefje.
Vormen van groepsleren
Werktijd buiten de contacturen334,00 uren

Toetsing (lijst)

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeOnderzoeksopdracht100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeOnderzoeksopdracht100,00

Toetsing (tekst)

Na de mondelinge presentatie wordt de scriptie beoordeeld door een leescommissie, bestaande uit de promotor, de copromotor(en) en minstens twee andere leden van de promotorenlijst die niet bij de totstandkoming van de scriptie betrokken waren. De commissie kent het eindcijfer toe op basis van consensus.

Bij het beoordelen van de scriptie worden de volgende criteria beoordeeld:
  • Vorm:
    • taalgebruik/stijl: formulering, grammatica, spelling, interpunctie;
    • structuur: ordening, logische opbouw, samenhang
    • vormgeving: opmaak van de tekst, bibliografie, gebruik van voet- of eindnoten, illustraties
  • Onderzoeksvraag/probleemstelling (aandachtspunten hierbij zijn: de relevantie van de onderzoeksvraag, de plaatsing van de vraag in een theoretisch kader, het doel van het onderzoek); Ook wanneer de student(e) voor een creatieve omgang met de vorm kiest (scenario, meer subjective schrijfstijl, een meer literaire of poëtische benadering, ...) dient de scriptie een onderzoeksvraag en daaraan gekoppelde onderzoeksmethode te bevatten.
  • Onderzoek (aandachtspunten hierbij zijn: de relevantie, de actualiteit en de volledigheid van het verzamelde materiaal);
  • Argumentatie (aandachtspunt hierbij zijn: de kwaliteit van de argumenten, schrijfstijl en van de conclusie);
  • Creativiteit en originaliteit (aandachtspunten hierbij zijn: de mate van originaliteit van het onderwerp, van creativiteit bij de interpretatie van het materiaal en bij de argumentatie);
  • Kritisch vermogen (aandachtspunten hierbij zijn: de wijze waarop het onderzoeksmateriaal is gehanteerd en de mate waarin een persoonlijk standpunt wordt ingenomen).
  • presentatie en beantwoorden van de vragen tijdens de verdediging.
  • verplichte aanwezigheid in de hoorcolleges.
  • samenwerking met de promotor(en)
  • verplichte voortgangsrapportage.