Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium van Antwerpen
Oriënteringsstage (EBA MPK)40633/3592/2627/1/11
Studiegids

Oriënteringsstage (EBA MPK)

40633/3592/2627/1/11
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Verkorte educatieve bachelor muziek en podiumkunsten
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Aper Katrijn
Andere co-titularis(sen): Dierckx Ellen, Ginneberge Ward, Gordon Natalie, Thielemans Magda
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Semester 2 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (1ste semester) of 01.12.2026 (Academiejaar) of 15.03.2027 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 90,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

De studenten maken kennis met het ruime werkveld maar ook met verschillende onderwijsgerelateerde activiteiten, lesonderwerpen, lessituaties, didactische werkvormen, enz. Tijdens de oriënteringsstage observeren zij verschillende onderwijsvormen, -activiteiten, scholen, disciplines, doelgroepen en niveaus.

Voor meer informatie: raadpleeg de Studiewijzer Oriënteringsstage en de opleidingsgids.

OLR-Leerdoelen

De beginsituatie bepalen: selecteert relevante elementen uit de beginsituatie die het leerproces beïnvloeden ten einde een krachtige leeromgeving te creëren die tegemoet komt aan ieders leer- of ontwikkelingsbehoefte. [#leraar]
Kan vanuit observatie de specifieke beginsituatie van de leerlingen en de leergroep benoemen en de diversiteit ervan erkennen. Kan vanuit zijn kennis de belangrijkste aandachtpunten voor een specifieke beginsituatie opnoemen en deze toelichten.
Doelgericht werken: bepaalt en formuleert gedifferentieerde doelen op korte en lange termijn i.f.v. de beginsituatie en stuurt bij tijdens het handelen. [#leraar]
Kan op basis van een geobserveerde les de doelen voor deze les bepalen.
Gevarieerd evalueren: hanteert adequate en gevarieerde beoordelingsinstrumenten om het leerproces en –resultaat te evalueren i.f.v. de doelen. Stuurt aan de hand van evaluatie de beginsituatie bij. [#leraar]
Kan verschillende evaluatievormen benoemen aan de hand van observatie en de effectiviteit ervan toetsen met de doelen.
De klas managen: creëert een gestructureerd leer- en leefklimaat door middel van een afgestemde klasorganisatie. [#teaching artist] [#leraar]
Kan aan de hand van observatie toelichten welke rol er kan worden opgenomen binnen het leerklimaat van een school.
Diversiteit hanteren: hanteert een interactiestijl die gelijkwaardigheid garandeert, hoe groot de verschillen ook mogen zijn. [#kunstenaar] [#teaching artist] [#leraar]
Kan op basis van observatie en gesprek zich een idee en strategie vormen in het omgaan met leerlingen met zorgvragen.
Kritisch reflecteren: stuurt zichzelf bij d.m.v. reflectie op het eigen functioneren en collegiale consultatie. Onderbouwt een visie op onderwijs en maatschappij d.m.v. kritische beschouwing vanuit lokaal en internationaal perspectief. [#kunstenaar] [#leraar] [#teaching artist]
Kan aan de hand van voorbeelden persoonlijke mening verwoorden over actuele onderwijskundige thema's.
Onderzoekend handelen: onderzoekt vanuit een open en alerte houding leervragen. [#teaching artist]
Kan aan de hand van voorbeelden een persoonlijke mening verwoorden over actuele onderwijskundige thema's.
Ontwikkelt een eigen artistiek concept of geeft vorm aan een artistieke praktijk en integreert daarbij gespecialiseerde kennis en inzichten [# kunstenaar]
Kan verschillende werkvormen en de kenmerken hiervan benoemen. Kan aan de hand van de kenmerken over de geobserveerde werkvormen reflecteren in functie van de te bereiken doelen.
Kan vernieuwende en/of voor het eigen vak waardevolle onderwijsaanpak benoemen en hierover reflecteren in functie van het eigen lesgeven.

Leerinhoud

Tijdens de Oriënteringsstage maak je kennis met het ruime werkveld door middel van observatie en bijhorende reflectie van 10 activiteiten.

In de lessen Algemene Didactiek in de Kunsten wordt aandacht besteed aan de techniek van het observeren. Naast de identificatiegegevens van de geobserveerde les wordt er verwacht dat je ook reflecteert over het geobserveerde tijdens een mondeling examen.

De Oriënteringsstage wordt beoordeeld aan de hand van een aantal formele en inhoudelijke eisen.

Formele en inhoudelijke eisen Oriënteringsstage
Het zelfstandig samenstellen van een gevarieerd observatieportfolio is een leerdoel binnen het vak Oriënteringsstage. Je zet hierbij in op variatie en diversifiëring.

Volgende tips kunnen je hierbij helpen:
• Geografisch spreiding: je spreidt je observaties over minimum 3 scholen, zodat je in contact komt met verschillende schoolculturen en diverse doelgroepen.
• Onderwijsvormen: je maakt een combinatie tussen verschillende vormen van leerplanonderwijs, zijnde KSO, DKO, Basis- en secundair onderwijs. Je kan ook aanvullend observeren binnen de kunsteducatieve sector.
• Niveau, vak en doelgroep: je maakt een combinatie van verschillende samenstellingen en lesinhouden, individuele versus groepslessen, theoretisch geïnspireerde versus artistiek uitvoerende lessen, volwassenen, tieners en/of kinderen, …

Formele eisen
• Je observeert 10 activiteiten binnen een educatieve context. Om in aanmerking te komen voor de tweede examenkans vonden 7 daarvan plaats voor 1 juni van het lopende academiejaar.
• Opgelet!!! Je kan enkel ter plaatse “in real live” lessen observeren. (Opgenomen lessen observeren is dus uitgesloten.)
• Je observeert 4 lessen binnen het eigen domein en 4 binnen een ander domein.
• Aanvullend observeer je 1 jury of 1 toonmoment/leerlingenconcert binnen je eigen domein én verricht je 1 observatie binnen sociaal artistiek werk of participatieve kunst.
• De geobserveerde activiteiten vinden plaats binnen verschillende educatieve contexten, onderwijsrichtingen en leeftijdscategorieën. (Je observeert niet bij medestudenten.)
• Je laat 10 observatiebewijzen ondertekenen en je laadt deze op in het digitaal leerplatform.
• Op basis van je veldnotities maak je een globale slotreflectie in het Nederlands die je ten laatste op 1 juni om 23:59 uploadt op Digitap in de daarvoor voorziene cursus met als bestandnaam: Slotreflectie_Oriënteringsstage_VoornaamAchternaam.
• Je neemt deel aan een mondeling examen dat bestaat uit een gesprek met de stagecoördinator en minstens één medestudent.

Inhoudelijke eisen
Voor elke geobserveerde activiteit laat je het formulier observatiebewijzen aftekenen. Gebruik hiervoor het sjabloondocument.

Noteer, als voorbereiding op het mondeling examen (voor eigen gebruik), voor elke observatie de motivatie, algemene informatie, één geobserveerde aspect en een reflectie op die activiteit.

Te observeren aspecten:
Observeer vanuit jouw perspectief als toekomstige Teaching Artist. Stel je eigen observatievragen op om van daaruit te reflecteren.

Kies één van de volgende aspecten per observatie:

• Beginsituatie en doelstellingen
• Leerinhouden
• Didactische aanpak
• Interactie en begeleiding
• Evalueren

Raadpleeg de studiewijzer voor bijkomende info.

Studiematerialen

Lijst stagescholenVerplicht
Observatiebewijs oriënteringsstageVerplicht
Opleidingsgids Educatieve opleidingen Dans, Drama, MuziekVerplicht
Studiewijzer OriënteringsstageVerplicht

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Werkplekleren en/of stage90,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeReflectieopdracht in de examenreeks100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeReflectieopdracht in de examenreeks100,00

Toetsing (vervolg)

Reflectieopdracht in de examenreeks (100%)
Het centrale doel van de Oriënteringsstage is dat je leert kijken naar onderwijspraktijken en hieruit professionele inzichten ontwikkelt. Bij de beoordeling gaan we daarom na:
• wat je hebt waargenomen
• hoe je de verschillende observaties interpreteert
• welke verbanden je legt
• welke conclusies je trekt
• hoe je deze inzichten vertaalt naar je eigen praktijk

We doen dat op drie manieren:
• Observatiebewijzen
• Globale slotreflectie
• Mondeling examen

1. Beoordeling observatiebewijzen (op 10%)

Je laadt ten laatste op 1 juni om 23:59 van het lopende academiejaar je observatiebewijzen in 1 leesbare pdf op in de daarvoor voorziene uploadzone op Digitap.
• bestandnaam: Observatiebewijzen_Oriënteringsstage_VoornaamAchternaam.

De stagecoördinator evalueert op basis van deze criteria:
• 10 observaties uitgevoerd
• correcte spreiding volgens de studiewijzer
• tijdige indiening van observatiebewijzen
• naleving van alle formele eisen

Een onvolledige oriënteringsstage leidt automatisch tot een onvoldoende.

2. Beoordeling globale slotreflectie (op 20%)

Je maakt één overkoepelende slotreflectie over alle activiteiten die je geobserveerd hebt tijdens je kijkstage. Bij deze reflectie lezen we graag hoe jij verbanden legt tussen de verschillende observaties die je verrichtte en wat je daaruit – wel en niet – meeneemt naar je eigen praktijk. Opgelet: we verwachten geen ‘beoordeling’ van de activiteiten en teaching artists die je observeerde. Het betreft hier geen recensie. Maar zet in je slotreflectie de stap van observatie naar interpretatie:
- Wat heb je gezien/gehoord/ervaren en wat betekent dit voor jouw persoonlijke praktijk als teaching artist?
- Wat zegt dit volgens jou over dé praktijk van teaching artists in meer algemene zin?

Er bestaat hiervoor geen verplicht sjabloon: min.1/max.2 A4 (12pt.)

Je laadt ten laatste op 1 juni om 23:59 van het lopende academiejaar je globale slotreflectie in 1 leesbare pdf op in de daarvoor voorziene uploadzone op Digitap.
• bestandnaam: Slotreflectie_Oriënteringsstage_VoornaamAchternaam.

De stagecoördinator evalueert op basis van deze criteria:
• synthese en betekenisvolle verbanden
• analyse en interpretatie (van observatie naar interpretatie)
• transfer naar de eigen praktijk
• reflectie op de beroepspraktijk
• structuur en schriftelijke communicatie

3. Beoordeling mondeling examen (op 70%)

Het mondeling examen wordt opgevat als een professioneel reflectiegesprek. Samen met je stagecoördinator en minstens 1 medestudent ga je in gesprek over de oriënteringsstage. Voordat het gesprek van start gaat, trek je een selectie van drie vragen:
• Een algemene reflectievraag
• Een aspectvraag (zie de 5 te observeren aspecten)
• Een transfer-/synthesevraag

Je krijgt 30 minuten de tijd om het gesprek voor te bereiden. Tijdens je voorbereiding en het gesprek mag je gebruikmaken van je veldnotities. Opgelet: het is niet de bedoeling dat je dingen afleest, maar enkele kernpunten voorbereidt en daarmee actief deelneemt aan het gesprek.

Het gesprek zelf duurt maximaal 30 minuten. De stagecoördinator vertrekt vanuit de selectie vragen die je voorbereidde, maar kan daar ook van afwijken en het gesprek ruimer maken.

De stagecoördinator evalueert op basis van deze criteria:
• Inzicht
• Analyse
• Transfer
• Communicatie

Tweede examenkans

Voor Oriënteringstage dien je te slagen voor elke deelopdracht om voor het geheel te kunnen slagen. Bij een onvoldoende voor één van de deelresultaten geldt dit cijfer voor het volledige opleidingsonderdeel.

Een onvolledige oriënteringsstage leidt automatisch tot een onvoldoende.

Een tweede examenkans is enkel mogelijk als je minstens 10 observaties verrichtte waarvan minstens 7 voor 1 juni van het lopende academiejaar. In dat geval kun je nog 3 bijkomende observaties plannen en in de tweede examenperiode de drie opdrachten voltooien.