Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Koninklijk Conservatorium van Antwerpen
Masterproef Kunsteducatief project32797/3601/2627/1/80
Studiegids

Masterproef Kunsteducatief project

32797/3601/2627/1/80
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Educatieve master muziek en podiumkunsten, trajectschijf 5
  • Verkorte educatieve master muziek en podiumkunsten
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 9 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Selderslaghs Bob
Andere co-titularis(sen): Dierckx Ellen, El Kaoui Rashif, Glorieux Diederik, Gordon Natalie, Helsen Sanderijn, Johnson Tom, Malaise Jeroen, Paulissen Lauranne, Roels Fée, Sanen Jan, Saveniers Stijn, Van Bockstael Joachim, Vandeburie Lies, Vanden Abeele Hendrik, Van Lembergen Diederik, Van Regenmortel Hans, Verhulst Sarah
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Semester 2 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (Academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 270,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

In de Masterproef Kunsteducatief Project (Educatieve Master Muziek en Podiumkunsten) komen de leerdoelen die gelinkt zijn aan het leraarschap in de kunsten integraal aan bod, en worden ze verbonden met het kunstenaarschap. De studenten koppelen onderzoekscompetenties aan een kunsteducatieve praktijk en zijn in staat hun praktijk te onderbouwen en hierover op diverse wijzen te communiceren, zowel naar vakgenoten en/of specialisten toe als naar een breder publiek.

OLR-Leerdoelen

Dit opleidingsonderdeel omvat de volgende leerdoelen:
Kan lesmateriaal opbouwen vanuit verschillende ervaringen en eigen standpunten met collega's delen en integreren.
Beschrijft de beginsituatie van een groep in een projectvoorstel en reflectieverslag
Exploreert de mogelijkheid om, al dan niet in samenwerking met (een) andere student(en), interdisciplinair te werken met de eigen doelgroep.
Formuleert zelfgekozen doelstellingen in het projectvoorstel en stuurt ze bij in de loop van het project
Kiest en formuleert leerinhouden in het projectvoorstel om de noden van de doelgroep te bereiken
Plant het schema van het project naargelang de noden van de doelgroep.
Kan activiteiten voorbereiden en inhoud structureren om met de doelgroep subdoelen te bereiken.
Doelt er met de inhoud van het project ook op om een positieve werkgemeenschap te creëren.
Bereidt adequate inhoud om de individualiteit van alle groepsleden te omarmen.
Kan samenwerken met een partner of in teamverband voor een case study en is in staat opdrachten onderling te verdelen.
Zet een project op touw binnen een bestaande organisatie en communiceert met de interne coördinator over hoe te voldoen aan de noden van de doelgroep.
Is zich bewust van nieuwe trends en innovaties binnen de kunstwereld en past deze toe binnen een kunsteducatief project.
Stimuleert de deelnemers tijdens een kunsteducatief project tot mondigheid, zelfstandigheid, eigen initiatief, verantwoordelijkheid en participatie.
Stimuleert de deelnemers tijdens een kunsteducatief project tot mondigheid, zelfstandigheid, eigen initiatief, verantwoordelijkheid en participatie.
Plant een eigen project met aandacht voor gelijke kansen en voor de sociale noden van de deelnemers
Kan een onderzoeksvraag formuleren als startpunt van een kunsteducatief project en deze motiveren vanuit wetenschappelijke inzichten en de artistieke actualiteit.
Kan een onderzoeksvraag vertalen naar een eigen handelingsmethodologie in een kunsteducatief project, en de toegevoegde waarde van de eigen aanpak motiveren in relatie tot relevante wetenschappelijke en artistieke bronnen.
Is in staat de onderzoeksbevindingen uit een kunsteducatief project te synthetiseren in relatie tot de initiële onderzoeksvraag
Kan een kunsteducatief project presenteren aan een jury van peers en experten, en is in staat om de eigen aanpak en keuzes gestoffeerd te verantwoorden.
Zet artistieke passie, vaardigheden en persoonlijkheid in om de leerlingen te inspireren en begeleiden in diens zoektocht naar de eigen artistieke passie en identiteit.

Leerinhoud

Tijdens inleidende én verdiepende lessen in de bachelor- en masteropleidingen (o.m. in de opleidingsonderdelen Research, Artist in society, Diversiteit & groepsmanagement en Oriënteringsstage) maakten de studenten reeds kennis met artistiek en kunsteducatief onderzoek en met het werkveld van participatieve kunstpraktijken en kunsteducatie. In relatie tot deze brede kennis- en ervaringsbasis werden de studenten vervolgens in Inleiding in de kunsteducatie voorbereid op het academische luik van de masterproef d.m.v. vier onderzoeksseminaries, inhoudelijk georiënteerd op teaching artistry, én verkenden ze tijdens interdisciplinaire praktijksessies methodieken en strategieën voor kunsteducatie en participatief creëren in de podiumkunsten.

Bij de start van de Masterproef Kunsteducatief Project vindt een vijfde overkoepelend onderzoeksseminarie plaats, gericht op de begeleiding van de studenten bij het opzet van een (gezamenlijk) onderzoekstraject. Vervolgens formuleren zij een onderzoeksvraag in een projectvoorstel. De keuze voor een onderzoeksvraag en projectaanpak wordt gemotiveerd met referentie naar academisch onderzoek en het artistieke & kunsteducatieve veld. Bij goedkeuring door de praktijkbegeleiders zetten zij in samenwerking met 1 of (maximaal) 2 collega-student(en) - al dan niet domeinoverschrijdend - een kunsteducatief project op poten dat een vertaling is van de onderzoeksvraag in een artistieke of kunsteducatieve strategie om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Methodisch gaat het hierbij steeds deels om onderzoek in de kunsten/kunsteducatie (practice as research), maar artistieke strategieën kunnen aangevuld worden met andere methodes van dataverzameling en -analyse, afhankelijk van de relevantie, i.f.v. de onderzoeksvraag (methodologisch pluralisme). Inhoudelijk positioneert de masterproef zich steeds op de driehoek: artistiek domein - educatief domein - sociaal-maatschappelijk domein.

Uitzonderlijk - op aanvraag, in overleg met en bij goedkeuring van de titularis - kan een student er ook voor kiezen om individueel een kunsteducatief project te organiseren. De student contacteert hierover de titularis vóór het indienen van de first draft. De titularis kan in overleg met praktijkbegeleiders en/of promotors ook beslissen dat een student het kunsteducatief project individueel dient te organiseren. De reden hiervoor wordt transparant gecommuniceerd aan de student.

De praktijkcomponent omvat minimaal 25 contacturen met de gekozen deelnemersgroep en wordt gecomplementeerd met een onderzoekspaper waarin de student conclusies formuleert in relatie tot de initiële onderzoeksvraag. De masterproef resulteert in een slotpresentatie (peers, werkveld, jury van deskundigen) waarin zowel de praktijk- als de onderzoekscomponent worden bevraagd.

Onderzoeksseminarie en Intervisies (groepslessen) in functie van de Masterproef:
Naast de integratie van kennis en inzichten vanuit bovenstaande opleidingsonderdelen, voorziet het traject van de masterproef in bijkomende werkcolleges (onderzoeksseminarie en intervisies), waarin specifieke vaardigheden worden geoefend.

Onderzoeksseminarie Masterproef Kunsteducatief Project:
De studenten zijn vrij in de eigen onderzoekskeuze en oriëntatie van het kunsteducatief project; studenten kunnen ervoor kiezen aan te sluiten bij een bestaande onderzoekslijn binnen de School of Arts (thematisch gegroepeerd binnen de vier onderzoeksgroepen van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen: Labo XIX-XX, UP-Performance in Perspective, CORPoREAL en Creatie), maar zij kunnen er ook voor kiezen een geheel eigen weg in te slaan, bijvoorbeeld op basis van eerdere praktijkervaring of uitgesproken (gezamenlijke) interesse.

Naast de thematische onderzoeksseminaries die in 'Inleiding in de kunsteducatie' aan bod kwamen, richt bij Masterproef Kunsteducatief Project één onderzoeksseminarie zich op de uitwerking van het eigen project van de studenten. Hierbij worden de criteria van het uit te werken projectvoorstel verduidelijkt. De volgende aspecten komen daarbij aan bod:

• Identificatie Masterproef Kunsteducatief Project (titel, timing, discipline(s), doelgroep)
• Omschrijving (bevat minimaal thematiek, theoretisch en artistiek kader, onderzoeksvragen, methodologie met doelstellingen en leerinhouden, output, relevante bronnen en/of literatuur)
• Planning
• Situering (binnen bestaande kunsteducatieve organisaties, samenwerkingsverbanden, contacten met externen…)
• Relevantie (artistiek, maatschappelijk, wetenschappelijk)
• Samenstelling van het projectteam (samenwerking met mede-studenten, onderzoekers, partnerorganisaties)

Er gelden enkele voorwaarden voor studenten die een kunsteducatief project willen opzetten in de school of organisatie waarin ze reeds werkzaam zijn: het project wordt niet georganiseerd tijdens de reguliere lessen van de student/leraar in kwestie, het dient onderscheiden te zijn van de eisen of verwachtingen die reeds gesteld worden door de werkgever, én de student dient een officieel akkoord van de werkgever in te dienen dat het project ter plekke georganiseerd mag worden. Een kunsteducatief project dat zich in het reguliere kunstonderwijs afspeelt, dient zich bovendien buiten het traditionele curriculum af te spelen (anders dan een traditionele stage).

Intervisies (of groepslessen) Masterproef Kunsteducatief project:
Het onderzoeksseminarie wordt gecomplementeerd met contactmomenten in groep in functie van de opstart, uitvoering en evaluatie van de masterproef kunsteducatief project. Elke student neemt deel aan de intervisiemomenten, en deze worden gespreid over drie foci:

• Een KICK-OFF die tot doel heeft om samen met het onderzoeksseminarie het projectvoorstel voor te bereiden (feed-up). Tijdens deze inleidende bijeenkomst wordt een algemene informatiesessie gegeven over het opzet van de masterproef; verschillende onderzoekslijnen worden onder de aandacht gebracht en telkens geïllustreerd met kunsteducatieve projecten/masterproeven van studenten uit de voorbije jaren. Op deze manier krijgen de studenten een beeld van wat de masterproef concreet kan inhouden; wat hen ook zal inspireren om bepaalde keuzes te maken rond onderzoeksfocus en praktijkcontext. Ook wordt er ruimte geboden om interdisciplinair contact te leggen met elkaar, om in te gaan op individuele vragen en kennis maken te met de praktijkbegeleiders en promotors.
Feedback & GO-sessies (na de first draft én na indiening van het definitieve projectvoorstel) die studenten voorzien van individuele feedback op het projectvoorstel en de te nemen volgende stappen in het leerproces (feedback & feedforward). Er wordt tijd gemaakt voor gesprek en oefening op het vlak van ervaren en/of te anticiperen valkuilen, moeilijkheden en obstakels. Het doel is dat na deze sessies de studenten van start kunnen gaan met de uitvoering van hun kunsteducatief project en bijhorend onderzoek.
• Een community of practice die plaatsvindt na afloop van alle kunsteducatieve projecten. De studenten doen aan kennisopbouw en -uitwisseling met hun peers op basis van hun praktijkgerichte ervaringen. Ze stellen hun projecten voor aan elkaar en benoemen er de sterktes en uitdagingen van. Daarmee bereiden ze zich voor op de slotpresentatie voor de jury.

Studiematerialen

Opleidingsgids Educatieve opleidingen Dans, Drama, MuziekVerplicht
Studiewijzer Masterproef Kunsteducatief projectVerplicht
Een laptop, voor blended learning (online en offline lessen)Verplicht
Verandering Teweegbrengen: Teaching Artists en hun rol in het creëren van een betere wereldVerplicht
  • Auteur: Eric Booth

Onderwijsorganisatie

Werkvormen
Artistieke praktijk262,00 uren
Hoor- en/of werkcolleges2,00 uren
  • Duur: Academiejaar
Vormen van groepsleren6,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeOnderzoeksopdracht30,00onderzoekspaper
Eerste examenperiodeReflectieopdracht in de examenreeks10,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeOnderzoeksopdracht30,00onderzoekspaper
Tweede examenperiodeReflectieopdracht in de examenreeks10,00
Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeArtistiek-educatieve projectopdracht60,00Voor de toetsvorm artistiek-educatieve projectopdracht is geen tweede examenkans mogelijk. Het cijfer voor de toetsvorm artistiek-educatieve projectopdracht van de eerste examenperiode wordt overgedragen naar de tweede examenperiode. Alleen voor de toetsvormen onderzoeksopdracht en reflectieopdracht in de examenreeks is een tweede examenkans mogelijk.

Toetsing (vervolg)

De masterproef kunsteducatief project is een afstudeeropdracht waarin de student blijk geeft alle betreffende leerdoelen te hebben verworven. De masterproef wordt beoordeeld met volgende gewichten:

• Praktijkcomponent = Artistiek-educatieve projectopdracht: 60%
De praktijkcomponent omvat (a) het proces dat de student heeft afgelegd en dat zichtbaar gemaakt wordt tijdens de groepslessen (intervisies), het onderzoeksseminarie, het praktijkplan, de individuele begeleidingsmomenten en werkplekbezoeken: organisatie, planning, uitvoering, attitude; en (b) het toonmoment in het praktijkveld.

Verplichte aanwezigheid op het onderzoeksseminarie en de intervisies (groepslessen).

• Onderzoekscomponent = Onderzoeksopdracht: 30%
De onderzoekscomponent omvat de uitwerking van het initële projectvoorstel en de onderzoekspaper. Hierbij wordt gekeken naar de onderbouwing van het project (academisch en artistiek), de inbedding van de onderzoeksvraag en -methode, de uitvoering van het onderzoek (en eventuele bijsturingen in de relatie theorie/praktijk), en de bespreking en kadering van de onderzoeksresultaten. De opleiding voorziet een template voor de onderzoekspaper ter ondersteuning.

• Presentatie = Reflectieopdracht in de examenreeks: 10%
Digitale voorbereiding (slotpresentatievideo van maximaal 10 minuten waarin de studenten de voor hun belangrijkste aspecten – leerpunten, inzichten, realisaties – bespreken van hun masterproeftraject: zie bijlage). Studenten kunnen ervoor kiezen een gezamelijke video te maken of de opdracht individueel uit te voeren. Vervolgens nemen de studenten deel aan een gezamenlijk jurygesprek over de slotpresentatievideo('s), het praktijkproject en de onderzoekspaper van de studenten. (De titularis kan beslissen om de slotpresetatievideo te vervangen door een live presentatie van het project en communiceert dit tijdig aan de studenten.)

De student moet de drie componenten uitvoeren om te kunnen slagen voor dit opleidingsonderdeel.

De beoordeling van de masterproef gebeurt door de (praktijk)docenten betrokken bij de masterproef, in samenspraak met de individuele promotor van de studenten en een extern jurylid.

Studenten kunnen ook na semester 1 afstuderen indien zij het voorgaande academiejaar deelnamen aan de KICK-OFF en het het onderzoeksseminarie en een projectvoorstel indienden dat werd goedgekeurd voor het einde van dat academiejaar.

Voor de toetsvorm artistiek-educatieve projectopdracht is geen tweede examenkans mogelijk. Het cijfer voor de toetsvorm artistiek-educatieve projectopdracht van de eerste examenperiode wordt overgedragen naar de tweede examenperiode.