Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Business en Recht
Goederenrecht/343329/3668/2627/1/60
Studiegids

Goederenrecht/3

43329/3668/2627/1/60
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Bachelor in het bedrijfsmanagement (rechtspraktijk), trajectschijf 1
    Keuzeoptie:
    • Avondtraject RP
    Afstudeerrichting:
    • rechtspraktijk
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Co-titularis(sen): Baekeland Christophe, Tijs Wenzel
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Module 3
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.03.2027 (3de module)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid/tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor deliberatie/tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Totale studietijd: 78,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

In het vak goederenrecht staat niet de persoon, maar het goed centraal. Waar het verbintenissenrecht draait om vorderingsrechten — het recht van een persoon om de uitvoering van een prestatie door een ander persoon af te dwingen — bestudeert het goederenrecht de zakelijke rechten: rechten die door de wetgever als dusdanig erkend zijn (het betreft een gesloten stelsel), die een rechtssubject (in meer of mindere mate) een rechtstreekse zeggenschap over een goed verlenen en die in beginsel tegenover iedereen (erga omnes) werken. De student krijgt inzicht in het onderscheid tussen beide rechtstakken en leert de regels die het goederenrecht beheersen kennen. De leerstof wordt doorheen alle onderdelen geïllustreerd met praktijkvoorbeelden en casussen.

Het inleidende hoofdstuk behandelt de bronnen van de het goederenrecht, de basisbegrippen die het beheersen en de vermogensleer.

In een eerste hoofdstuk leert de student de goederen kwalificeren en indelen (roerend of onroerend, lichamelijk of onlichamelijk, enz.), telkens met aandacht voor de rechtsgevolgen die aan elke kwalificatie en indeling verbonden zijn.

Het tweede en meest uitgebreide hoofdstuk behandelt de zakelijke hoofdrechten. Centraal staat het eigendomsrecht, met onder meer de wijzen van eigendomsverkrijging (met bijzondere aandacht voor de bezitsleer), de juridische grenzen aan het eigendomsrecht (via de leerstukken van rechtsmisbruik en burenhinder) en de mede-eigendom (waaronder de appartementsmede-eigendom, die in de praktijk vaak voorkomt en daarom erg belangrijk is). Aansluitend komen de zakelijke gebruiksrechten aan bod: vruchtgebruik, opstal, erfpacht en erfdienstbaarheden. De student leert de onderlinge verschillen tussen de zakelijke gebruiksrechten, hun toepassingsmogelijkheden en de bijhorende praktijkmoeilijkheden en -oplossingen kennen, en onderscheidt de zakelijke gebruiksrechten van rechtsfiguren met gelijkaardige kenmerken, die echter géén zakelijk recht zijn (zoals huur of bruikleen).

Een derde hoofdstuk behandelt de publiciteit bij de vestiging en overdracht van zakelijke rechten, met bijzondere aandacht voor het onroerende publiciteitssysteem.

Een vierde en laatste hoofdstuk brengt ten slotte de principes samen die alle zakelijke rechten gemeenschappelijk hebben, waaronder het gesloten stelsel (numerus clausus), het anterioriteitsbeginsel, het volgrecht, het specialiteits- en eenheidsbeginsel en de zakelijke subrogatie.

Begincompetenties

De informatie en leerinhoud goed kunnen ordenen en interpreteren en concreet en probleemoplossend een casus kunnen verwerken.

OLR-Leerdoelen

Handelt cliënt/klantgericht: verleent eerstelijns juridisch advies en behartigt de juridische belangen van cliënten/klanten.
De student formuleert relevante hypotheses bij het ontleden en beoordelen van een juridische vraagstelling m.b.t. het goederenrecht. De student maakt cascaderedeneringen bij het ontleden en beoordelen van een juridische vraagstelling m.b.t. het goederenrecht.
heeft inzicht in de –voor het beroepsveld meest relevante rechtstakken - en lost eenvoudige juridische problemen in de praktijk op.
De student legt in correcte juridische bewoordingen begrippen en leerstukken mbt goederenrecht uit (aan de hand van een verhelderend voorbeeld). De student duidt de toepassingsvoorwaarden voor een bepaald leerstuk mbt goederenrecht.
De student legt uit welke regels van het goederenrecht toepasselijk zijn op de casus, wat zij precies inhouden en geeft vervolgens aan tot welk resultaat zij leiden bij een toepassing op de casus.
Vindt en analyseert kritisch actuele beroepsgerelateerde bronnen in overeenstemming met de vigerende regelgeving, distilleert daaruit de relevante informatie en gebruikt deze in de juridische praktijk.
De student past de rechtsregels ivm goederenrecht correct toe bij het ontleden en beoordelen van een juridische vraagstelling m.b.t. het goederenrecht.
ondersteunt juridisch inhoudelijk een professioneel jurist bij de realisatie van diens doelstellingen.
De student ontwart en ontleedt in praktijksituaties de (diverse, mogelijke) problemen van het goederenrecht en formuleert daarbij geschikte en sluitende oplossingen om deze problemen te vermijden of deze problemen te remediëren.
Neemt verantwoordelijkheid voor de eigen professionele ontwikkeling, volgt zelfstandig tendensen op in functie van de eigen professionele ontwikkeling en integreert deze nieuwe inzichten.
De student volgt de evoluties in de wetgeving en de jurisprudentie m.b.t. het goederenrecht op en kan aangeven hoe zij de uitkomst van een concrete juridische vraagstelling kunnen beïnvloeden.

Leerinhoud

VOORAFGAAND HOOFDSTUK – INLEIDING

HOOFDSTUK 1 – DE LEER VAN DE INDELING VAN DE GOEDEREN

HOOFDSTUK 2 – DE ZAKELIJKE HOOFDRECHTEN

Voorafgaande afdeling - Inleiding

Afdeling 1 - Het eigendomsrecht

Afdelingen 2 t.e.m. 5 - De zakelijke gebruiksrechten

Afdeling 2 – Vruchtgebruik
Afdeling 3 – Recht van opstal
Afdeling 4 – Erfpacht
Afdeling 5 – Erfdienstbaarheden

HOOFDSTUK 4 – PUBLICITEIT

Afdeling 1 – Roerende goederen
Afdeling 2 – Onroerende goederen

HOOFDSTUK 5 – ZAKELIJKE RECHTEN: GEMEENSCHAPPELIJKE PRINCIPES

Afdeling 1 – Algemene regels inzake zakelijke rechten
Afdeling 2 – Algemene regels inzake het voorwerp van zakelijke rechten
Afdeling 3 – Algemene regels inzake het verkrijgen en tenietgaan van zakelijke rechten

Studiematerialen

VRG-codexVerplicht
GoederenrechtVerplicht
  • Auteur: A. Wylleman en J. Baeck
Digitap APVerplicht
  • Auteur: AP Hogeschool Antwerpen

Onderwijsorganisatie

Dagtraject
Hoor- en/of werkcolleges (dagtraject)24,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (dagtraject)52,00 uren
Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing2,00 uren
  • Opmerking: De totale examentijd bestaat uit de voorziene tijd plus ¼ extra examentijd voor alle studenten. De extra examentijd als individuele aanpassing is hierbij dus reeds inbegrepen.
Flexibel traject
Hoor- en/of werkcolleges (flexibel traject)12,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (flexibel traject)64,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks50,00Digitaal examen (gesloten boek) waarbij gepeild wordt naar theoretische kennis, toepassingen en inzicht aan de hand van meerkeuzevragen. Voor verdere informatie, zie Digitap.
Eerste examenperiodeVaardigheidstoets in de examenreeks50,00Digitaal examen (gesloten boek) waarbij gepeild wordt naar inzicht in de leerstof en praktijkgerichte toepassing aan de hand van casussen. Voor verdere informatie, zie Digitap.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks50,00Digitaal examen (gesloten boek) waarbij gepeild wordt naar theoretische kennis, toepassingen en inzicht aan de hand van meerkeuzevragen. Voor verdere informatie, zie Digitap.
Tweede examenperiodeVaardigheidstoets in de examenreeks50,00Digitaal examen (gesloten boek) waarbij gepeild wordt naar inzicht in de leerstof en praktijkgerichte toepassing aan de hand van casussen. Voor verdere informatie, zie Digitap.

Toetsing (vervolg)

Zie digitap voor eventuele verdere instructies.