Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Wetenschap
TAB 2.3 Zorg aan moeder en kind28411/3675/2627/1/12
Studiegids

TAB 2.3 Zorg aan moeder en kind

28411/3675/2627/1/12
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde, trajectschijf 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Titularis: Vansteenbeeck Eva
Andere co-titularis(sen): Van der Linden Eva, Verheyen Veerle, Wildiers Anja
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (Academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

Dit opleidingsonderdeel leert je hoe je als verpleegkundige zorgt voor moeders, baby's en kinderen.
Het opleidingsonderdeel is verdeeld in twee grote stukken: de zorg rondom de bevalling/moeder (verloskunde) en de zorg voor zieke kinderen (pediatrie).

1. Zorg voor de moeder (Zwangerschap en Bevalling)
In dit deel leer je alles over de periode van de bevruchting tot de eerste weken na de geboorte:
De zwangerschap: hoe het vrouwenlichaam werkt, hoe een baby in de buik groeit en welke controles er nodig zijn bij de dokter.
Problemen: je leert wat je moet doen als een zwangere vrouw erg ziek wordt, bijvoorbeeld door een te hoge bloeddruk of zwangerschapssuiker.
De bevalling: je leert hoe een bevalling stap voor stap verloopt, welke manieren er zijn om de pijn te verzachten en wat je doet als de bevalling moeilijk gaat.
Na de geboorte: de zorg voor de moeder in de eerste week (het kraambed), hulp bij borstvoeding en advies over anticonceptie (zoals de pil of een spiraaltje).

2. Zorg voor het kind (Pediatrie)
Dit deel gaat over de gezondheid van baby’s en opgroeiende kinderen.
De pasgeboren baby: Hoe controleer je of een baby gezond ter wereld is gekomen (de Apgar-score) en waar moet je op letten bij baby’s die geel zien.
Zieke kinderen: Je leert veelvoorkomende ziektes herkennen, zoals astma, RSV (een infectie aan de luchtwegen), diarree, koorts en kinderziektes waarvoor we inenten.
In het ziekenhuis: Een kind is geen 'kleine volwassene'. Je leert hoe een kind reageert op een opname, hoe je ouders bij de zorg betrekt en hoe je een kind geruststelt.
Controles: Je leert hoe je bij kinderen op de juiste manier de hartslag, ademhaling en groei (gewicht en lengte) controleert.

Kortom: je leert in deze cursus zowel de medische kant (ziektes en technieken) als de menselijke kant (begeleiden van ouders en kinderen) van de zorg.

OLR-Leerdoelen

1. Opbouwen - 1. Verzamelen van relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving en eigenschappen van de zorgvrager)
De student kan aandoeningen van de luchtwegen opnoemen en herkennen (1.1.A.1) (niveau 2)
De student kan de belangrijkste infectieziekten bij kinderen opsommen en verklaren. (1.1.A.1) (niveau 2)
De student kan in eigen woorden uitleggen hoe de regeling van de lichaamstemperatuur gebeurt (1.1.A.1) (niveau 2)
De student kan toelichten hoe de neonatale aanpassing gebeurt. (1.1.A.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan de aandachtspunten bij de voorbereiding op een opname in het ziekenhuis volgens de leeftijdsgroepen beschrijven. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan de reacties van een kind bij een acute en geplande opname herkennen. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan een overzicht geven van de stadia die een kind doorloopt als reactie op de scheiding van de ouders. (1.3.A.1) (niveau 2)
De student kan verifiëren wanneer er bij een bevalling sprake is van pathologie. (1..A.1) (niveau 2)
De student kan de verpleegkundige aandachtspunten bij een kind met convulsies toelichten (1.3.A.1) (niveau 2)
1. Opbouwen - 5. Opstellen van een systematisch zorgplan.
De student kan de verpleegkundige aandachtspunten bij een acute opname formuleren. (1.5.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan alarmsignalen bij een pasgeborene herkennen. (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan de reacties van het kind op gebeurtenissen tijdens een ziekenhuisopname verklaren (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan een overzicht geven van de voor- en nadelen van ouderparticipatie bij de ziekenhuisopname van hun kind. (2.1.A.1) (niveau 2)
De student kan verschillende soorten gedrag bij een kind tijdens de ziekenhuisopname herkennen. (2.1.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 2. Toepassen van beroepsspecifieke handelingen ifv het opgestelde systematische zorgplan
De student kan aan een patiënt / kraamvrouw de nodige gezondheidsvoorlichting geven en aanbevelingen doen (mogelijk aan de hand van de casuspatiënt). (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan de handelingen en observatiepunten uitleggen die gesteld dienen te worden bij moeder en kind en dit tijdens het eerste uur na de partus. (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan aangeven welke de voorwaarden zijn om een kind in daghospitalisatie te behandelen (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan aangeven welke noden het kind in het ziekenhuis heeft en kan dit linken aan de rechten van het kind (2.2.A.1) (niveau 2)
De student kan de verschillende verpleegkundige taken bij de dagopname van een kind opsommen (2.2.A.1) (niveau 2)
2. Realiseren - 3. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan uitleggen op welke wijze de pijn gestild kan worden tijdens arbeid en bevalling. (2.3.A.1) (niveau 2)
De student kan uitleggen welke hygiënische handelingen en observaties gesteld dienen te worden bij moeder en kind en dit bij de dagelijkse hygiënische verzorging tijdens de kraamperiode. (2.3.A.1) (niveau 2)

Leerinhoud

In dit opleidingsonderdeel komen volgende leerinhouden aan bod:

  • Het ernstig zieke kind
  • De pasgeborene / Alarmsignalen bij de pasgeborene
  • Luchtwegen /maag-darmstelsel / infectieziekten
  • Vaccinaties bij kinderen
  • Verpleegkundige basisgegevens op een kinderafdeling
  • Zieke kinderen en hun opname in het ziekenhuis
  • Algemene en specifieke observatiegegevens bij kinderen
  • Controle van de vitale functies bij kinderen
  • Controle van de groei en de ontwikkeling bij kinderen
  • Zuurstoftoediening bij kinderen
  • Koorts / convulsies bij kinderen
  • Verpleegkundige taken bij de daghospitalisatie van een kind en ambulante onderzoeken
  • Wiegendood en preventie
  • Noden van het kind in het ziekenhuis
  • Handvest van het kind in het ziekenhuis

Zwangerschap en bevalling
• Hygiëne aan de zwangere/kraamvrouw en pasgeborene
• Anatomie/ fysiologie van de vrouwelijke geslachtsorganen
• De normale zwangerschap/ pathologie van de zwangerschap
• De normale baring/ pathologie van de baring
• Het normale kraamtijdperk/ pathologie van het kraamtijdperk

Studiematerialen

cursus UniversitasVerplicht
DigitapVerplicht
Specialistische kinderverpleegkunde: zorg voor het zieke kindAanbevolen
  • Auteur: I. De Kock – van Beerendonck, e.a.
Zieke kinderen: een handboek voor ouders en paramediciAanbevolen
  • Auteur: J. Vandewynckele

Onderwijsorganisatie

Dagtraject
Hoor- en/of werkcolleges (dagtraject)28,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (dagtraject)45,00 uren
Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing2,00 uren
Flexibel traject
Hoor- en/of werkcolleges (flexibel traject)10,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (flexibel traject)63,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Het examen bestaat uit kennis- en casusvragen.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Het examen bestaat uit kennis- en casusvragen.

Toetsing (vervolg)

De totale examentijd voor deze kennis- en inzichtstoets bestaat uit de voorziene tijd voor deze toets plus ¼ extra examentijd voor alle studenten. De extra examentijd als individuele aanpassing is hierbij dus inbegrepen.