Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Wetenschap
TAB 3.3 Kinderverpleegkundige zorg op maat29920/3675/2627/1/05
Studiegids

TAB 3.3 Kinderverpleegkundige zorg op maat

29920/3675/2627/1/05
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde, trajectschijf 3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Titularis: Van Gerwen Ellen
Andere co-titularis(sen): El Fekri Assia, Present Evy, Van der Linden Eva, Wildiers Anja
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (Academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

In dit opleidingsonderdeel verdiepen studenten zich in de gespecialiseerde verpleegkundige zorg voor zieke pasgeborenen en kinderen. Vanuit zowel neonatologisch als pediatrisch perspectief komen anatomie en fysiologie, medische en verpleegkundige aspecten van specifieke ziektebeelden, transport en opvang van de pasgeborene, levensreddend handelen, observatie en monitoring, respiratoire ondersteuning, pijn, voeding en ouderondersteuning aan bod. Klinisch redeneren vormt de rode draad en wordt systematisch geoefend aan de hand van casussen en praktijkgerichte voorbeelden.

Contact olodverantwoordelijke: mevr. Van Gerwen

OLR-Leerdoelen

1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan aangeven welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden bij het optreden van acute (al dan niet levensbedreigende) situaties bij pediatrische en neonatale zorgvragers en hierbij in staat zijn de verpleegkundige aandachtspunten kunnen benadrukken. (1.3.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht tonen in de algemene zorgen en verpleegkundige observaties die horen bij een totaalzorg aan en opvolging van een gezonde én zieke pediatrische en neonatale zorgvrager. (1.3.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de actieve psychosociale benadering en ondersteuning van de pediatrische en neonatale zorgvragers en diens ouders/voogden. Tevens ook psychosociale én psychische problematieken kunnen herkennen bij deze zorgvragers en hieraan mogelijke (verpleegkundige) interventies en aandachtspunten koppelen. (1.3.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de werking, indicaties,contra-indicaties en verpleegkundige aandachtspunten van/bij specifieke behandelingmethodieken op de pediatrische en neonatale afdelingen. (1.3.A.1) (niveau 3)
De student kan specifieke zieketebeelden bij de pediatrische en neonatale zorgvrager herkennen op basis van klinische symptomen en diagnostiek, weten welke verpleegkundige aandachtspunten deze ziektebeelden vereisen én daarnaast weten welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden om tegemoet te komen aan de zorgbehoeften van het kind/ de neonaat. (1.3.A.1) (niveau 3)
2. Realiseren - 1. Handelen in functie van de noden en behoeften van de zorgvrager (cfr. referentiekader) en rekening houden met hun persoonlijke zingeving.
De student kan aangeven welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden bij het optreden van acute (al dan niet levensbedreigende) situaties bij pediatrische en neonatale zorgvragers en hierbij in staat zijn de verpleegkundige aandachtspunten kunnen benadrukken. (2.1.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht tonen in de algemene zorgen en verpleegkundige observaties die horen bij een totaalzorg aan en opvolging van een gezonde én zieke pediatrische en neonatale zorgvrager. (2.1.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de actieve psychosociale benadering en ondersteuning van de pediatrische en neonatale zorgvragers en diens ouders/voogden. Tevens ook psychosociale én psychische problematieken kunnen herkennen bij deze zorgvragers en hieraan mogelijke (verpleegkundige) interventies en aandachtspunten koppelen. (2.1.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de werking, indicaties,contra-indicaties en verpleegkundige aandachtspunten van/bij specifieke behandelingmethodieken op de pediatrische en neonatale afdelingen (2.1.A.1) (niveau 3)
De student kan specifieke zieketebeelden bij de pediatrische en neonatale zorgvrager herkennen op basis van klinische symptomen en diagnostiek, weten welke verpleegkundige aandachtspunten deze ziektebeelden vereisen én daarnaast weten welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden om tegemoet te komen aan de zorgbehoeften van het kind/ de neonaat. (2.1.A.1) (niveau 3)
3. Coördineren - 2. Regisseren van de zorgsituatie
De student kan aangeven welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden bij het optreden van acute (al dan niet levensbedreigende) situaties bij pediatrische en neonatale zorgvragers en hierbij in staat zijn de verpleegkundige aandachtspunten kunnen benadrukken. (3.2.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht tonen in de algemene zorgen en verpleegkundige observaties die horen bij een totaalzorg aan en opvolging van een gezonde én zieke pediatrische en neonatale zorgvrager. (3.2.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de actieve psychosociale benadering en ondersteuning van de pediatrische en neonatale zorgvragers en diens ouders/voogden. Tevens ook psychosociale én psychische problematieken kunnen herkennen bij deze zorgvragers en hieraan mogelijke (verpleegkundige) interventies en aandachtspunten koppelen. (3.2.A.1) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de werking, indicaties,contra-indicaties en verpleegkundige aandachtspunten van/bij specifieke behandelingmethodieken op de pediatrische en neonatale afdelingen. (3.2.A.1) (niveau 3)
De student kan specifieke zieketebeelden bij de pediatrische en neonatale zorgvrager herkennen op basis van klinische symptomen en diagnostiek, weten welke verpleegkundige aandachtspunten deze ziektebeelden vereisen én daarnaast weten welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden om tegemoet te komen aan de zorgbehoeften van het kind/ de neonaat (3.2.A.3) (niveau 3)

Leerinhoud

In dit opleidingsonderdeel komen volgende leerinhouden aan bod:

  • Anatomie en fysiologie van de pasgeborene
  • Medische en verpleegkundige aspecten van specifieke neonatale en pediatrische ziektebeelden
  • Verpleegkundige zorg voor de zieke of premature neonaat op neonatologie
  • Verpleegkundige zorg voor het acuut en chronisch zieke kind
  • Levensreddend handelen, EHBO en urgentiezorg in de pediatrische context
  • Oudereducatie en -ondersteuning

Klinisch redeneren vormt de rode draad doorheen het opleidingsonderdeel en wordt systematisch versterkt via casuïstiek en praktijkgerichte toepassingen.

Studiematerialen

Aanvullende literatuur, films en internetlinks, waar tijdens de lessen naar verwezen wordt en, die bijkomend kunnen geraadpleegd wordenVerplicht
cursus UniversitasVerplicht
Cursusmateriaal via DigitapVerplicht

Onderwijsorganisatie

Dagtraject
Hoor- en/of werkcolleges (dagtraject)26,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (dagtraject)47,00 uren
Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing2,00 uren
Flexibel traject
Hoor- en/of werkcolleges (flexibel traject)8,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (flexibel traject)65,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks92,50Digitale toetsing met (casusgerelateerde) inzichts- en kennisvragen. De toets bestaat uit zowel open als multiplechoicevragen.
Eerste examenperiodeProjectopdracht7,50In eerste zit wordt 1/3 van de punten voor het onderdeel neonatologie van mevr. Present behaald via een opdracht. De overige punten worden geëvalueerd tijdens het digitale examen.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Digitale toetsing met (casusgerelateerde) inzichts- en kennisvragen. De toets bestaat uit zowel open als multiplechoicevragen.

Toetsing (vervolg)

  • Digitale toetsing aan de hand van (casusgerelateerde) inzichts‑ en kennisvragen. Het examen omvat een mix van open en multiplechoicevragen.
  • Puntenverdeling (100%)
    • Pediatrie door mevr. Van Gerwen (55%)
    • Neonatologie door mevr. Present (22,5%) en dr. Demeulemeester (22,5%)
  • Voor het onderdeel neonatologie van mevr. Present wordt in eerste zit 1/3 van de punten (7,5% van de 22,5%) verworven via permanente evaluatie. Dit betreft een opdracht via de digitale leeromgeving. Bij de tweede examenkans wordt uitsluitend een schriftelijk examen afgenomen en staat de volledige weging op het examen.
  • Maximale duurtijd examen: De totale examentijd bestaat uit de voorziene tijd inclusief ¼ extra examentijd voor alle studenten. De extra examentijd als individuele aanpassing is hierbij dus inbegrepen.