Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Wetenschap
TAB 4.6 Acute zorg Kinderen29937/3675/2627/1/01
Studiegids

TAB 4.6 Acute zorg Kinderen

29937/3675/2627/1/01
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde, trajectschijf 4
    Keuzeoptie:
    • Levenslang leren optie 1
    • Levenslang leren optie 3
    Keuzepakket:
    • Levenslang Leren 3 Brug
    • LL3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Titularis: Present Evy
Andere co-titularis(sen): Duval Els, Van der Linden Eva, Van Gerwen Ellen, Wildiers Anja
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (Academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

In dit opleidingsonderdeel verbreden studenten hun kennis in de gespecialiseerde verpleegkundige zorg voor het acuut zieke kind, de zieke of premature neonaat en het ernstig gewonde kind. De leerinhouden bestrijken zowel hoogtechnologische en invasieve therapieën als intensieve monitoring, opvang bij acute en neurologische urgenties, kinderoncologie en neonatale intensieve zorg. Ook omgaan met sterven en rouw komt aan bod.

Klinisch redeneren staat centraal en wordt in elk thema geoefend aan de hand van casuïstiek.

Contact olodverantwoordelijke: mevr. Evy Present

OLR-Leerdoelen

1. Opbouwen - 3. Omgaan met relevante informatie (eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de opbouw van een zorgsituatie.
De student kan specifieke zieketebeelden bij de pediatrische en neonatale zorgvrager herkennen op basis van klinische symptomen en diagnostiek, weten welke verpleegkundige aandachtspunten deze ziektebeelden vereisen én daarnaast weten welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden om tegemoet te komen aan de zorgbehoeften van het kind/ de neonaat (1.3.A.3) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de werking, indicaties,contra-indicaties en verpleegkundige aandachtspunten van/bij specifieke behandelingmethodieken op de pediatrische en neonatale afdelingen (1.3.A.3) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de actieve psychosociale benadering en ondersteuning van de pediatrische en neonatale zorgvragers en diens ouders/voogden. Tevens ook psychosociale én psychische problematieken kunnen herkennen bij deze zorgvragers en hieraan mogelijke (verpleegkundige) interventies en aandachtspunten koppelen (1.3.A.3) (niveau 3)
De student kan aangeven welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden bij het optreden van acute (al dan niet levensbedreigende) situaties bij pediatrische en neonatale zorgvragers en hierbij in staat zijn de verpleegkundige aandachtspunten kunnen benadrukken (1.3.A.3) (niveau 3)
De student kan aantonen inzicht te hebben in de specialistische zorgen & verpleegkundige observaties die horen bij een totaalzorg aan en opvolging van een acute zieke pediatrische en neonatale zorgvrager (1.3.A.3) (niveau 3)
2. Realiseren - 1. Handelen vanuit relevante informatie ( 8 basisprincipes, eigen ervaring, wetenschappelijke evidentie, wetgeving, verpleegkundige diagnostiek en eigenschappen van de zorgvrager) voor de uitvoering van de zorgsituatie.
De student kan specifieke zieketebeelden bij de pediatrische en neonatale zorgvrager herkennen op basis van klinische symptomen en diagnostiek, weten welke verpleegkundige aandachtspunten deze ziektebeelden vereisen én daarnaast weten welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden om tegemoet te komen aan de zorgbehoeften van het kind/ de neonaat (2.1.A.3) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de werking, indicaties,contra-indicaties en verpleegkundige aandachtspunten van/bij specifieke behandelingmethodieken op de pediatrische en neonatale afdelingen (2.1.A.3) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de actieve psychosociale benadering en ondersteuning van de pediatrische en neonatale zorgvragers en diens ouders/voogden. Tevens ook psychosociale én psychische problematieken kunnen herkennen bij deze zorgvragers en hieraan mogelijke (verpleegkundige) interventies en aandachtspunten koppelen (2.1.A.3) (niveau 3)
De student kan aangeven welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden bij het optreden van acute (al dan niet levensbedreigende) situaties bij pediatrische en neonatale zorgvragers en hierbij in staat zijn de verpleegkundige aandachtspunten kunnen benadrukken (2.1.A.3) (niveau 3)
De student kan aantonen inzicht te hebben in de specialistische zorgen & verpleegkundige observaties die horen bij een totaalzorg aan en opvolging van een acute zieke pediatrische en neonatale zorgvrager (2.1.A.3) (niveau 3)
3. Coördineren - 2. Regisseren van de zorgsituatie
De student kan specifieke zieketebeelden bij de pediatrische en neonatale zorgvrager herkennen op basis van klinische symptomen en diagnostiek, weten welke verpleegkundige aandachtspunten deze ziektebeelden vereisen én daarnaast weten welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden om tegemoet te komen aan de zorgbehoeften van het kind/ de neonaat (3.2.A.3) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de werking, indicaties,contra-indicaties en verpleegkundige aandachtspunten van/bij specifieke behandelingmethodieken op de pediatrische en neonatale afdelingen (3.2.A.3) (niveau 3)
De student kan inzicht verwerven in de actieve psychosociale benadering en ondersteuning van de pediatrische en neonatale zorgvragers en diens ouders/voogden. Tevens ook psychosociale én psychische problematieken kunnen herkennen bij deze zorgvragers en hieraan mogelijke (verpleegkundige) interventies en aandachtspunten koppelen (3.2.A.3) (niveau 3)
De student kan aangeven welke verpleegkundige interventies er genomen kunnen worden bij het optreden van acute (al dan niet levensbedreigende) situaties bij pediatrische en neonatale zorgvragers en hierbij in staat zijn de verpleegkundige aandachtspunten kunnen benadrukken (3.2.A.3) (niveau 3)
De student kan aantonen inzicht te hebben in de specialistische zorgen & verpleegkundige observaties die horen bij een totaalzorg aan en opvolging van een acute zieke pediatrische en neonatale zorgvrager (3.2.A.3) (niveau 3)

Leerinhoud

In dit opleidingsonderdeel komen volgende leerinhouden aan bod:

  • Verpleegkundige zorg voor het acuut zieke kind
  • Verpleegkundige zorg voor de zieke of premature neonaat op neonatologie
  • Opvang van het acuut zwaargewonde kind
  • Opvang van het kind met neurologische urgenties
  • Medisch‑technische zorg voor de zieke of premature neonaat
  • Omgaan met sterven en rouw

In elk thema wordt klinisch redeneren geïntegreerd aan de hand van casuïstiek.

Studiematerialen

Aanvullende literatuur, films en internetlinks, waar tijdens de lessen naar verwezen wordt en, die bijkomend kunnen geraadpleegd wordenVerplicht
cursus UniversitasVerplicht
Cursusmateriaal via DigitapVerplicht

Onderwijsorganisatie

Dagtraject
Hoor- en/of werkcolleges (dagtraject)29,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (dagtraject)44,00 uren
Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing2,00 uren
Flexibel traject
Hoor- en/of werkcolleges (flexibel traject)8,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (flexibel traject)65,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Digitale toetsing met (casusgerelateerde) inzichts- en kennisvragen. De toets bestaat uit multiplechoicevragen zonder giscorrectie.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Digitale toetsing met (casusgerelateerde) inzichts- en kennisvragen. De toets bestaat uit multiplechoicevragen zonder giscorrectie.

Toetsing (vervolg)

  • Digitale toetsing aan de hand van (casusgerelateerde) inzichtsvragen en kennisvragen.
  • Het examen omvat 50 multiple choice vragen waarbij geen giscorrectie wordt toegepast.
  • 1 vraag bestaat telkens uit 2 stellingen. Dit geeft vervolgens 4 antwoordmogelijkheden waarbij er slechts 1 juiste optie is.
  • Puntenverdeling (100%): 
    • mevr. Present (32%)
    • mevr. Van Gerwen (26%)
    • dr. Duval (22%)
    • dr. Van Horebeek (20%)
  • Maximale duurtijd examen: De totale examentijd bestaat uit de voorziene tijd inclusief ¼ extra examentijd voor alle studenten. De extra examentijd als individuele aanpassing is hierbij dus inbegrepen.
  • Evaluatieregel: Voor dit opleidingsonderdeel moet de student in beide pijlers een minimale basisbekwaamheid aantonen. Concreet betekent dit dat de student minstens 8/20 moet behalen op zowel het onderdeel pediatrie (lessen van mevr. Van Gerwen en dr. Duval) als het onderdeel neonatologie (lessen van mevr. Present en dr. Van Horebeek). Wanneer een student op één of beide onderdelen minder dan 8/20 behaalt, kan hij niet slagen voor het opleidingsonderdeel en bedraagt de maximale eindscore 9/20.