Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Onderwijs en Training
BI Biodiversiteit B43084/3589/2627/1/43
Studiegids

BI Biodiversiteit B

43084/3589/2627/1/43
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Educatieve bachelor in het secundair onderwijs, trajectschijf 1
    Keuzeoptie:
    • Biologie
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Co-titularis(sen): Duchatelet Lisa
Co-titularis(sen) zijn nog niet (allemaal) gekend.
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.03.2027 (2de semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid/tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor deliberatie/tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Totale studietijd: 150,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

We bestuderen in dit opleidingsonderdeel het aspect biodiversiteit in zijn vele facetten.

- Biodiversiteit: verscheidenheid aan soorten organismen.
- Belang van biodiversiteit voor wereld en mens.
- Op basis van welke criteria maken wetenschappers onderscheid tussen virussen en de vertegenwoordigers van “tree of life” (drie domeinen en 6 rijken).
- Op basis van welke criteria classificeren we verschillende organismen in verschillende groepen (rijken, domeinen) samen met een historische inzicht. Criteria zowel vanuit fylogenie, systematiek als taxonomie.
- Studie van domeinen Archaea en Bacteriën
- Domein Eukaryoten: Beperkte studie van rijk van schimmels en studie van rijk van de dieren, met focus op ongewervelden (uitgezonderd de geleedpotigen).
- Onder de vorm van begeleide zelfstudie wordt het herkennen van bepaalde vertegenwoordigers van gewervelde en ongewervelde dieren aangeleerd.
- Werken volgens de wetenschappelijke methode bij practica met bacteriën en gisten, en hierdoor labo vaardigheden verder uitbouwen.

In deze cursus komen diverse leerinhouden aan bod van de vakken biologie en natuurwetenschappen in 1ste en 2de graad.

Als leraar natuurwetenschappen/biologie zal je de basiskennis over vertegenwoordigers van het dierenrijk (Animalia) goed kunnen gebruiken.



OLR-Leerdoelen

Diepgaande vakinhoudelijke expertise en brede domeinkennis
De student beschrijft het belang van biodiversiteit voor de wereld en de mens.
De student beschrijft overeenkomsten en verschillen tussen waargenomen organismen en plaatst deze in een eenvoudige classificatie (domeinen en rijken).
De student licht de historische conceptvorming bij classificatie toe en verklaart criteria vanuit fylogenie, systematiek en taxonomie.
De student illustreert de problematiek van de afbakening tussen levenloze materie en levende organismen aan de hand van criteria voor het onderscheid tussen virussen en organismen uit de tree of life.
De student verklaart met voorbeelden hoe bacteriën en virussen de menselijke gezondheid beïnvloeden.
De student beschrijft interacties tussen organismen en hun omgeving en interacties tussen organismen onderling.
De student beschrijft de evolutionaire indeling en bouw en levensprocessen van type-vertegenwoordigers van ééncelligen, sponzen, holtedieren, wormen, weekdieren en stekelhuidigen.
De student stelt een dichotome sleutel op en herkent op basis van foto- of tekenmateriaal vertegenwoordigers van gewervelde en ongewervelde dieren en wijst deze toe aan hun taxonomische groep.
De student past de wetenschappelijke methode toe bij experimenten en practica met bacteriën en gisten, voert deze correct, veilig en milieubewust uit en rapporteert waarnemingen en resultaten.

Leerinhoud

Biodiversiteit.

Er zijn verschillende definities van dit begrip in gebruik: van de meest eenvoudige definitie: soortenrijkdom of rijkdom van de natuur tot complexere omschrijvingen zoals : "De variabiliteit onder levende organismen van allerlei herkomst, met inbegrip van, onder andere, terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische complexen waarvan zij deel uitmaken. Dit omvat mede de diversiteit binnen soorten, tussen soorten en van ecosystemen.
De term biodiversiteit is een samentrekking van twee woorden: bio (leven) en diversiteit (verscheidenheid). Biodiversiteit verwijst naar alle vormen van leven die men op aarde aantreft.
Biodiversiteit kan worden beschouwd op verschillende niveaus, naargelang men zich interesseert voor microscopisch kleine elementen of processen op wereldschaal. Zo omvat het concept biodiversiteit onder andere de genen, individuen, populaties, soorten, gemeenschappen en ecosystemen.
Om biodiversiteit en zijn belang ten gronde te begrijpen (en uit te leggen) is een goede kennis van heel wat aspecten uit de biologie nodig.
De taxonomie is de wetenschap die zich bezighoudt met de classificatie (het ordenen), de nomenclatuur (naamgeving) en identificatie (beschrijving) van levende organismen.
Classificatie is de indeling van levende organismen en op basis van welke kenmerken deze indeling kan gebeuren (ook historische context).
In deze cursus bestuderen we organismen uit de drie domeinen (tree of life): Archaea, bacteriën en eukaryoten. Van dit laatste domein een focus op schimmels en dieren. Ook de groep van de virussen wordt besproken.
Aan de hand van practica en microscopische studie onderzoeken we bacteriën en hun levensvoorwaarden. Nadien ontwerpen jullie zelf een onderzoek met bijhorende werkwijze om de gisten en hun levensvoorwaarden te bepalen. Uiteraard voeren jullie dit onderzoek ook uit en stellen een verslag op. Dit alles volgens de wetenschappelijke methode. Tijdens de practica zullen ook de praktische basisvaardigheden getraind en geobserveerd worden.

We gaan na op basis van welke kenmerken dieren worden ingedeeld. En bestuderen (macro en microscopisch) een aantal groepen ongewervelde dieren (o.a. sponzen, holtedieren (neteldieren), platwormen, ronde wormen, gelede wormen, weekdieren, stekelhuidigen) ter voorbereiding van de stage ‘MuZee’. Jullie ontwerpen zelf een determinatietabel voor een aantal van deze dieren.
Zelfstandige studie van een aantal park-, tuin- en kustvogels, van een aantal andere gewervelden en ongewervelde dieren.

Studiematerialen

BI Vakinhoud II.3 BiodiversiteitVerplicht
  • Auteur: N. Revis, L. Duchâtelet en M. Van Strydonck
laboschort en vodVerplicht
Handboek Planten en andere niet-dierlijke organismenVerplicht€ 151,54
  • Auteur: Asperges ea
www.vob-ond.beVerplicht
  • Auteur: VOB

Onderwijsorganisatie

Dagtraject
Hoor- en/of werkcolleges (dagtraject)14,00 uren
Practicum en/of oefeningen (dagtraject)7,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (dagtraject)54,00 uren
Flexibel traject
Hoor- en/of werkcolleges (flexibel traject)12,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (flexibel traject)63,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks85,00Schriftelijk examen (120') -open en gesloten vragen.
Deze examentijd is exclusief de extra examentijd. Hiervoor mag je nog 1/4 tijd extra rekenen.
Eerste examenperiodeVaardigheidstoets in de examenreeks15,00Vaardigheidsproef - Aansluitend aan de kennis- en inzichtstoets.
Opdrachten zie studiewijzer
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks85,00Schriftelijk examen (120') -open en gesloten vragen.
Deze examentijd is exclusief de extra examentijd. Hiervoor mag je nog 1/4 tijd extra rekenen.
Eerste examenperiodeVaardigheidstoets in de examenreeks15,00Vaardigheidstoets te hernemen aansluitend aan de kennis- en inzichtstoets indien niet geslaagd.
Indien wel geslaagd: overdracht van het cijfer.

Toetsing (vervolg)

De student wordt beoordeeld op basis van de vooropgestelde competenties, leerdoelen, lesdoelen en beheersingsniveaus.
Deze lesdoelen en beheersingsniveaus staan in detail omschreven in de bij de ECTS-fiche/het OLOD behorende studiewijzer. De beoordeling/toetsing ervan gebeurt op basis van alle richtlijnen vermeld in deze studiewijzer.

Dit opleidingsonderdeel bevat een leerlijn labovaardigheden die opgebouwd wordt via een aantal practica tijdens de lessen. Deze zijn formatief en bereiden voor op de vaardigheidstoets tijdens het examenperiode.  Om deze opbouw en het behalen van de beoogde leerresultaten te garanderen, is aanwezigheid bij labo-onderwijsactiviteiten verplicht.

Afwezigheden moeten tijdig en volgens de geldende procedure gemeld en gewettigd worden. Bij gewettigde afwezigheid wordt, waar mogelijk en redelijk, een alternatief of inhaalmoment voorzien.  Het labovaardigheidsgedeelte vertegenwoordigt 15% van het totale OLOD-cijfer.