Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Onderwijs en Training
NE Taalbeschouwing A43144/3589/2627/1/46
Studiegids

NE Taalbeschouwing A

43144/3589/2627/1/46
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Educatieve bachelor in het secundair onderwijs, trajectschijf 1
    Keuzeoptie:
    • Nederlands
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Co-titularis(sen): Caelen Deeviet, De Mey Mel, Schraeyen Sofie, Van Elsacker Annick
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (1ste semester)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid/tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor deliberatie/tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Totale studietijd: 150,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

In dit opleidingsonderdeel reflecteer je over taal, taalsysteem en taalgebruik.

Je verdiept je in woordleer en zinsleer.

OLR-Leerdoelen

Diepgaande vakinhoudelijke expertise en brede domeinkennis
De student herkent en benoemt de verschillende woordsoorten en hun vormen, waaronder zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, voornaamwoorden, lidwoorden, telwoorden, bijwoorden, voorzetsels, voegwoorden en tussenwerpsels.
De student herkent en benoemt samenstellingen en afleidingen, met aandacht voor stam, voor- en achtervoegsels, meervoudsvormen en verkleinwoorden.
De student herkent en benoemt zinsdelen, met inbegrip van onderwerp, gezegde, persoonsvorm en verschillende soorten voorwerpen.
De student herkent en benoemt zinssoorten en zinsconstructies, waaronder hoofd- en bijzinnen, enkelvoudige en samengestelde zinnen, actieve en passieve zinnen en woordvolgorde (inclusief inversie).
De student herkent en benoemt werkwoordstijden en -vormen, waaronder OTT, VTT, OVT, VVT, OTK, imperatief en sterke en zwakke werkwoorden.
De student verklaart betekenisrelaties en betekenisnuances van woorden, waaronder connotatie en denotatie, eufemisme, dysfemisme, hyperbool en ironie.
De student verklaart hoe betekeniswijziging en betekenisrelaties zoals hyponiem, hyperoniem, pleonasme, tautologie en contaminatie functioneren.
De student herkent en benoemt talige middelen die subjectiviteit en objectiviteit uitdrukken, met aandacht voor modaliteit.
De student past kennis van woordsoorten, zinsdelen en betekenis toe bij het analyseren van taalgebruik in eenvoudige zinnen en korte teksten.

Leerinhoud

In dit opleidingsonderdeel reflecteer je over taal, taalsysteem en taalgebruik.

Je verdiept je in woordleer en zinsleer.

Studiematerialen

Cursus Nederlands 1 taaltheorieVerplicht€ 5,20
  • Auteur: Magda Mommaerts en Deeviet Caelen

Onderwijsorganisatie

Dagtraject
Hoor- en/of werkcolleges (dagtraject)21,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (dagtraject)54,00 uren
Flexibel traject
Hoor- en/of werkcolleges (flexibel traject)12,00 uren
Werktijd buiten de contacturen (flexibel traject)63,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Schriftelijk examen
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeKennis- en inzichtstoets in de examenreeks100,00Schriftelijk examen