Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Gezondheid en Wetenschap
Skillslab 1.2: Wondzorg43433/3675/2627/1/55
Studiegids

Skillslab 1.2: Wondzorg

43433/3675/2627/1/55
Academiejaar 2026-27
Komt voor in:
  • Bachelor in de verpleegkunde, trajectschijf 1
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • creditcontract.
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Titularis: Bosmans Johan
Andere co-titularis(sen): Bertrand Mayté, Dehaes Shana, El Fekri Assia, Hereygers Nicky, Matthyssen Benedicte, Present Evy, Soogen Peter, Spinnoy Karine, Vanden Panhuyzen Rina, Van der Linden Eva, Van Der Sanden Britt, Vandewalle Heidi, Van Gerwen Ellen, Vansteenbeeck Eva, Verlinde Joeri, Verwimp Tom, Vissers Joppe, Wildiers Anja
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1 of Academiejaar
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2026 (Academiejaar)
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Delibereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit gedelibereerd).
Totale studietijd: 75,00 uren

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.

Korte omschrijving

Binnen het opleidingsonderdeel Skillslab 1.2 wordt er gewerkt aan de CanMEDS-rol Zorgverlener.

OLR-Leerdoelen

De VVAZ stelt verpleegkundige diagnoses, is eindverantwoordelijk voor het zorgplan en verleent autonoom persoonsgerichte en (hoog)complexe zorg door beslissingen te nemen op basis van klinisch redeneren.
Je brengt een geschikt verband aan waarbij je rekening houdt met de indicatie voor het verband.
De VVAZ initieert, implementeert, bewaakt en evalueert het zorgproces en stuurt dit bij in functie van de evoluerende noden van de zorgvrager en diens context, vanuit de geldende visie op verpleegkunde.
Je verwijdert op correcte wijze verschillende soorten chirurgische hechtingen.
Je voert de aseptische en septische wondzorg correct uit (cf. de basisprincipes van M. Grypdonck) bij de zorgvrager in het vaardigheidslab.
Je selecteert op systematische wijze het benodigde materiaal voor de wondzorg in het vaardigheidslab.
Je toont aan dat je tijdens de technische zorgverlening in het vaardigheidslab oog hebt voor de privacy, noden, behoeften, mogelijkheden en beperktheden van de zorgvrager.
Je analyseert kritisch de verschillende gegevens voor technische zorgverlening aan de zorgvrager in het vaardigheidslab.
Je vat de uitgevoerde technische zorgverlening kritisch samen door middel van reflectie in het vaardigheidslab.
De VVAZ communiceert professioneel en persoonsgericht over de zorgrelatie, zorginhoud en het zorgproces met adequate inzet van beschikbare en innovatieve communicatiemiddelen en (eHealth-) toepassingen.
Je rapporteert op objectieve wijze over de wondzorg rekening houdend met abnormaliteiten, materiaalkeuze en de invloed hiervan op de zorgvrager en de omgeving in het vaardigheidslab.

Leerinhoud

In dit opleidingsonderdeel komen volgende leerinhouden aan bod:
  • verbandleer
  • droog aseptische wondzorg, verwijdering van hechtingsmateriaal
  • septische wondzorg
  • geïntegreerde oefening

Studiematerialen

DigitapVerplicht

Onderwijsorganisatie

Examentijd
Voorziene tijd voor toetsing1,00 uren
Werkvormen
Practicum en/of oefeningen22,00 uren
Werktijd buiten de contacturen52,00 uren

Toetsing

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Eerste examenperiodeVaardigheidstoets permanent tijdens de lesweken (Permanente evaluatie)70,00Labeling
Eerste examenperiodeVaardigheidstoets permanent tijdens de lesweken (Permanente evaluatie)30,00Casuïstiek
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Tweede examenperiodeVaardigheidstoets in de examenreeks70,00Labeling
Tweede examenperiodeVaardigheidstoets in de examenreeks30,00Casuïstiek

Toetsing (vervolg)

De evaluatie van dit opleidingsonderdeel bestaat uit een permanente evaluatie. De student demonstreert bepaalde vaardigheden tijdens de practicalessen of stationsproeven die worden georganiseerd.
De evaluatie bestaat uit 2 praktische onderdelen of labels namelijk Droog aseptisch verband met verwijderen van hechtingsmiddelen en Septische wondzorg. Beiden worden voorafgegaan door een casuïstiek. 

De student wordt ook geacht aanwezig te zijn tijdens de practicalessen.

Voor elk station heeft de student maximaal 20 minuten ter beschikking. De student dient de casuïstieken op voorhand af te leggen om zich voor te bereiden op de practicalessen en om eventueel getoetst te kunnen worden.
De student dient de labels Droog aseptisch verband met verwijderen van hechtingsmiddelen en Septische wondzorg te behalen om deze technische vaardigheden uit te voeren op stage. Indien de student niet slaagt voor één of meerdere labels kan hij/zij alsnog op stage. Hij/Zij heeft dan GEEN toelating deze vaardighe(i)d(en) op stage uit te voeren. Er bestaat maximaal 1 herkansingsmogelijkheid voor dit opleidingsonderdeel. Indien de student dient te herkansen heeft dit tot doel het behalen alle basislabels. De score voor een geslaagde herkansing is maximaal 15/20.
Wanneer de student één van of beide basislabels (Droog aseptisch verband met verwijderen van hechtingsmiddelen en Septische wondzorg) niet heeft behaald wordt het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel gereduceerd tot 50 % van de behaalde score en kan hij/zij dus niet slagen voor het opleidingsonderdeel.

De score voor het opleidingsonderdeel wordt als volgt samengesteld:

  • Casuïstiek Droog aseptische wondzorg met verwijderen van hechtingsmiddelen: 15 % vaardigheidstoets
  • Label Droog aseptische wondzorg met verwijderen van hechtingsmiddelen: 35 % vaardigheidstoets
  • Casuïstiek Septische wondzorg: 15 % vaardigheidstoets
  • Label Septische wondzorg: 35 % vaardigheidstoets

De examinatie kan audiovisueel worden opgenomen.

Voor de labeling bereidt de student zich voor zoals voorgeschreven in de stagerichtlijnen (uniform of witte t-shirt, korte mouwen, geen juwelen, korte nagels, ...).
Wanneer de student wegens overmacht niet kan deelnemen aan de lessen, stationsproeven dient hij/zij voorafgaand aan het geplande tijdstip, de betrokken docenten en de opleidingsonderdeelverantwoordelijke (via e-mail) hiervan te verwittigen. De student stelt zich onmiddellijk in regel met het onderwijs- en examenreglement en levert een bewijs van overmacht aan.

Voor de praktijksessies wordt van de student verwacht dat hij/zij zich degelijk voorbereidt. Dit is door middel van de beschikbare materialen in de digitale leeromgeving door te nemen en de casuïstieken af te leggen.

Het examen in de tweede examenperiode bestaat uit de onderdelen waarvoor de student niet geslaagd is in de eerste examenperiode. Wanneer de student in de tweede zittijd verplichte labels dient af te leggen en hiervoor niet volledig slaagt bedraagt de eindscore voor het opleidingsonderdeel maximum 9/20.

De totale examentijd voor deze vaardigheidstoets bestaat uit de voorziene tijd voor deze toets inclusief ¼ extra examentijd voor alle studenten. De extra examentijd als individuele aanpassing is hierbij dus inbegrepen.